Patiëntenzorg

Inleiding

Het UMCG kiest voor de zorg voor patiënten met complexe en vaak meervoudige aandoeningen die vrijwel altijd door multidisciplinaire teams behandeld worden. Daarbij wordt de hoogste prioriteit gegeven aan kwaliteit en veiligheid van de zorg.

Als uitgangspunt voor het beleid van kwaliteit en veiligheid heeft het UMCG gekozen voor de principes van ‘Clinical Governance’, de filosofie die de praktijk van de zorgprofessional verbindt met de wereld van regels, financiën en beleid door te werken vanuit de vijf basiselementen: denken in processen, samenwerken in teams, communicatie, leiderschap en eigenaarschap. In de communicatie rondom kwaliteit en veiligheid wordt Clinical Governance als vertrekpunt genomen en wordt gevisualiseerd hoe deze vijf basiselementen de samenhang vormen tussen initiatieven en thema’s rondom kwaliteit en veiligheid. Op grond van dezelfde principes heeft het UMCG gekozen voor ISO-certificering als kwaliteitsmanagementsysteem omdat het binnen de ISO-systematiek mogelijk is om, uiteraard binnen de daartoe aanwezige wettelijke en professionele kaders, zelf doelen te formuleren, performance indicatoren vast te stellen en vervolgens deze in een PDCA(Plan-Do-Check-Act)-cyclus te volgen. In 2014 heeft het UMCG als eerste UMC het ISO 9001:2008 (Healthcare) in ontvangst genomen en daarnaast in juli 2017 de ISO-certificering (27001) voor informatiebeveiliging ontvangen.

2.1 Kwaliteit & Veiligheid

Om hoogstaande kwalitatieve en veilige zorg te kunnen bieden, streeft het UMCG ernaar het aantal calamiteiten en incidenten te beperken en tegelijkertijd de meldbereidheid onder medewerkers blijvend te stimuleren. Op basis van aantallen, soorten en oorzaken van incidenten zijn, in samenspraak met relevante stakeholders in het UMCG, kwantitatieve en concrete doelstellingen geformuleerd. 

Voor het meten van kwaliteit, patiëntgerichtheid en veiligheid van zorg wordt binnen het UMCG gebruik gemaakt van de kwaliteitsindicatoren die zijn opgesteld door het Zorginstituut en Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). Om inzicht te geven in de kwaliteit van medische zorg worden onder meer gegevens aangeleverd aan de Stichting DICA (Dutch Institute for Clinical Auditing). DICA faciliteert klinische registraties volgens een vast format waardoor op basis van gegevens afspraken worden gemaakt over geleverde en in te kopen zorg. De kwaliteitsinformatie wordt gebruikt door verschillende externe partijen. Zo baseren zorgverzekeraars de inkoop van zorg mede op de door het ziekenhuis aangeleverde informatie als een maat voor geleverde kwaliteit.

Patiënten vragen vaker naar informatie over de kwaliteit van zorg en geboden faciliteiten om op basis daarvan de keuze voor een zorgverlener te maken. Daarnaast worden de indicatoren gebruikt voor het maken van ranglijsten zoals gepubliceerd in Elsevier en het AD. De UMCG-scores zijn hierbij afhankelijk van de indicatoren en aandachtsgebieden die de publicerende partij selecteert.

Het kwaliteitswiel
Het kwaliteitswiel geeft weer hoe het UMCG continu werkt aan het verbeteren van kwaliteit. Het vertrekpunt is de patiënt als mens. Daaromheen de vijf basiselementen van Clinical Governance, deze vormen de basis van een lerende en transparante cultuur. Het geeft aan hoe wij met elkaar werken aan het continue verbeteren van onze zorg, onderzoek en opleidingen. De buitenste cirkels tonen de instrumenten in het UMCG helpen om de kwaliteit te evalueren en te borgen. Deze instrumenten zijn nooit het vertrekpunt, maar helpen om te reflecteren, en op basis daarvan continue te leren van wat goed en wat fout ging en de kwaliteit in het UMCG te blijven verbeteren.

Figuur 2.1 - Kwaliteitswiel Figuur 2.1 - Kwaliteitswiel

2.1.1 Kwantitatieve doelstellingen Kwaliteit en Veiligheid

Op basis van overkoepelende thema’s van jaarrapportages van Centrale en Decentrale Incidentmeldingencommissie (CIM/DIM), Commissie Calamiteiten Patiëntenzorg (CCP), Commissie Onderzoek Overleden Patiënten (COOP) en de leidende coalitie Medicatieveiligheid, werd eind 2016 een aantal kwantitatieve doelstellingen voor 2017 geformuleerd. De belangrijkste doelstellingen voor 2017: het terugbrengen van calamiteiten en incidenten die veroorzaakt zijn door onduidelijkheden in protocollen, het niet uitvoeren van de Time-Out, Sign-Out en tot slot het niet uitvoeren van bepaalde handelingen bij ‘voor toediening gereedmaken’ (VTGM) en toedienen van medicatie.

Het werken met concrete doelstellingen heeft effect, ondanks dat niet alle doelstellingen zijn gehaald. In 2018 wordt wederom op basis van informatie uit analyses van de CCP, CIM, COOP en leidende coalitie Medicatieveiligheid en op basis van ervaringen uit 2017 nieuwe en meer smart geformuleerde doelstellingen geformuleerd.

2.1.2 Van ISO 9001:2008 naar ISO 9001:2015 (Healthcare)

De ambitie van het UMCG is om op de kerntaken zorg, onderwijs & opleidingen en onderzoek tot de top in Nederland en daarbuiten te horen. Het UMCG wil voldoen aan de eisen ISO 9001:2015 (Healthcare), ISO 27001/NEN7510 en ISO 22000:2005. Daarnaast gelden voor sommige afdelingen en organisatieonderdelen aanvullende normen en/of eisen zoals ISO 15189, HKZ of ISO17025. Ook moet het UMCG voldoen aan geldende wet- & regelgeving zoals onder andere de Wet Kwaliteit Lichaamsmaterialen, Kernenergiewet, Arbeidsomstandighedenwet, de regeling genetisch gemodificeerd organismen en omgevingsvergunning (milieuwetgeving). Net als in voorgaande jaren heeft het UMCG in 2017 de certificering volgens een internationale accreditatie laten uitvoeren door Det Norske Veritas (DNV-GL) en de Raad van Accreditatie. Voor de verbeterpunten zijn plannen van aanpak opgesteld die getoetst en goedgekeurd zijn. In juni 2018 vindt opnieuw de externe audit door DNV-GL plaats met als doel de certificering volgens ISO 9001:2015 (Healthcare) te behouden.

