Jaarrekening

8.1.1 Geconsolideerde balans per 31 december 2017 (na resultaatbestemming)

  Ref. 31‑dec‑17   31‑dec‑16
ACTIVA   x € 1.000   x € 1.000
         
Vaste activa        
Immateriële vaste activa 1 33.523   7.803
Materiële vaste activa 2 587.288   531.281
Financiële vaste activa 3 22.014   21.312
Totaal vaste activa   642.825   560.396
         
Vlottende activa        
Voorraden 4 15.050   15.832
Onderhanden werk uit hoofde van DBC's / 5 48.987   53.092
DBC-zorgproducten        
Vorderingen uit hoofde van financieringstekort 6 381   25
Debiteuren en overige vorderingen 7 306.651   256.365
Liquide middelen 8 229.105   297.611
Totaal vlottende activa   600.174   622.925
         
Totaal activa   1.242.999   1.183.321

  Ref. 31‑dec‑17   31‑dec‑16
PASSIVA   x € 1.000   x € 1.000
         
Groepsvermogen 9      
Kapitaal   3.475   3.475
Bestemmingsreserves   146.098   147.009
Bestemmingsfondsen   1.411   1.411
Algemene en overige reserves   169.391   140.618
Aandeel derden   1.162   1.316
Totaal groepsvermogen   321.537   293.829
         
Voorzieningen 10 240.919   250.476
         
Langlopende schulden 11 298.233   252.669
         
Kortlopende schulden        
Schulden uit hoofde van financieringsoverschot 6 1.348   1.669
Overige kortlopende schulden 12 380.962   384.678
         
Totaal passiva   1.242.999   1.183.321

8.1.2 Geconsolideerde resultatenrekening over 2017

  Ref. 2017   2016
    x € 1.000   x € 1.000
BEDRIJFSOPBRENGSTEN        
Opbrengsten zorgprestaties 16 874.922   823.593
Subsidies 17 345.427   347.015
Overige bedrijfsopbrengsten 18 134.621   137.800
Som der bedrijfsopbrengsten   1.354.970   1.308.408
         
BEDRIJFSLASTEN        
Personeelskosten 19 857.733   815.513
Afschrijvingen op immateriële en materiële vaste activa 20 60.558   54.234
Bijzondere waardeverminderingen van vaste activa 21 -   -
Overige bedrijfskosten 22 398.002   412.882
Som der bedrijfslasten   1.316.293   1.282.629
         
BEDRIJFSRESULTAAT   38.677   25.779
Financiële baten en lasten 23 ‑10.326   ‑10.183
Resultaat deelnemingen 24 114   ‑165
RESULTAAT UIT GEWONE BEDRIJFSUITOEFENING   28.465   15.431
         
Vennootschapsbelasting (VPB) 25 ‑757   -
         
RESULTAAT NA VPB   27.708   15.431
Aandeel derden   154   -
         
RESULTAAT BOEKJAAR   27.862   15.431

RESULTAATBESTEMMING   2017   2016
Het resultaat is als volgt bestemd:   x € 1.000   x € 1.000
         
Bestemmingsreserves   ‑911   ‑13.223
Bestemmingsfondsen   -   -
Algemene en overige reserves   28.773   28.654
Aandeel derden   ‑154   -
    27.708   15.431
         

8.1.3 Geconsolideerd kasstroomoverzicht over 2017

  Ref.   2017     2016
    x € 1.000 x € 1.000   x € 1.000 x € 1.000
Kasstroom uit operationele activiteiten            
Bedrijfsresultaat 1.2   38.677     25.779
             
Aanpassingen voor:            
- afschrijvingen en overige waardeverminderingen 1.5.1/2 63.679     52.879  
- mutaties voorzieningen 1.5.10 ‑9.557     7.410  
- resultaat deelnemingen 1.8.24 114     -  
- vennootschapsbelasting (VPB) 1.8.25 ‑757     -  
- financiële vaste activa 1.5.3 1.698     ‑1.537  
      55.177     58.752
Veranderingen in vlottende middelen:            
- voorraden 1.5.4 782     ‑1.479  
- mutatie onderhanden werk uit hoofde van DBC's / DBC-zorgproducten 1.5.5 4.105     ‑11.629  
- vorderingen 1.5.7 ‑50.286     38.633  
- vorderingen/schulden uit hoofde van financieringstekort respectievelijk -overschot 1.5.6 ‑677     ‑20.732  
- kortlopende schulden (excl. schulden aan banken) 1.5.12 ‑7.958     26.604  
      ‑54.034     31.397
Kasstroom uit bedrijfsoperaties     39.820     115.928
             
Ontvangen interest 1.8.23 1.516     1.175  
Betaalde interest 1.8.23 ‑11.842     ‑11.396  
      ‑10.326     ‑10.221
Totaal kasstroom uit operationele activiteiten     29.494     105.707
             
Kasstroom uit investeringsactiviteiten            
Investeringen materiële vaste activa 1.5.2 ‑119.088     ‑115603  
Desinvesteringen materiële vaste activa 1.5.2 204     1733  
Investeringen immateriële vaste activa 1.5.1 ‑26.609     ‑7595  
Desinvesteringen immateriële vaste activa 1.5.1 87      -  
Kapitaalstortingen deelnemingen 1.5.3 ‑149     ‑679  
Verkoop deelnemingen 1.5.3 -     -  
Verstrekte leningen deelnemingen 1.5.3 ‑4.123     ‑4367  
Aflossing leningen u/g 1.5.3 1.872     1256  
Totaal kasstroom uit investeringsactiviteiten     ‑147.806     ‑125.255
             
Kasstroom uit financieringsactiviteiten            
Nieuw opgenomen leningen 1.5.11 67.678     50.281  
Aflossing langlopende schulden 1.5.11 ‑17.872     ‑28.410  
Kortlopend bankkrediet   -     -  
Totaal kasstroom uit financieringsactiviteiten     49.806     21.871
             
Mutatie geldmiddelen     ‑68.506     2.323
             
Stand geldmiddelen per 1 januari     297.611     295.288
Stand geldmiddelen per 31 december     229.105     297.611
Mutatie geldmiddelen     ‑68.506     2.323

* Het kasstroomoverzicht is opgesteld op basis van de indirecte methode.