2.1.3 Sterftecijfer UMCG 2016

Jaarlijks worden van alle ziekenhuizen in Nederland de sterftecijfers (Hospital Standardized Mortality Ratio – HSMR) berekend. De cijfers van 2016 zijn in 2017 gepubliceerd. Omdat ziekenhuizen fors van elkaar verschillen in omvang en patiëntenpopulatie worden factoren zoals leeftijd, diagnose, andere aandoeningen, sociaal economische status, urgentie van opname en herkomst van de patiënt meegewogen in de uitkomsten. Op basis van deze factoren wordt een 'verwachte sterfte' per ziekenhuis per aandoening berekend. De werkelijke sterfte wordt daartegen afgezet. Een HSMR van 100 geeft aan dat de werkelijke sterfte gelijk is aan de verwachte sterfte. Een HSMR onder de 100 geeft aan dat er minder patiënten zijn overleden dan verwacht, een hogere HSMR geeft aan dat er meer patiënten zijn overleden dan verwacht. De HSMR wordt gezien als een indicator voor vermijdbare sterfte. De HSMR 2016 voor het UMCG is 96. De sterfte in het UMCG wijkt niet af van het landelijk gemiddelde. De HSMR 2014-2016 voor het UMCG is 99. Ook hiermee wijkt het UMCG niet af van het landelijk gemiddelde.

Dossieronderzoek
Sinds 2014 onderzoekt de Commissie Onderzoek Overleden Patiënten (COOP) het klinisch beloop van patiënten die in het UMCG overlijden. De COOP liep ertegen aan dat de periode tussen het overlijden van de patiënt en het stellen van vragen door de commissie over dat overlijden soms meer dan een half jaar betrof. Om sneller vragen te kunnen stellen, is ervoor gekozen het jaar 2016 over te slaan en de tussenliggende periode vooral te gebruiken om 2015 af te ronden. In 2015 trad bij 36 van 620 patiënten (5,8%) die overleden zijn in het UMCG vermijdbare zorggerelateerde schade op die aan het overlijden heeft bijgedragen. Deze bevindingen zijn teruggekoppeld naar de afdelingen waarna verbetermaatregelen zijn genomen. In 2017 zijn 689 patiënten overleden in het UMCG. Het onderzoek wordt naar verwachting in de loop van 2018 afgerond. De COOP streeft ernaar de uitkomsten op afdelingoverstijgendniveau eind 2018 te kunnen presenteren. 

2.1.4 Onverwacht lange opnameduur (OLO) 2016

De indicator OLO geeft het percentage klinisch opgenomen patiënten weer met een opname die de verwachtte opnameduur met meer dan 50% overschrijdt. Ook hier zijn de cijfers van 2016 in 2017 gepubliceerd. De verwachte opnameduur is een landelijk berekende opnameduur waarin de hoofddiagnose, leeftijd en belangrijkste verrichting worden meegewogen.

Binnen de academische setting is vaak sprake van comorbiditeit (meerdere aandoeningen). In een UMC worden patiënten opgenomen met dezelfde diagnose, maar met een hogere zorgzwaarte dan in perifere ziekenhuizen. Daarnaast worden verrichtingen uitgevoerd die in perifere ziekenhuizen (nog) niet worden uitgevoerd. Dit zorgt ervoor dat onderling vergelijken geen reëel beeld geeft.

Het landelijk gemiddelde OLO-percentage was in 2016 15,4%. Het UMCG had in 2016 in totaal 33.080 klinische opnamen, waarvan 7.394 patiënten met een opnameduur 50% langer dan de verwachte opnameduur. Dit is een OLO-percentage van 22,4% en is daarmee significant hoger dan het landelijk gemiddelde. Deze hoge score is bij vrijwel alle specialismen in het UMCG aanwezig.

De oorzaak van het hoge OLO-percentage wordt elk jaar onderzocht. Er zijn maatregelen genomen op het gebied van de planning van electieve opnames. Hoewel een directe oorzaak/gevolg niet aantoonbaar is, is een gestage daling te zien van het OLO-percentage (1,9% bij het UMCG tegen 0,1% landelijk). Wij leiden hieruit af dat het ingezette beleid vruchten afwerpt. Specifieke diagnoses die hoog scoren in de OLO, worden geanalyseerd met als doel de opnameduur te verkorten. 2017 heeft in het teken gestaan van de implementatie van een nieuw Elektronisch Patiënten Dossier (EPD). Het EPD biedt meer functionaliteit op het gebied van ontslagplanning. Het UMCG verwacht hiermee de opnameduur verder te kunnen terugdringen. Daarnaast kenden de oude systemen een aantal registratiebeperkingen die de geregistreerde opnameduur negatief beïnvloedden. 

Tot slot ligt de heropnameratio van het UMCG lager dan het landelijk gemiddelde. Hiervoor geldt dat het verschil met name wordt veroorzaakt door de lagere heropnameratio van de electieve opnamen.

2.1.5 Inspectiebezoeken

Begin 2017 vond het jaargesprek van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) met het UMCG plaats. Er werden een groot aantal onderwerpen besproken en een reflectie gegeven op de door het UMCG aangeleverde cultuurladder. Aangegeven werd dat er sinds 2012 in het UMCG een meer open cultuur is ontstaan, waarin meldbereidheid van zaken die in de patiëntenzorg niet goed (zijn) verlopen, hoog is geworden.

In januari 2017 heeft ook een onaangekondigd inspectiebezoek plaatsgevonden. In het kader van risicotoezicht heeft de IGJ getoetst op het thema antistolling (kader: Landelijke Standaard Ketenzorg Antistolling) en de Richtlijn Antitrombotisch beleid (NIV, 2015). Laatst genoemde was op orde. Ten aanzien van de antistolling heeft de IGJ aangegeven dat deze meer structureel in de organisatie ingebed zou moeten worden. Vervolgens heeft in augustus 2017 een focusbezoek antistolling van de IGJ plaatsgevonden. De IGJ heeft aandacht gevraagd voor het formaliseren van de antistollingscommissie, het implementeren van een apart tabblad voor antistolling in het EPD en de complicatieregistratie van de antistolling. Deze punten zijn voor 1 december 2017 uitgevoerd.