8.1.4 Grondslagen van waardering en resultaatbepaling

8.1.4.1 Algemeen

Algemene informatie

Algemene informatie
Naam verslagleggende instelling: Universitair Medisch Centrum Groningen
Vestigingsplaats: Groningen
Adres: Hanzeplein 1, Groningen
Korte beschrijving hoofdactiviteiten: Uitvoeren onderzoek, valorisatie, leveren patiëntenzorg en het bieden van onderwijs en opleiding

Verslaggevingsperiode                                
Deze jaarrekening heeft betrekking op het boekjaar 2017 dat is geëindigd op balansdatum 31 december 2017. 
                                
Grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening                                
De jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de Regeling verslaggeving WTZi (RvW). De grondslagen die worden toegepast voor de waardering van activa en passiva en het resultaat zijn gebaseerd op historische kosten, tenzij anders vermeld in de verdere grondslagen. Met ingang van 2005 werken het Academisch Ziekenhuis Groningen (AZG) en de Faculteit der Medische Wetenschappen (FMW), onderdeel van de Rijksuniversiteit Groningen (RuG), samen in het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG). In 2007 heeft deze samenwerking verder gestalte gekregen door een volledige financiële samenvoeging van het AZG en de FMW. Dit kwam onder meer tot uitdrukking in de rechtspositionele overgang van FMW-medewerkers naar het AZG, alsmede een integratie van de overige financiële stromen. Dientengevolge zijn de financiële cijfers van de FMW met ingang van het boekjaar 2007 opgenomen in de  jaarrekening van het UMCG.  
                                
Continuïteitsveronderstelling                                
De jaarrekening is opgesteld uitgaande van de continuïteitsveronderstelling.  
                                
Herrubricering                                
De cijfers voor 2016 zijn, waar nodig, geherrubriceerd om vergelijkbaarheid met 2017 mogelijk te maken. Dit is toegelicht bij de posten.  De grondslagen van waardering en resultaatbepaling zijn ongewijzigd ten opzichte van voorgaand jaar.   
                                
Gebruik van schattingen                                
De opstelling van de jaarrekening vereist dat de Raad van Bestuur zich oordelen vormt, schattingen maakt en veronderstellingen doet die van invloed zijn op de toepassing van grondslagen en de gerapporteerde waarde van activa en de hoogte van verplichtingen en van baten en lasten. De daadwerkelijke uitkomsten kunnen afwijken van deze schattingen. De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden voortdurend beoordeeld. Herzieningen van schattingen worden opgenomen in de periode waarin de schatting wordt herzien en in toekomstige perioden waarvoor de herziening gevolgen heeft. De waarderingsgrondslagen met  betrekking tot de post voorzieningen en omzetbepaling DBC's inclusief onderhanden werk zijn het meest kritisch voor het weergeven van de financiële positie en vereisen schattingen en veronderstellingen.  
                                
Consolidatie                                
In de jaarrekening zijn overeenkomstig uniforme grondslagen volgens de integrale methode, de cijfers van de publiekrechtelijke rechtspersoon Academisch Ziekenhuis Groningen en de daaraan verbonden groepsmaatschappijen opgenomen.

In de geconsolideerde jaarrekening van het UMCG zijn de financiële gegevens verwerkt van de tot de groep behorende maatschappijen en andere rechtspersonen waarop overwegende zeggenschap kan worden uitgeoefend of waarover de centrale leiding wordt gevoerd. De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld met toepassing van de grondslagen voor de waardering en de  resultaatbepaling van het UMCG. Gegevens van geconsolideerde maatschappijen die andere grondslagen hanteren, zijn omgerekend naar de grondslagen van de rechtspersoon. Alleen wegens gegronde en in de toelichting vermelde redenen zijn in de geconsolideerde jaarrekening  afwijkende grondslagen gehanteerd.

De financiële gegevens van de groepsmaatschappijen met een 100% belang zijn volledig in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen onder eliminatie van de onderlinge verhoudingen en transacties. Bij een belang kleiner dan 100% zijn de financiële gegevens 100% geconsolideerd met een belang derden.

In de geconsolideerde jaarrekening zijn de volgende rechtspersonen betrokken:


Academisch Ziekenhuis Groningen     Hanzeplein 1 Groningen
Stichting BEA (Bewegen en Ademhalen)     Dilgtweg 5 Haren
Stichting Duizendpoot     Hanzeplein 1 Groningen
Stichting Prenatale Screening Noord-Oost Nederland     Hanzeplein 1 Groningen
Stichting RAV UMCG     Vriezerweg 10 Tynaarlo
waarin opgenomen:        
RAV UMCG B.V.     Vriezerweg 10 Tynaarlo
Medical Assistance International B.V.     Harselaarseweg 59 Barneveld
Stichting Triade     Hanzeplein 1 Groningen
waarin opgenomen:        
Hanzeholding B.V.     Hanzeplein 1 Groningen
  waarin opgenomen:      
  Hanzepoort B.V.   Hanzeplein 1 Groningen
    waarin opgenomen:    
    PTCG B.V. (44% belang) Hanzeplein 1 Groningen
  Hanzeborg B.V.   Hanzeplein 1 Groningen
  Hanzeadministraties B.V.   Hanzeplein 1 Groningen
  Hanzezorg B.V.   Hanzeplein 1 Groningen
UMCG Services B.V. (51% belang)     Hanzeplein 1 Groningen
UMCG Research B.V.     Hanzeplein 1 Groningen
waarin opgenomen:        
G-Cure B.V.     Hanzeplein 1 Groningen
Biomarker Bay B.V.     Hanzeplein 1 Groningen
Lifelines Databeheer B.V.     Bloemsingel 1 Groningen
waarin opgenomen:        
Medische Biobank Noord Nederland B.V.     Bloemsingel 1 Groningen
UMCG Zorg B.V.     Hanzeplein 1 Groningen
waarin opgenomen:        
Verloskundige Stadspraktijk B.V.     Hanzeplein 1 Groningen
B.V. Beatrixoord     Hanzeplein 1 Groningen
Universitair Centrum Esthetische Chirurgie B.V.     Hanzeplein 1 Groningen
SteriNoord B.V. (51% belang)     Jeverweg 3 Groningen
OZG B.V.     Jachtlaan 50 Delfzijl
waarin opgenomen:        
SteriNoord B.V. (16% belang)     Jeverweg 3 Groningen

Stichting Steunfonds UMCG is op basis van de consolidatievrijstelling in artikel 7 lid 6 Regeling verslaggeving WTZi niet geconsolideerd. Verder kent het UMCG de volgende steunstichtingen die niet worden geconsolideerd: stichting Vrienden van het UMCG en stichting Vrienden van het Beatrix Kinderziekenhuis.

Acquisities en desinvesteringen van groepsmaatschappijen  
Groepsmaatschapppijen zijn deelnemingen waarin UMCG een meerderheidsbelang heeft, of waarop op een andere wijze een beleidsbepalende invloed kan worden uitgeoefend. Participaties die zijn verworven uitsluitend met het doel om ze binnen afzienbare termijn te vervreemden, worden niet geconsolideerd.

Deelnemingen waarin overheersende zeggenschap kan worden uitgeoefend, worden in de enkelvoudige jaarrekening gewaardeerd volgens dezelfde grondslagen als deelnemingen waarin invloed van betekenis kan worden uitgeoefend. Het resultaat deelnemingen in de enkelvoudige winst- en verliesrekening omvat het aandeel van de onderneming in de resultaten van deelnemingen, na aftrek van belastingen. Resultaten op transacties waarbij overdracht van activa en passiva tussen de onderneming en haar deelnemingen en tussen deelnemingen onderling heeft plaatsgevonden, zijn geëlimineerd voor zover deze als niet gerealiseerd kunnen worden beschouwd.

Vanaf de overnamedatum worden de resultaten en de identificeerbare activa en passiva van de overgenomen vennootschap opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening. De overnamedatum is het moment dat overheersende zeggenschap kan worden uitgeoefend op de desbetreffende vennootschap.
De verkrijgingsprijs bestaat uit het geldbedrag of het equivalent hiervan dat is overeengekomen voor de verkrijging van de overgenomen onderneming vermeerderd met eventuele direct toerekenbare kosten. Indien de verkrijgingsprijs hoger is dan het nettobedrag van de reële waarde van de identificeerbare activa en passiva wordt het meerdere als goodwill geactiveerd onder de immateriële vaste activa. Indien de verkrijgingsprijs lager is dan het nettobedrag van de reële waarde van de identificeerbare activa en passiva, dan wordt het verschil (negatieve goodwill) als overlopende passiefpost opgenomen.

Negatieve goodwill valt vrij in de winst- en verliesrekening voor zover lasten en verliezen zich voordoen, indien hier bij de verwerking van de overname rekening mee is gehouden en deze lasten en verliezen betrouwbaar zijn te meten. Indien geen rekening is gehouden met verwachte lasten of verliezen, dan valt de negatieve goodwill vrij in overeenstemming met het gewogen gemiddelde van de resterende levensduur van de verworven afschrijfbare activa. Voor zover de negatieve goodwill uitkomt boven de reële waarde van de geïdentificeerde niet-monetaire activa wordt het meerdere direct in de winst- en verliesrekening verwerkt.

De maatschappijen die in de consolidatie betrokken zijn, blijven in de consolidatie opgenomen tot het moment dat zij worden verkocht; deconsolidatie vindt plaats op het moment dat de beslissende zeggenschap wordt overgedragen.

Een overeengekomen mogelijke aanpassing van de verkrijgingsprijs die afhankelijk is gesteld van toekomstige gebeurtenissen wordt opgenomen in de verkrijgingsprijs zodra de aanpassing waarschijnlijk is en het bedrag ervan betrouwbaar kan worden bepaald. Een dergelijke aanpassing resulteert ook in een aanpassing van de (positieve of negatieve) goodwill met terugwerkende kracht. Ook is het mogelijk dat een eerdere schatting van de aanpassing van de verkrijgingsprijs moet worden herzien. Dergelijke aanpassingen van de verkrijgingsprijs, die worden verwerkt als schattingswijzigingen, resulteren ook in aanpassingen van de bepaalde (positieve of negatieve) goodwill . De aangepaste goodwill wordt prospectief afgeschreven vanaf het moment van de wijziging van de verkrijgingsprijs. Vergelijkende cijfers worden niet aangepast.