In november bracht de IGJ een bezoek aan het Universitair Centrum Psychiatrie (UCP). Het bezoek vond plaats in het kader van de melding van een calamiteit in 2016. Beoordeeld werd of de voorgestelde verbetermaatregelen daadwerkelijk geïmplementeerd en geborgd waren in het UCP. Daarnaast vond een beoordeling plaats of in het UCP voldoende randvoorwaarden aanwezig zijn om uitvoering te geven aan suïcidepreventie, medicatieveiligheid en dossiervoering. De IGJ heeft aangegeven vertrouwen te hebben dat het verbeterplan gevolgd wordt, waardoor de kwaliteit van zorg binnen het UCP beter geborgd is. De IGJ heeft daarmee het onderzoek afgesloten.

Op verzoek van de IGJ is in het UMCG een reflectie uitgevoerd naar aanleiding van de het IGJ-rapport over het UMC Utrecht naar een veilige meldcultuur. In samenspraak met de inspraakgremia en interne stakeholders in het UMCG heeft de reflectie plaatsgevonden en is gedeeld met de IGJ.

2.1.6 VMS (veiligheidsmanagement)-thema’s

Op basis van patiëntveiligheidsonderzoek van NIVEL/EMGO zijn landelijk tien inhoudelijke thema’s (VMS-thema’s) vastgesteld waarop winst te behalen is als het gaat om het terugdringen van de onbedoelde vermijdbare schade in ziekenhuizen. Voor enkele VMS-thema’s zijn in het UMCG leidende coalities geformeerd. Zij adviseren de directeur Medische Zaken, Kwaliteit & Veiligheid over verbeteringen van en aanvullingen op de implementatie van de thema’s. Na het doorlopen van het implementatietraject zijn de afdelingen zelf verantwoordelijk voor het goed uitvoeren van de thema’s. Hieronder worden de leidende coalities kort beschreven.

Leidende coalitie Medicatieveiligheid
De Leidende coalitie Medicatieveiligheid informeert de organisatie en zorgt dat beleidsstukken en tools beschikbaar zijn voor medewerkers op het gebied van medicatieveiligheid. In 2017 lag de prioriteit van het UMCG bij het succesvol implementeren van het nieuwe EPD. De leidende coalitie Medicatieveiligheid heeft hierop anticiperend haar gestelde doelen beperkt. Er zijn door de Leidende Coalitie Medicatieveiligheid resultaten geboekt op het gebied van opname en ontslag, medicatie in eigen beheer en doorgebruiken thuismedicatie en op het gebied van toetsen en monitoren van de medicatieveiligheid. 2018 staat in het teken van het optimaliseren van de medicatieveiligheid met behulp van het nieuwe EPD.

Infectiecommissie (voorheen Leidende Coalitie Preventie Zorggerelateerde Infecties)
Begin 2017 zijn alle taken van de leidende coalitie Preventie zorggerelateerde infecties belegd bij de Infectiecommissie en de daaronder vallende deelcommissies, te weten: de Infectiepreventiecommissie, de Commissie Antimicrobiële Middelen en de Tuberculosecommissie.Het doel van deze leidende coalitie was de veiligheid van patiënten te verbeteren en patiënten te beschermen tegen behandelingsgeassocieerde infecties (ziekenhuisinfecties). De leidende coalitie ondersteunde de activiteiten op het gebied van formuleren, implementeren, monitoren en verbeteren van patiëntveiligheid. Hierbij hoort de preventie van infecties en infectieziekten in strikte zin, maar ook preventiegerichte diagnostiek en de reductie van antibiotica-selectiedruk door Antimicrobial Stewardship (de continue aanpak van zorginstellingen om antibiotica zo verantwoord mogelijk te gebruiken).

In 2016 heeft het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) een nieuw landelijk beleid vastgesteld, waardoor de bestrijding van antibioticaresistentie met behulp van regionale zorgnetwerken wordt ontwikkeld. De voormalige leidende coalitie heeft hier een impuls gegeven door het regionale netwerk REMIS+ (www.remis-plus.net) een actieve rol te geven in het realiseren van thema-avonden over antibioticaresistentie met organisaties en instellingen in Noord-Nederland. In maart 2017 werd de samenwerking met het ABR (antibioticaresistentie) zorgnetwerk Noord-Nederland een feit. Meer dan 500 deelnemers uit de noordelijke provincies zijn bij REMIS+ aangesloten. De Infectiecommissie speelt een prominente rol in het crisisbeleidsteam tijdens de VRE-uitbraak in het voorjaar. De Infectiepreventiecommissie benadrukt in het beleidsdocument Een UMCG breed geïntegreerd en gepersonaliseerd vaccinatiebeleid dat de jaarlijks terugkerende influenzavaccinatie een onderdeel is van een geïntegreerd influenzabeleid. Voldoende klinische isolatiecapaciteit, de beschikbaarheid van virologische sneldiagnostiek en medewerkers die getraind zijn in het correct toepassen van persoonlijke beschermingsmiddelen zijn hierin evenzo belangrijk. Vooral activiteiten van Antimicrobial Stewardship zijn door de Commissie Antimicrobiële Middelen UMCG-breed uitgerold.

Leidende coalitie Integrale sturing op kwaliteit van de klinische zorg
De leidende coalitie Integrale sturing op kwaliteit van de klinische zorg is in 2016 opgericht om te onderzoeken hoe de aansturing op de kwaliteit van de klinische zorg effectiever en beter kan. De leidende coalitie heeft, in afstemming met de Raad van Bestuur, de opdracht afgebakend naar de klinische setting. In de zomer van 2017 heeft de leidende coalitie een rapportage met daarin een zestal aanbevelingen aan de Raad van Bestuur aangeboden en heeft daarna op verzoek de aanbevelingen aangevuld met implementatieadviezen. In het najaar zijn de rapportage en de bijbehorende adviezen besproken in de Raad van Bestuur en zijn daaropvolgend aangeboden aan de adviserende gremia. In 2018 worden de vervolgstappen gezet op basis van de aanbevelingen en implementatieadviezen. 

Leidende coalitie Kwetsbare ouderen en delier
De leidende coalitie Kwetsbare ouderen en delier is eind 2017 met haar tweede fase begonnen. De aanbevelingen en activiteiten van de vier werkgroepen uit de eerste fase van de leidende coalitie, zijn ingebed in het huidige beleid.
De werkgroep Vrijheidsbeperkende Interventies heeft een aantal aanbevelingen gedaan ten aanzien van de patiëntenzorg, protocollen, materiaal en scholing. Het implementatietraject voor de uitvoer van deze aanbevelingen is opgestart en deels belegd in de organisatie. De werkgroep Acute zorg voor ouderen heeft het zorgpad Kwetsbare ouderen voor het UMCG Centrum Acute Zorg van het UMCG opgeleverd en hieraan gekoppeld zijn een aantal pilots uitgevoerd, onder andere naar de herkenning van kwetsbaarheid. Deze werkgroep gaat in 2018 verder met de implementatie van dit zorgpad dat een van de twee pilots is die in het voorjaar van 2018 worden uitgevoerd door het UMCG Centrum Acute Zorg. De werkgroep Transmurale zorg van het UMCG heeft eind vorig jaar gezamenlijk met het Martini Ziekenhuis en vier andere noordelijke ziekenhuizen en 18 zorgorganisaties de implementatie van de Transmurale Zorgbrug van het Noorden gevierd. De Transmurale Zorgbrug slaat een brug tussen professionals in ziekenhuizen en professionals in de eerstelijnszorg. In het UMCG is deze brug op een aantal afdelingen inmiddels actief en de bestaande werkgroep waarin de transferverpleegkundigen en het Universitair Centrum Ouderengeneeskunde (UCO) vertegenwoordigd zijn, werkt samen met collega’s van thuiszorgorganisaties en het Martini Ziekenhuis aan verdere implementatie. Ook wordt deze werkgroep betrokken bij de opstart van het Hospital@Home zorgprogramma. In verband met verdere verbetering van de medische en verpleegkundige overdracht van kwetsbare ouderen wordt met meer afdelingen gewerkt aan de Transmurale Zorgbrug. Vanuit het UCO, Oncologie en Chirurgie wordt gewerkt aan een blauwdruk voor multidisciplinair overleg waarin diagnostiek, therapie en de rol van de kwetsbare ouderen en de vertegenwoordiging helder geformuleerd zijn. 

De leidende coalitie heeft in oktober 2017 een vervolgopdracht van de Raad van Bestuur ontvangen en zal eerste helft 2018 werken aan een compleet en actueel overzicht van good practices in het UMCG op gebied van kwetsbare ouderen. Daarnaast wordt een expertteam ingericht dat in voorkomende gevallen adviseert over zorg- en organisatievragen op gebied van kwetsbare ouderen. Het doel is het inrichten van een structuur die de verbinding zoekt en probeert zowel beschikbare informatie als uitkomsten van verschillende initiatieven te delen en krachten te bundelen. Het UMCG zet zich in om de komende jaren het in 2017 behaalde Senior Friendly Keurmerk te behouden.

2.1.7 CIM

De Centrale Incidentmeldingencommissie (CIM) heeft een coördinerende, faciliterende en signalerende rol voor het melden en analyseren van incidenten en potentiële calamiteiten in de patiëntenzorg. Het UMCG werkt met DIM-commissies (Decentrale Incident Meldingen-commissies) die op zorgafdelingen en ondersteunende afdelingen actief zijn. Alle meldingen worden binnen de decentrale commissies afgehandeld. Alle medewerkers van het UMCG kunnen incidenten melden via het incidentmeldsysteem. De doelstellingen voor 2017 hebben zich met name toegespitst op het analyseren van (ernstige) incidenten. 

Meldingen 
Gedurende de afgelopen drie jaren is het aantal incidenten gestabiliseerd rondom de 5000 meldingen per jaar. Afgelopen jaar is het aantal voor het eerst afgenomen en onder de 5000 gekomen (zie tabel hieronder). 

Tabel 2.1 - Incidentmeldingen vanuit het IMS 2015, 2016, 2017

Tabel 2.1 - Incidentmeldingen vanuit het IMS 2015, 2016, 2017
  2015 2016 2017
Medicatie incidenten 1811 1660 1546
Valincidenten 343 294 315
Agressie incidenten psychiatrie 37 48 56
Medische middelen en ICT 583 627 530
Bloedproducten 33 56 36
Overige incidenten 587 569 472
Coördinatie van het zorgproces 1050 1064 912
Uitvoering van zorg en diagnostiek 799 843 654
Radiotherapie 323 312 314
Totaal 5566 5473 4835

Het percentage meldingen over 2017 bedraagt in totaal 88% ten opzichte van 2016. Wanneer er per maand gekeken wordt, is een zeer forse daling na de zomerperiode te zien (zie figuur 1). De verdere invloed van het nieuwe EPD op het incidentmelden wordt pas in 2018 zichtbaar. Opvallend is dat het aantal val- en agressie-incidenten licht gestegen is. De komende jaren zal blijken of hier een structurele toename plaatsvindt. Het aantal incidenten met medische middelen is na een forse toename in 2016 weer gestabiliseerd naar het eerdere niveau.

Grafiek 2.1: Overzicht aantal meldingen per maand 2015-2017

Het analyseren van zeer ernstige (categorie 4) incidenten is het speerpunt geweest voor de CIM in 2017. Meer dan 50% van de categorie 4 incidenten wordt op dit moment geanalyseerd met behulp van de (mini) PRISMA-methode. Nog niet alle DIM-commissies hebben zich de methodiek voldoende eigen gemaakt; veel DIM-commissies hebben dit wel in hun jaarplan opgenomen. Eind 2017 is afgesproken dat de CIM-voorzitter, een CIM-lid en leden van de DIM-commissie, roulerend alle afdelingen bezoekt. In de vorm van een waarderende dialoog wil de CIM een indruk opdoen over wat het beeld is van het veilig melden systeem en hoe de interactie is met de DIM-commissie, alsook de voortgang op de centrale thema’s. 

2.1.8 Antistollingscommissie

Vanaf december 2017 is de Antistollingscommissie in het UMCG officieel geïnstalleerd door de Raad van Bestuur. De commissie bestaat uit tien personen afkomstig vanuit verschillende specialismen. Het uitgangspunt is dat er op ieder moment adequate stollingszorg binnen de daarvoor geldende landelijke en UMCG-brede richtlijnen geboden kan worden. De aanleiding hiertoe is de verhoogde aandacht die hiervoor gevraagd is vanuit het ziekenhuis zelf, maar ook de verplichting vanuit de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) om een formele commissie in te stellen. De Antistollingscommissie UMCG richt zich primair op het antistollingsbeleid binnen het UMCG en waar nodig overlegt zij met ketenpartners. Eerder in 2017 is al een UMCG-breed antistollingsprotocol ontwikkeld en is een meldformulier voor incidenten rondom antistolling in gebruik genomen. De Antistollingscommissie is verantwoordelijk voor onder andere het beheer van het protocol en monitoren van stolling gerelateerde incidenten. 