Verbonden rechtspersonen
Transacties met verbonden partijen worden toegelicht voor zover deze niet onder normale marktvoorwaarden zijn aangegaan. Van deze transacties wordt de aard en de omvang van de transactie en andere informatie die nodig is voor het verschaffen van het inzicht toegelicht. Naast de genoemde groepsmaatschappijen opgenomen in consolidatie, is sprake van de volgende verbonden partijen:

  • Stichting Business Generator Groningen (een initiatief van UMCG, RUG en Rabobank). Het UMCG heeft één van de drie bestuurszetels.
  • Apotheek A15 Holding B.V., joint venture.

8.1.4.2 Grondslagen van waardering van activa en passiva

De toelichtingen op de mutaties in de balans en de resultatenrekening staan hoofdzakelijk vermeld in de geconsolideerde jaarrekening. Toelichtingen in de balans en resultatenrekening zijn in de jaarrekening genummerd. De jaarrekening wordt gepresenteerd in euro’s, wat ook de functionele valuta is van het UMCG. Alle financiële informatie in euro’s is afgerond op het dichtstbijzijnde duizendtal.

Activa en passiva
Activa en passiva worden tegen verkrijgingsprijs of vervaardigingsprijs opgenomen, tenzij anders vermeld inde grondslagen.

Een actief wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen naar het UMCG zullen toevloeien en de waarde daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld. Activa die hier niet aan voldoen worden niet in de balans opgenomen, maar worden verantwoord als niet in de balans opgenomen verplichtingen.

Een verplichting wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de afwikkeling daarvan gepaard zal gaan met een uitstroom van middelen die economische voordelen in zich bergen en de omvang van het bedrag daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld. Onder verplichtingen worden mede voorzieningen begrepen. Verplichtingen die hier niet aan voldoen worden niet in de balans opgenomen, maar worden verantwoord als niet in de balans opgenomen verplichtingen.

Een in de balans opgenomen actief of verplichting blijft op de balans, als een transactie (met betrekking tot het actief of de verplichting) niet leidt tot een belangrijke verandering in de economische realiteit met betrekking tot het actief of de verplichting. Dergelijke transacties geven evenmin aanleiding tot het verantwoorden van resultaten. Bij de beoordeling of er sprake is van een belangrijke verandering in de economische realiteit wordt uitgegaan van de economische voordelen en risico’s die zich naar waarschijnlijk in de praktijk zullen voordoen, en niet op voordelen en risico’s waarvan redelijkerwijze niet te verwachten is dat zij zich voordoen.

Een actief of verplichting wordt niet langer in de balans opgenomen indien een transactie ertoe leidt dat alle of nagenoeg alle rechten op economische voordelen en alle of nagenoeg alle risico's met betrekking tot het actief of de verplichting aan een derde zijn overgedragen. De resultaten van de transactie worden in dat geval direct in de winst-en-verliesrekening opgenomen, rekening houdend met eventuele voorzieningen die dienen te worden getroffen in samenhang met de transactie. Indien de weergave van de economische realiteit ertoe leidt dat het opnemen van activa waarvan de rechtspersoon niet het juridisch eigendom bezit, wordt dit feit vermeld.


Immateriële vaste activa en materiële vaste activa
De immateriële en materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs onder aftrek van cumulatieve afschrijvingen en cumulatieve bijzondere waardeverminderingen. De afschrijvingstermijnen van immateriële en materiële vaste activa zijn gebaseerd op de verwachte gebruiksduur van het vast actief.

De afschrijvingen worden berekend als een percentage van de aanschafprijs volgens de lineaire methode op basis van de economische levensduur. Op bedrijfsterreinen en op onderhanden projecten en vooruitbetalingen op materiële vaste activa wordt niet afgeschreven. De volgende afschrijvingspercentages worden hierbij gehanteerd:

  • Immateriële vaste activa: 10% - 33%.
  • Bedrijfsgebouwen en terreinen: 0% - 10%.
  • Machines en installaties: 5% - 10%.
  • Andere vaste bedrijfsmiddelen, technische en administratieve uitrusting: 10% - 33%.

Voor zover subsidies of daaraan gelijk te stellen vergoedingen zijn ontvangen als eenmalige bijdrage in de afschrijvingskosten, zijn deze in mindering gebracht op de investeringen.

Materiële vaste activa
De materiële vaste activa die op basis van OCW- of DHAZ- convenant, dan wel WZV- vergunning of WTG zijn gefinancierd, zijn gewaardeerd tegen aanschaffings-, vervaardigings- of goedgekeurde kosten minus jaarlijkse afschrijvingen met vaste percentages van die kosten conform de desbetreffende beleidsregels, danwel berekend over de geschatte (kortere) economische levensduur.  

De materiële vaste activa die behoren tot de niet OCW/DHAZ/WZV/WTG- gefinancierde vaste activa zijn gewaardeerd tegen aanschaffingskosten dan wel lagere bedrijfswaarde. Daarbij zijn de materiële vaste activa die met bijdragen van derden dan wel eigen financiering zijn bekostigd, volgens de netto methode in de balans gepresenteerd. De afschrijvingspercentages die gebruikt zijn, staan vermeld in de toelichting op de geconsolideerde balans in de mutatieoverzichten materiële vaste activa.

Mede vanwege de publieke functies van umc's hebben umc's en de betrokken ministeries (VWS en OCW) eind 2003 een convenant DHAZ (Decentralisatie Huisvesting Academische Ziekenhuizen) gesloten. Op basis van dit convenant zijn sindsdien de kapitaallasten van de umc's gefinancierd, naast de dekking vanuit het B-segment en de overige opbrengsten. In 2012 heeft de NZa een beleidsregel geïntroduceerd, met ingangsdatum 1-1-2013, betreffende de financiering van kapitaallasten (beleidsregel CU 2099 -Beschikbaarheidbijdrage kapitaallasten academische zorg universitaire medische centra). De kapitaallasten publieke functies blijven afzonderlijk bekostigd. De overige kapitaallasten moeten worden gedekt uit de (DOT) opbrengsten. Tot 2017 geldt een landelijke overgangsregeling. 

De investeringen in facultaire gebouwen worden gedaan door de RuG. De kapitaallasten voor deze facultaire gebouwen worden op grond van de financiële afspraken tussen UMCG en RUG dan ook vergoed door de RUG.

Op basis van de huidige inzichten verwacht het UMCG dat de kapitaallasten na 2017 adequaat bekostigd blijven. Vanuit DOT, overige opbrengsten en de bekostiging van de publieke functie worden voldoende middelen verwacht om toekomstige kapitaallasten voor de huidige activa te kunnen dekken. 

Voor verkoop beschikbare activa worden gewaardeerd tegen boekwaarde of lagere opbrengstwaarde.

Bijzondere waardeverminderingen vaste activa
Vaste activa met een lange levensduur worden beoordeeld op bijzondere waardeverminderingen wanneer wijzigingen of omstandigheden zich voordoen die doen vermoeden dat de boekwaarde van een actief niet terugverdiend zal worden. De terugverdienmogelijkheid van activa die in gebruik zijn, wordt bepaald door de boekwaarde van een actief te vergelijken met de geschatte contante waarde van de toekomstige netto kasstromen die het actief naar verwachting zal genereren. Wanneer de boekwaarde van een actief hoger is dan de geschatte contante waarde van de toekomstige kasstromen, worden bijzondere waardeverminderingen verantwoord voor het verschil tussen de boekwaarde en de realiseerbare waarde. In 2017 heeft geen afwaardering (impairment) plaatsgevonden van de vaste activa. 

Financial lease
De materiële vaste activa waarvan het UMCG krachtens een financiële leaseovereenkomst het economische eigendom heeft, wordt geactiveerd. De uit de financiële leaseovereenkomst voortkomende verplichting wordt als schuld verantwoord. De in de toekomstige leasetermijnen begrepen interest wordt gedurende de looptijd van de financiële leaseovereenkomst ten laste van het resultaat gebracht.

Financiële vaste activa
Deelnemingen in groepsmaatschappijen en overige deelnemingen waarin invloed van betekenis kan worden uitgeoefend, worden gewaardeerd volgens de nettovermogenswaardemethode. Invloed van betekenis wordt in ieder geval verondersteld aanwezig te zijn bij het kunnen uitbrengen van 20% of meer van de stemrechten. De nettovermogenswaarde wordt berekend volgens de grondslagen die gelden voor deze jaarrekening; voor deelnemingen waarvan onvoldoende gegevens beschikbaar zijn voor aanpassing aan deze grondslagen, wordt uitgegaan van de waarderingsgrondslagen van de desbetreffende deelneming. Deelnemingen waarop geen invloed van betekenis kan worden uitgeoefend, worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs. Indien sprake is van een duurzame waardevermindering vindt waardering plaats tegen deze lagere waarde; afwaardering vindt plaats ten laste van de resultatenrekening. Indien sprake is van een stellig voornemen tot afstoting vindt waardering plaats tegen de eventuele lagere verwachte verkoopwaarde. Indien de onderneming een actief of een passief overdraagt aan een deelneming die wordt gewaardeerd op verkrijgingsprijs of actuele waarde, wordt de winst of het verlies voortvloeiend uit deze overdracht direct en volledig in de geconsolideerde resultatenrekening verwerkt, tenzij de winst op de overdracht in wezen niet is gerealiseerd.

De leningen aan niet-geconsolideerde deelnemingen worden opgenomen tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve rentemethode, verminderd met bijzondere waardeverminderingsverliezen.

Ten aanzien van de onder de financiële vaste activa opgenomen langlopende leningen u/g is rekening gehouden met eventueel lagere waardering uit hoofde van oninbaarheid.

Dividenden worden verantwoord in de periode waarin zij betaalbaar worden gesteld. Rentebaten worden verantwoord in de periode waartoe zij behoren, rekening houdend met de effectieve rentevoet van de desbetreffende post. Eventuele winsten of verliezen worden verantwoord onder de financiële baten en lasten.

De grondslagen voor overige financiële vaste activa zijn toegelicht in het hoofdstuk Financiële Instrumenten.

Financiële instrumenten
Financiële instrumenten omvatten handels- en overige vorderingen, geldmiddelen, (verstrekte) leningen en overige financieringsverplichtingen, handelsschulden en overige te betalen posten. In de jaarrekening zijn de volgende categorieën financiële instrumenten opgenomen: handelsportefeuille (financiële activa en verplichtingen), gekochte leningen, verstrekte leningen en overige vorderingen en overige financiële verplichtingen. Financiële instrumenten omvatten tevens in contracten besloten afgeleide financiële instrumenten (derivaten). Ultimo 2017 beschikt het UMCG niet over dergelijke financiële instrumenten.

Een financieel actief of een financiële verplichting wordt in de balans opgenomen op het moment dat contractuele rechten of verplichtingen ten aanzien van dat instrument ontstaan. Een financieel instrument wordt niet langer in de balans opgenomen indien een transactie er toe leidt dat alle of nagenoeg alle rechten op economische voordelen en alle of nagenoeg alle risico's met betrekking tot de positie aan een derde zijn overgedragen. Een aankoop of verkoop volgens standaard marktconventies wordt per categorie financiële activa en financiële verplichtingen stelselmatig in de balans opgenomen of niet langer opgenomen op de transactiedatum (datum van aangaan van bindende overeenkomst) / de leveringsdatum (datum van overdracht).