Vanaf medio augustus 2017 zijn 29 incidentmeldingen binnengekomen via het meldformulier. Kwalitatieve analyse wijst uit dat vooral eenvoudige fouten vanuit de klinische afdelingen worden gemeld, zoals ten onrechte wel of niet gegeven doseringen van antistolling. Oorzaken liggen vaak in de onderlinge communicatie en menselijke fouten. Er zijn minder meldingen vanuit complexe situaties waarbij verschillende specialismen zijn betrokken. Reden waarom de commissie zich in 2018 eerst richt op de onderrapportage, met uiteindelijk doel voor 2018 een daling van het aantal incidenten. De verwachting is dat enkelvoudige complicaties bij opgenomen patiënten verminderen met de introductie van het nieuwe EPD. Daarnaast realiseert de commissie zich dat de nieuwe werkwijzen onverwachte fouten met zich mee kan brengen.

2.1.9 Convenant veilige toepassing medische technologie in ziekenhuizen

Veilige toepassing van medische technologie betekent een veilig product, in handen van een getrainde gebruiker in een omgeving die veilig gebruik kan garanderen. Met audits door onder andere DNV-GL en aan de hand van de rapportages wordt de stand van zaken gevolgd. Zo ook in 2017. Het Convenant heeft, omdat het nieuw was in 2015, 2016 en een deel van 2017, extra aandacht gekregen in het UMCG. Inmiddels is het ‘Veilig omgaan met medische hulpmiddelen’ gemeengoed in het UMCG en ondergebracht bij de afdelingen. In 2017 heeft een kleine aanpassing plaatsgevonden in het Digitale Aanschaf Dossier en is het beheer van het formulier ondergebracht bij Medische en Informatietechnologie (MIT).

2.1.10 Commissie Calamiteiten Patiëntenzorg (CCP)

De Commissie Calamiteiten Patiëntenzorg (CCP) beoordeelt meldingen van mogelijke zorgcalamiteiten. In 2017 zijn 124 meldingen van mogelijke zorgcalamiteiten door de CCP beoordeeld, hiervan zijn 31 meldingen onderzocht. Bij 21 daarvan is een PRISMA-onderzoek (Prevention and Recovery Information System for Monitoring and Analyses) uitgevoerd en is de melding doorgeleid naar de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). Ten aanzien van drie van deze meldingen heeft op verzoek van de IGJ een verdiepingsonderzoek plaatsgevonden. Tevens is bij vijf meldingen een PRISMA-onderzoek uitgevoerd in de aanname dat er verbeterpunten zouden kunnen worden vastgesteld. Aangezien bij deze meldingen geen sprake was van ernstige schade voor de patiënt, zijn deze meldingen niet doorgeleid naar de IGJ. Tot slot is een vijftal valincidenten beoordeeld met een ‘PRISMA-light’ onderzoek. Ook deze meldingen zijn niet doorgeleid naar de IGJ.

Ondanks dat het aantal PRISMA-onderzoeken niet is toegenomen in 2017, lijkt de beschikbaarheid van de PRISMA-onderzoekers te zijn afgenomen. Dit heeft mogelijk te maken met de toenemende druk op de dagelijkse medische zorg en met de invoering van het nieuwe EPD, dat in het najaar van 2017 veel tijd in beslag heeft genomen. Daarom is ook in 2017 weer een nieuwe groep analisten opgeleid. Tevens heeft in 2017 een evaluatiebijeenkomst voor alle PRISMA-onderzoekers plaatsgevonden. Daarnaast is in het najaar een PRISMA-opfriscursus gehouden, waarbij de nadruk lag op de wijze van afnemen van interviews tijdens een onderzoek. 

Peer support programma
Peer support (ofwel collegiale ondersteuning) is het programma waarbij artsen of andere medewerkers door collega’s in het UMCG opgevangen worden wanneer zij betrokken zijn geweest bij een ernstige fout of een incident. Het peer support programma is in 2017 verder ontwikkeld. Er zijn twee ‘support-the-peer-supporter’ bijeenkomsten georganiseerd voor de peer supporters binnen het UMCG. Daarnaast is in het voorjaar van 2017 een peer support training gegeven voor zorgprofessionals uit andere ziekenhuizen. De belangstelling hiervoor was groot. Het peer supportprogramma wordt in 2018 gecontinueerd. 

Samenhang incidenten, calamiteiten en onderzoek overleden patiënten
De Commissie Onderzoek Overleden Patiënten (COOP) screent de dossiers van alle overleden patiënten in het UMCG of er aanwijzingen zijn van onvolkomenheden in de zorg. De COOP fungeert daarmee als vangnet voor mogelijk niet gemelde potentiële calamiteiten. Mocht een casus daartoe aanleiding geven, dan overlegt de COOP met het betrokken afdelingshoofd of deze niet alsnog aan de Commissie Calamiteiten Patiëntenzorg (CCP) ter beoordeling moet worden voorgelegd. In april 2017 vond een bijeenkomst plaats georganiseerd vanuit de CCP in gezamenlijkheid met de Centrale Incident Meldingscommissie (CIM) en de COOP. Deze bijeenkomst werd bijgewoond door ruim 100 zorgprofessionals. Het bespreken van casuïstiek en bevindingen van de verschillende commissies draagt bij aan bewustwording van medewerkers ten aanzien van incidenten, complicaties en calamiteiten. Op deze wijze wordt bijgedragen aan het doel een open meldklimaat te bewerkstelligen.

2.1.11 Veiligheidsrondes

Eind 2015 is gestart met veiligheidsrondes in het UMCG. Tijdens een veiligheidsronde gaat een lid van de Raad van Bestuur samen met de directeur Medische Zaken, Kwaliteit & Veiligheid in gesprek met leidinggevenden en medewerkers over patiëntveiligheid van de afdeling die wordt bezocht. Veiligheidsrondes worden vooral uitgevoerd op patiëntgebonden afdelingen omdat daar de meeste risico’s voor de patiënt kunnen voorkomen. In 2017 zijn 19 veiligheidsrondes uitgevoerd. Verbeterpunten worden volgens de PDCA-cyclus (Plan-Do-Check-Act) omgezet in acties. In 2018 wordt in dezelfde frequentie doorgegaan met het houden van veiligheidsrondes.

2.1.12 Kenniscentrum Kwaliteit en Veiligheid

Het Kenniscentrum Kwaliteit en Veiligheid is van en voor UMCG-medewerkers om hen te ondersteunen in het continu verbeteren van de kwaliteit van zorg. Kennis op dit gebied is te vinden op de website van het kenniscentrum, waar ook goede voorbeelden staan die zijn aangeleverd door UMCG-medewerkers. Verder wordt kennis verspreid via presentaties, gesprekken, trainingen, opleidingen en via diverse adviesopdrachten. 