Financiële instrumenten, inclusief de van de basiscontracten gescheiden afgeleide financiële instrumenten, worden bij de eerste opname verwerkt tegen reële waarde, waarbij (dis)agio en de direct toerekenbare transactiekosten in de eerste opname worden meegenomen. Indien instrumenten bij de vervolgwaardering niet worden gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de resultatenrekening, maken eventuele direct toerekenbare transactiekosten deel uit van de eerste waardering. In contracten besloten financiële instrumenten die niet worden gescheiden van het basiscontract, worden verwerkt in overeenstemming met het basiscontract. Na de eerste opname worden financiële instrumenten op de hierna beschreven manier gewaardeerd.

Een financieel actief en een financiële verplichting worden gesaldeerd indien het UMCG beschikt over een deugdelijk juridisch instrument om het financiële actief en de financiële verplichting gesaldeerd af te wikkelen en de vennootschap het stellige voornemen heeft om het saldo als zodanig netto of simultaan af te wikkelen. Indien sprake is van een overdracht van een financieel actief dat niet voor verwijdering uit de balans in aanmerking komt, wordt het overgedragen actief en de daarmee samenhangende verplichting niet gesaldeerd.

Indien financiële instrumenten worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, worden de effectieve rente en eventuele bijzondere waardeverminderingsverliezen direct in de winst- en verliesrekening verwerkt.   

Verstrekte leningen en overige vorderingen
Verstrekte leningen en overige vorderingen worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve-rentemethode, verminderd met bijzondere waardeverminderingsverliezen.

Overige financiële verplichtingen
Langlopende en kortlopende schulden en overige financiële verplichtingen worden na eerste opname gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve rentemethode. De aflossingsverplichtingen voor het komend jaar van de langlopende schulden worden opgenomen onder kortlopende schulden.

Financiële instrumenten die deel uitmaken van een handelsportefeuille
Financiële instrumenten (activa en verplichtingen) die worden aangehouden voor handelsdoeleinden worden gewaardeerd tegen de reële waarde en wijzigingen in die reële waarde worden verantwoord in de winst- en verliesrekening. In de eerste periode van waardering worden toerekenbare transactiekosten als last in de resultatenrekening verwerkt. In 2017 is hiervan geen sprake voor het UMCG.

Gekochte leningen en obligaties
Gekochte leningen en obligaties waarvan de instelling de intentie heeft deze tot het einde van de looptijd aan te houden, en hiertoe ook in staat is, worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve rentemethode, verminderd met bijzondere waardeverminderingsverliezen. In 2017 is hiervan geen sprake voor het UMCG.

Reële waarde
De reële waarde van de meeste in de balans verantwoorde financiële instrumenten, waaronder vorderingen, effecten, liquide middelen en lang- en kortlopende schulden is het bedrag waarvoor een actief kan worden verhandeld of een passief kan worden afgewikkeld tussen ter zake goed geïnformeerde partijen, die tot een transactie bereid en van elkaar onafhankelijk zijn. De reële waarde van een lening is gelijk aan de contante waarde van toekomstige kasstromen gebaseerd op de rente die per balansdatum zou gelden voor gelijksoortige leningen vermeerderd met een risicopremie voor iedere individuele lening.

Voorraden
De voorraden worden gewaardeerd tegen kostprijs op basis van FIFO-methode of lagere opbrengstwaarde. De kostprijs bestaat uit de verkrijgings- of vervaardigingsprijs vermeerderd met overige kosten om de voorraden op hun huidige plaats en in hun huidige staat te brengen. De opbrengstwaarde is gebaseerd op de meest betrouwbare schatting van het bedrag dat de voorraden maximaal zullen opbrengen, onder aftrek van nog te maken kosten.

Onderhanden werk dbc's/dbc zorgproducten
Het onderhanden werk uit hoofde van DBC's / DBC-zorgproducten wordt gewaardeerd tegen de opbrengstwaarde of de vervaardigingsprijs, zijnde de afgeleide verkoopwaarde van de reeds bestede verrichtingen. De productie van het onderhanden werk is bepaald door de openstaande verrichtingen te koppelen aan de DBC's / DBC-zorgproducten die ultimo boekjaar open stonden. Op het onderhanden werk worden de voorschotten die ontvangen zijn van verzekeraars in mindering gebracht.

Vorderingen
De eerste waardering van vorderingen is tegen reële waarde, inclusief transactiekosten. De vervolgwaardering van vorderingen is tegen geamortiseerde kostprijs. Een voorziening wordt getroffen op de vorderingen op grond van verwachte oninbaarheid. Een vordering uit hoofde van financieringstekorten of een schuld uit hoofde van financieringsoverschotten is het aan het einde van het boekjaar bestaande verschil tussen het wettelijk budget voor aanvaardbare kosten en de ontvangen voorschotten en de in rekening gebrachte vergoedingen voor diensten en verrichtingen ter dekking van het wettelijk budget (artikel 6 Regeling verslaggeving WTZi).

Liquide middelen 
Liquide middelen bestaan uit kas-, banktegoeden en direct opeisbare deposito's met een looptijd korter dan twaalf maanden. Rekening-courant schulden bij banken zijn gesaldeerd opgenomen onder de liquide middelen (in één rentecompensabel stelsel).  Liquide middelen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Liquide middelen die naar verwachting langer dan 12 maanden niet ter beschikking staan van de onderneming, worden gerubriceerd als financiële vaste activa.

Eigen vermogen - grondslagen segmentering
Het eigen vermogen is gesplitst in kapitaal, bestemmingsreserves, bestemmingsfondsen en algemene reserves. In de jaarrekening wordt overeenkomstig de Richtlijn Zorginstellingen een segmentatie van de resultatenrekening gemaakt in de segmenten UMCG Zorg en UMCG Onderzoek en Onderwijs. Bij de verdeling van de resultatenrekening per operationeel segment is aangesloten op de activiteiten van het bedrijfsproces rondom Zorg en O&O. 

Voorzieningen
Voorzieningen worden gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen die op de balansdatum bestaan waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de omvang op betrouwbare wijze is te schatten. Voorzieningen worden gewaardeerd tegen de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichtingen per balansdatum af te wikkelen. Waardering vindt in principe altijd plaats tegen contante waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichtingen en verliezen af te wikkelen, tenzij het effect van contant maken niet belangrijk is. 

Wanneer verplichtingen naar verwachting door een derde zullen worden vergoed, wordt deze vergoeding als een actief in de balans opgenomen indien het waarschijnlijk is dat deze vergoeding zal worden ontvangen bij de afwikkeling van de verplichting.    

Voorziening groot onderhoud
De voorziening groot onderhoud wordt gevormd voor verwachte kosten inzake periodiek groot onderhoud aan panden, installaties e.d., gebaseerd op het meerjarenonderhoudsplan. Bij de bepaling van de voorziening is het groot onderhoud bepaald per cyclus van vervanging. De gehanteerde cycli liggen tussen de vijf en veertig jaar. De vervangingskosten na beëindiging van een cyclus zijn niet opgenomen in de voorziening. Bij het bepalen van de contante waarde van de voorziening is een disconteringsvoet voor ondernemingsobligaties benaderd, gebaseerd op de risicovrije rentetermijnstructuur van EIOPA voor Nederland, vermeerderd met een opslag van 1% als weerslag van het risicoprofiel van grote ondernemingen. De mutatie van deze voorziening wordt veroorzaakt door de hernieuwde inschatting van het te plegen onderhoud voor de cyclus tussen de vijf en vijftig jaar. De rentemutatie is verantwoord als dotatie aan de voorziening.

Voorziening jubileumverplichtingen
De jubileumvoorziening maakt onderdeel uit van de voorziening sociaal beleid en betreft een voorziening voor toekomstige jubileumuitkeringen. De voorziening betreft het contant gemaakte geschatte bedrag van de in de toekomst uit te keren jubileumuitkering rekening houdend met gedane toezeggingen, leeftijd en CAO.

Voorziening langdurig zieken
Voor langdurig zieken is een voorziening gevormd op basis van de contante waarde van de verwachte loonkosten in de eerste twee jaren van de arbeidsongeschiktheid (voor medewerkers die naar verwachting niet zullen terugkeren in het arbeidsproces), voor zover deze na 31 december 2017 vallen, gebaseerd op 100% gedurende het eerste jaar en 70% gedurende het tweede jaar.

Reorganisatievoorziening
Een reorganisatievoorziening, welke onderdeel uitmaakt van de voorziening sociaal beleid, wordt getroffen indien op balansdatum een gedetailleerd plan is geformaliseerd en de gerechtvaardigde verwachting van uitvoering van het plan heeft gewekt bij hen voor wie de reorganisatie gevolgen zal hebben. Van een gerechtvaardigde verwachting is sprake als is gestart met de uitvoering van de reorganisatie, of als de hoofdlijnen bekend zijn gemaakt aan hen voor wie de reorganisatie gevolgen zal hebben. In de reorganisatievoorziening worden de als gevolg van de reorganisatie noodzakelijke kosten opgenomen welke niet in verband staan met de doorlopende activiteiten van de rechtspersoon.

Overige voorzieningen sociaal beleid
Indien een beloning wordt betaald, waarbij geen rechten worden opgebouwd (bijvoorbeeld doorbetaling in geval van ziekte of arbeidsongeschiktheid) worden de verwachte lasten verantwoord in de periode waarover deze beloning is verschuldigd. Voor op balansdatum bestaande verplichtingen tot het in de toekomst doorbetalen van beloningen (inclusief ontslagvergoedingen) aan personeelsleden die op balansdatum naar verwachting blijvend geheel of gedeeltelijk niet in staat zijn om werkzaamheden te verrichten door ziekte of arbeidsongeschiktheid wordt een voorziening opgenomen.  De verantwoorde verplichting betreft de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de desbetreffende verplichting op balansdatum af te wikkelen. De beste schatting is gebaseerd op contractuele afspraken met personeelsleden (CAO en individuele arbeidsovereenkomsten). Toevoegingen aan en vrijval van verplichtingen worden ten laste respectievelijk ten gunste van de winst- en verliesrekening gebracht.

Voorziening verlieslatend contract
Indien sprake is van een afgesloten contract waarbij een negatief verschil ontstaat tussen de door UMCG na de balansdatum te ontvangen prestatie en de door hem na de balansdatum te verrichten contractprestatie wordt voor dit negatieve verschil een voorziening opgenomen. Bij de berekening van de voorziening is rekening gehouden met de onvermijdbare kosten.In de geconsolideerde jaarrekening zijn de voorzieningen tekstueel nader toegelicht.

Schulden
Voor de grondslagen van de schulden wordt verwezen naar de grondslagen van de Financiële instrumenten.