In 2017 lag de focus van het kenniscentrum op implementatie van kwaliteitsverbeteringen. Zo is de handleiding implementatie uitgewerkt en beschikbaar gesteld. Implementatie-expertise is ingebracht bij concrete verbeterprojecten, bij subsidieaanvragen, onderzoeksprojecten en tevens bij het opleiden van ambassadeurs. Dit wordt in 2018 voortgezet. 

Vanuit het kenniscentrum wordt in 2018 een belangrijke bijdrage geleverd aan het ontwikkelen van Waardegedreven Zorg, startend met vier proeftuinen. Landelijk is het kenniscentrum actief in het NFU-consortium Kwaliteit van Zorg en wordt bijgedragen aan de Citrienprogramma’s ‘Sturen op Kwaliteit’ en ‘Naar regionale oncologienetwerken’.

Het onderzoek van het kenniscentrum is ingebed bij het onderzoeksprogramma LEARN. In 2018 wordt verder gewerkt aan onder andere het onderzoek naar motivatie van zorgprofessionals en de effectiviteit van clinical audits.

2.1.13 Crisisorganisatie UMCG

Het UMCG heeft een crisisorganisatie die in werking kan worden gesteld bij rampen of crises. Het doel van de crisisorganisatie is de continuïteit en veiligheid van zorgprocessen niet in gevaar te laten komen door snel en slagvaardig te handelen. De dienstdoende directeur heeft van de Raad van Bestuur het mandaat om daarvoor het crisisbeleidsteam bijeen te roepen om de gevolgen van crisissituaties en de te nemen maatregelen in kaart te brengen en de maatregelen in gang te (laten) zetten.

Overzicht incidenten
In 2017 hebben zich in het UMCG vier incidenten en vier onderhoudssituaties voorgedaan waarbij het crisisbeleidsteam bijeen is geweest. Wat betreft incidenten ging het om een uitbraak van VRE (Vancomycine-Resistente Enterococcen), twee ICT-storingen en een telefoonstoring. De onderhoudssituaties waarbij het crisisbeleidsteam bijeenkwam waren twee noodstroomtesten, een omschakeling van een ICT-netwerk en de implementatie van het nieuwe EPD. Naar aanleiding van deze situaties zijn de benodigde maatregelen in gang gezet.
Ook in 2018 richt de crisisorganisatie zich op het consolideren van de bereikte resultaten, het aanscherpen van de afhandeling van rampen en crises en het ondersteunen van de organisatie bij de voorbereiding van sleutelfunctionarissen in de crisisorganisatie.

2.2 Onze patiënt als stakeholder

2.2.1 Leidende coalitie Patiëntenparticipatie

Gezien het toenemende belang van rechtstreekse participatie van patiënten bij het beleid van het UMCG, heeft de leidende coalitie Patiëntenparticipatie in april 2017 de opdracht gekregen een visie op patiëntenparticipatie te ontwikkelen waarbij patiënt en UMCG als partners gezien worden. De visie dient gericht te zijn op drie aspecten van patiëntenparticipatie namelijk (1) de zorg en dienstverlening in samenwerking met patiënt en naaste, (2) actieve betrokkenheid in het gehele wetenschappelijke onderzoeksproces en (3) actieve betrokkenheid van de patiënt en diens naasten bij beleid en governance binnen het UMCG. 

Patiëntenparticipatie geldt als een uitnodiging en inspiratie en niet als een plichtmatigheid. Het zien van de patiënt als volwaardige partner vraagt om een cultuuromslag van zowel patiënten als ook van de professionals en het management. 

De leidende coalitie heeft een scope van vijf jaren en is breed samengesteld met medewerkers vanuit de diverse kerntaken van de organisatie, waarbij ook de patiënt vertegenwoordigd is door deelname vanuit de Cliëntenraad. In 2018 ligt de focus op patiëntenparticipatie en wetenschappelijk onderzoek. Tegelijkertijd ontwikkelt het thema patiëntenparticipatie zich als een weefdraad door belangrijke beleidsthema's binnen het UMCG. Te denken valt aan thema's zoals Samen beslissen, E-Health, Patiënt Empowerment en Waardegedreven zorg (VBHC).

2.2.2 Patiëntgerichtheid

De patiënt is voor het UMCG een belangrijke partner in kwaliteitsverbetering. Het UMCG staat open voor ideeën van de patiënt en maakt graag gebruik van de kennis, ervaring en expertise van de patiënt(en verenigingen). Dit gebeurt op verschillende manieren. Er zijn kwantitatieve raadplegingen, waarvan de CQi-Z een (gevalideerd en) goed voorbeeld is. Daarnaast zijn er kwalitatieve raadplegingen. Voorbeelden hiervan zijn spiegelgesprekken, focusgesprekken en zorgvernieuwing trajecten. Ook wordt met patiënten samengewerkt in klankbordgroepen. In de verbetering van de kwaliteit van de zorg gaan al deze vormen hand in hand. 
In 2017 hebben zes spiegelbijeenkomsten plaatsgevonden en één focusbijeenkomst. Er zijn vier samenwerkingsprojecten gestart met daarnaast een ‘lessons learned’-sessie waarin de geleerde ervaringen gedeeld werden.

Op enkele afdelingen wordt gewerkt met Positive Patient Perspective, een digitale tool waarmee teams door middel van korte vragenlijsten ervaringen meten bij hun patiënten en de terugkoppeling realtime plaatsvindt. (Patiënt)ervaringen die binnen komen via social media of ‘Vertel het ons’ worden sinds 2016 gebundeld met als doel thematisch verbeteracties te kunnen destilleren.

2.2.3 Consumer Quality index Ziekenhuis (CQi-Z)

In het voorjaar van 2017 is voor het vijfde achtereenvolgende jaar de CQi-Z in NFU-verband uitgezet. Voor het UMCG zijn 17.000 patiënten benaderd die in de periode 1 oktober 2017 tot 31 maart 2018 voor een poliklinisch bezoek of een (dag)opname in het UMCG zijn geweest. Voor de poliklinische zorg deden 38 specialismen mee, en voor ziekenhuisopname 25. Naast de CQi-Z zijn ook specifieke CQ-vragenlijsten uitgezet bij cliënten van het Centrum voor Tandheelkunde en Mondzorgkunde, patiënten van de afdelingen Spoedeisende Hulp en Radiologie en stomapatiënten binnen de afdelingen Urologie en Chirurgie. 

Het responspercentage op het onderzoek was evenals de voorgaande jaren circa 30%. Rapportcijfers die patiënten gaven waren zowel voor het gehele UMCG als voor de zorg tijdens de ziekenhuisopname een 8,4. Voor de poliklinische zorg kreeg het UMCG een 8,5. Overall laten de uitkomsten over de afgelopen vijf jaren een stijgende trend zien. De meeste afdelingen maken een analyse en gebruiken de uitkomsten als managementinformatie en om eventuele verbetermaatregelen en/of aanvullend onderzoek uit te zetten. 

In 2017 is een landelijke NFU-projectgroep ‘Gezamenlijk patiëntervaringsonderzoek UMC’s’ ingesteld om te komen tot een vervolg op de CQ-vragenlijst, die veelal als te lang en te streng wordt ervaren. Dit heeft, na het doen van een inventarisatie binnen de UMC’s, geleid tot een advies aan het College Medisch Directeuren en vervolgens aan de NFU-commissie Opleiding & Patiëntenzorg. In het najaar van 2017 is door een deel van de projectgroep gewerkt aan de opzet van een nieuwe vragenlijst die gebaseerd wordt op de vragenlijst zoals opgesteld door het Picker Institute Europe. Omdat deze nieuwe vragenlijst niet gereed is voor een uitvraag in 2018, wordt in het voorjaar van 2018 nogmaals de huidige CQi-Ziekenhuis uitgezet. In het voorjaar van 2019 wordt gemeten met de nieuwe vragenlijst waarbij de inzet is dat de lijst goed bruikbaar is voor de verbetering van de zorgkwaliteit en kan dienen als interne en externe benchmark. Hierbij staat patiëntgerichtheid met daarbij de speerpunten ‘de patiënt als partner’ en ‘interprofessionele samenwerking’ voorop. 

2.2.4 Wachttijden

Net als ieder ziekenhuis heeft het UMCG te maken met wachttijden. Door allerlei oorzaken zoals bijvoorbeeld meer vraag dan aanbod, de beperkt beschikbare capaciteit, een tekort aan bepaalde medisch specialismen in de regio (arbeidsmarktschommelingen) of door onverwachte omstandigheden (ziekte, technische problemen) zijn wachttijden onvermijdelijk. Daarnaast is ook de (voorbereiding op de) invoering van het nieuwe EPD de afgelopen periode van invloed geweest op de wachttijden van het UMCG, waarbij spoedzorg en academische zorg (waaronder oncologische zorg) zijn ontzien. 

De wachttijden verschillen per specialisme, maar ook per behandeling en deze worden op de website van het UMCG vermeld (klik hier voor de wachttijden). Ze geven een gemiddelde weer en worden normaal gesproken iedere maand bijgewerkt zodat altijd recente gegevens per indicatie beschikbaar zijn. 

Patiënten die acute medische zorg nodig hebben, krijgen die zorg met voorrang. In de andere gevallen bepaalt de specialist op grond van de doorverwijzing van de huisarts of en hoe snel een patiënt gezien moet worden op de polikliniek. Daarnaast kan de specialist bij of na een eerste bezoek aan de polikliniek intern aangeven of de behandeling van betreffende patiënt hoge prioriteit heeft, waarna geprobeerd wordt de wachttijd zo veel mogelijk te verkorten. 

In 2017 was sprake van hoge wachttijden voor de specialismen Oogheelkunde en Allergologie door een tekort aan zorgprofessionals in de regio Noord-Nederland en ook in de rest van Nederland. De wachttijden voor Klinische Genetica, pijnbehandeling en Psychiatrie waren hoog en liepen verder op als gevolg van een combinatie van factoren, waaronder een tekort aan zorgprofessionals. Het betreft zowel een tekort aan medisch specialisten als aan verpleegkundigen.

2.2.5 Klachten 2017

Wanneer een patiënt een vraag of een klacht heeft over de verleende zorg of andere zaken die het UMCG betreffen, zijn er verschillende mogelijkheden om deze kenbaar te maken. Patiënten kunnen direct op de afdeling terecht met hun vragen, opmerkingen of klachten. Wanneer de onvrede van de patiënt daar niet kan worden weggenomen of de klacht meer van algemene aard is, kan de patiënt via de afdeling Patiëntinformatie & Klachtopvang zijn klacht kenbaar maken. Wanneer ook dit niet tot het gewenste resultaat leidt, of als de klager een meer formele weg wil bewandelen, kan een schriftelijke klacht worden ingediend bij de onafhankelijke Klachtenfunctionaris. Als de patiënt van mening is dat de behandeling van de klacht door de Klachtenfunctionaris niet of onvoldoende heeft geholpen, kan de Klachtencommissie de klacht in behandeling te nemen. Overigens staat deze route te allen tijde open voor de patiënt, ook al tijdens bemiddeling door de Klachtenfunctionaris.

In de klachtenregeling UMCG is vastgelegd op welke wijze klachten worden behandeld. Op grond van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen in de zorg (Wkkgz) is in 2017 een nieuw klachtenreglement vastgesteld. In dit reglement is ook de te bewandelen weg naar een externe geschillencommissie vastgelegd. Vooralsnog is besloten de interne klachtencommissie in stand te houden en de werkzaamheden van de commissie in 2019 te evalueren.

De mogelijkheid van het indienen van een klacht wordt kenbaar gemaakt in algemene folders en brochures en via de website van het UMCG. Daarnaast staat de klachtenregeling voor patiënten uitgelegd in de brochure ‘Klachtenregeling’.

Patiëntinformatie & Klachtenopvang
Bij de afdeling Patiëntinformatie & Klachtopvang komen informatievragen, opmerkingen en klachten binnen via telefoon, e-mail en sociale media. Het totaal aantal klachten en signalen in 2017 was 332 ten opzichte van 300 in 2016 (zie tabel 2.2 hieronder). Vanaf 2017 is het UMCG aangesloten bij de Geschillencommissie. Ten opzichte van 2016 is dus een toename zichtbaar van het totaal aantal klachten en signalen via dit portaal. Deze ontwikkeling hangt mogelijk samen met het feit dat patiënten tegenwoordig een minder grote drempel ervaren om een klacht in te dienen. De verdere ontwikkeling van sociale media lijkt hier aan bij te dragen. Daarnaast neemt de afhandeling van klachten in intentie toe, waardoor de afwikkeling meer tijd in beslag neemt. Het maken van goede afspraken, voorlichting, bejegening en de wijze van communiceren blijven centrale onderwerpen. Dit geldt niet alleen voor artsen, maar ook voor verpleegkundigen en baliemedewerkers. Goede communicatie schept duidelijkheid; onduidelijkheid is vaak de bron voor onvrede.

Tabel 2.2 - Totaal aantal klachten en signalen 2016-2017

Tabel 2.2 - Totaal aantal klachten en signalen 2016-2017
  2016 2017
Totaal aantal klachten en signalen via Patiënteninformatie & Klachtopvang 300 332
Totaal aantal klachten en signalen via de Klachtenfunctionaris 199 192
Totaal aantal klachten en signalen via Klachtencommissie 16 6
Totaal aantal klachten Geschillencommissie - -

De klachtenfunctionaris
Naast het zoeken van oplossingen voor klachten tussen klager en zorgverlener, stelt de klachtenfunctionaris zich ten doel een bijdrage te leveren aan de kwaliteit van zorg in het UMCG. Patiënten die een klachtbrief schrijven doen dit veelal om excuses te vragen, willen voorkomen dat hetzelfde bij andere patiënten gebeurt en dat er daadwerkelijk iets wordt verbeterd. Soms wordt een schadevergoeding gevraagd. In dat geval wordt de klager doorverwezen naar de UMC-staf Juridische Zaken. De klager krijgt altijd een schriftelijke reactie op zijn klacht. De bemiddeling wordt steeds vaker afgesloten met een persoonlijk gesprek tussen de klager, de betrokken zorgverlener(s) en de klachtenfunctionaris. In 2017 was er sprake van een lichte afname ten aanzien van het totaal aantal klachten en signalen via de klachtenfunctionaris. Daarnaast is het aantal klachten en signalen via de klachtencommissie het afgelopen jaar sterk afgenomen. Mogelijkerwijs betekent de laatstgenoemde afname dat klachten en signalen in een eerder stadium tot tevredenheid worden afgehandeld. Communicatie tussen het betrokken personeel en de patiënt blijft qua aantal klachten op de eerste plaats staan.

Klachtencommissie
In 2017 heeft de Klachtencommissie zes klachtbrieven ontvangen waarvan drie in behandeling zijn genomen, twee zijn ingetrokken en één is doorgezonden ter behandeling als schadeclaim. De klachten waarover in 2017 door de klachtencommissie een uitspraak is gedaan, hadden onder andere betrekking op communicatie en medisch- en verpleegkundig handelen.

Bij uitspraken over klachten heeft de klachtencommissie in een aantal gevallen een advies aan de Raad van Bestuur gegeven. De Raad van Bestuur constateert dat in het algemeen de systematiek van het terug laten vloeien van de resultaten van de klachtafhandeling naar de afdeling een goede impuls geeft aan de kwaliteitsverbetering en dat de PDCA-cyclus hierbij gevolgd wordt bij het afhandelen van de klachten.

Aansprakelijkheidsclaims
Het totaal aantal aansprakelijkheidsclaims bedroeg in 2017 39. Aan het eind van het jaar waren 24 aansprakelijkheidsclaims onafgerond en in behandeling.

2.3 Actuele ontwikkelingen in het zorgproces

Om niet de behandeling, maar de patiënt centraal te stellen, is het bieden van geïntegreerde zorg van belang. Hiervoor is een toenemende samenwerking en afstemming intern en extern tussen diverse zorgorganisaties en ketenpartners nodig. Zorgverzekeraars onderschrijven en stimuleren ook veranderingen in deze richting. De traditionele generieke eerstelijnszorg (huisarts) en de specialistische tweedelijnszorg (ziekenhuis) raken steeds meer geïntegreerd om de vraag van de patiënt sneller en beter te kunnen beantwoorden. E-health speelt hierbij een belangrijke rol. De huisartsen werken samen met specialisten in de ziekenhuizen (verticale ketenzorg) en meerdere medische disciplines werken samen in de centra voor anderhalvelijnszorg en in ziekenhuizen (horizontale ketenzorg). Complexe zorg vindt plaats in het UMCG, de basiszorg toenemend daarbuiten. Netwerkvorming en het organiseren van geïntegreerde zorg wordt steeds belangrijker. Het UMCG vormt samen met andere zorgaanbieders én de patiënt in toenemende mate een gezondheidszorgnetwerk in Groningen met als uitgangspunt het bieden van de juiste zorg, op het juiste moment, op de juiste plaats. In paragraaf 1.6 worden  een aantal succesvolle voorbeelden van innovatieve zorgnetwerken toegelicht. Naast samenwerking streeft het UMCG naar continue verbetering van de kwaliteit van de patiëntenzorg. Daarbij staat kwaliteit en veiligheid uiteraard voorop naast wetenschappelijke onderbouwing en samenwerking/afstemming in de keten. Voorbeelden van succesvolle innovatie in de patiëntenzorg in 2017:

  • Voor het eerst is een afgekeurde, maar door de perfusiemachine geoptimaliseerde donorlever succesvol getransplanteerd bij een patiënt in het UMCG.
  • Voor het eerst is een experimentele therapie ingezet bij een agressieve vorm van  lymfeklierkanker, waarbij de afweercellen van de patiënt genetisch zijn veranderd 
  • Voor het eerst is een kind succesvol geopereerd aan een aangeboren hartafwijking via een kleine opening (sleutelgat) in de borstkas 
  • In een samenwerking met het Prins Claus Conservatorium is met een onderzoek op drie chirurgische afdelingen in het UMCG aangetoond dat patiënten na een operatie minder pijn ervaren wanneer ze hebben geluisterd naar live muziek. 
  • In het BKZ is het voedingsspel ‘De reis van 5’ geïntroduceerd om de veelal slechte voedingstoestand bij kinderen met kanker te kunnen verbeteren. 
  • Er is een succesvol leefstijlprogramma gestart voor getransplanteerde patiënten in ons revalidatiecentrum Beatrixoord om gezondheidsproblemen te voorkomen en gezond ouder te worden.  
  • Er is een samenwerking met het UMCU aangegaan in de zorg voor patiënten met aangeboren hartafwijkingen die erop gericht is om een multidisciplinair centrum met twee volwaardige locaties tot stand te brengen.
  • Er is voor het eerst een succesvolle 3D bekkenreconstructie uitgevoerd  in het UMCG, als eerste ziekenhuis in Europa 
  • Vanuit het UMCG is één van in totaal acht nierteams aan huis van start gegaan om patiënten en hun naasten voorlichting te geven over de impact en behandeling van nierziekten.  
  • Op twee afdelingen (chirurgie en kinder-IC) is een technisch geneeskundige ingezet om de kwaliteit van zorg met behulp van technische middelen te optimaliseren. 
  • Er is een intensieve samenwerking in de zorg voor kinderen met kanker opgezet tussen het UMCG en het Prinses Maxima Centrum, met name gericht op de behandeling van kinderen met protonentherapie. Vanaf 2018 zullen de behandelingen van start gaan.