Onder de overige schulden zijn de vooruitontvangen bijdragen van derden voor onderzoeksprojecten opgenomen. Deze onderhanden projecten hebben betrekking op projecten die in opdracht van derden worden uitgevoerd en die op balansdatum nog niet gereed zijn. Het saldo onderhanden projecten is gewaardeerd tegen de direct toegerekende kosten van arbeid en materiaal met een opslag voor indirecte kosten voor personele lasten. Gedeclareerde termijnen / ontvangen voorschotten worden in mindering gebracht op het saldo onderhanden projecten.

De toerekening van opbrengsten, kosten en winstneming op onderhanden projecten geschiedt naar rato van de verrichte prestaties bij de uitvoering van het werk (‘percentage of completion’-methode ). De  mate waarin prestaties van een onderhanden project zijn verricht wordt bepaald aan de hand van de tot de balansdatum gemaakte projectkosten in verhouding tot de geschatte totale projectkosten. Verwerking vindt plaats zodra een betrouwbare schatting kan worden gemaakt van het resultaat van een onderhanden project.

8.1.4.3 Grondslagen van resultaatbepaling

Algemeen
Het resultaat wordt bepaald als het verschil tussen de baten en de lasten over het verslagjaar, met inachtneming van de hiervoor reeds vermelde waarderingsgrondslagen. De baten en lasten worden toegerekend aan de periode waarop deze betrekking hebben, uitgaande van historische kosten. Verliezen worden verantwoord als deze voorzienbaar zijn, baten worden verantwoord als deze gerealiseerd zijn. Baten (waaronder nagekomen budgetaanpassingen) en lasten uit voorgaande jaren die in dit boekjaar zijn geconstateerd, worden aan dit boekjaar toegerekend. In het geval van een geconstateerde fout in voorgaande boekjaren wordt foutherstel toegepast.

Baten worden in de winst- en verliesrekening opgenomen wanneer een vermeerdering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermeerdering van een actief of een vermindering van een verplichting, heeft plaatsgevonden, waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld. Lasten worden verwerkt wanneer een vermindering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermindering van een actief of een vermeerdering van een verplichting, heeft plaatsgevonden, waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld.

Opbrengsten
De opbrengsten uit dienstverlening worden verantwoord naar rato van de verrichte prestaties, gebaseerd op de verrichte diensten tot aan de balansdatum en in verhouding tot in totaal te verrichten diensten. De met de opbrengsten samenhangende lasten worden toegerekend aan de periode waarin de baten zijn verantwoord. De baten uit de academische component, de bijdrage voor de werkplaatsfunctie, de overige beschikbaarheidsbijdragen of daarmee gelijk te stellen middelen zijn berekend aan de hand van de voorschriften voor de bekostiging of subsidiëring. De overige opbrengsten zijn gebaseerd op het gefactureerde of doorberekende bedrag voor geleverde zorg, goederen en diensten, rekening houdend met mutatie OHW en specifieke contractuele afspraken met zorgverzekeraars en andere (zorg) instellingen.

Omzetverantwoording zorgprestaties
De landelijke onzekerheden voor instellingen voor medisch specialistische zorg (ziekenhuizen, UMC’s en ZBC’s) zijn de afgelopen jaren verder verminderd. De resterende in de jaarrekening 2017 van toepassing zijnde (landelijke) aandachtspunten voor het UMCG hebben betrekking op:

  1. Afwikkeling rechtmatigheidscontroles Medisch Specialistische Zorg (hierna MSZ) 2016;
  2. Rechtmatigheidscontroles MSZ 2017;
  3. Toerekening van de contractafspraken met de zorgverzekeraars op schadejaar aan het boekjaar;

Toelichting (landelijke) onzekerheden jaarrekening 2017
De van toepassing zijnde (landelijke) aandachtspunten in de jaarrekening 2017 zijn (inclusief de status hiervan) hierna toegelicht voor het UMCG:

  1. Afwikkeling rechtmatigheidscontroles MSZ 2016
    Het UMCG heeft over de uitkomsten van het zelfonderzoek 2016 finale overeenstemming bereikt met de zorgverzekeraars. De uitkomsten van de onderhandelingen hierover met de zorgverzekeraars zijn verwerkt in deze jaarrekening.
  2. Rechtmatigheidscontroles MSZ 2017
    De NFU, NVZ en ZN hebben in november 2017 een Handreiking Rechtmatigheidsonderzoek MSZ 2017 gepubliceerd. Door de NZa is niet bevestigd dat deze handreiking in overeenstemming is met publiekrechtelijke regelgeving, waarmee een inherent risico blijft bestaan. Deze rechtmatigheidscontroles worden beoordeeld door de representerende zorgverzekeraars. Volgens planning wordt in december 2018 de afloopcontroles door zorgverzekeraars afgerond.
  3. Toerekening van de contractafspraken met de zorgverzekeraars op schadejaar aan het boekjaar
    Het UMCG heeft met de zorgverzekeraars voor 2017 schadelastafspraken op basis van aanneemsommen respectievelijk plafondafspraken gemaakt. Met één zorgverzekeraar heeft het UMCG een p*q afspraak (werkelijke realisatie). Toerekening van de schadelastafspraken aan het boekjaar 2017 heeft plaatsgevonden op basis van een beste schatting van het voortgangspercentage ultimo 2017 in lijn met de Handreiking omzetverantwoording, rekening houdend met de verwachte effecten van het rechtmatigheidsonderzoek.

Conclusie Raad van Bestuur
De Raad van Bestuur heeft ten behoeve van de bepaling van het resultaat en de financiële positie de best mogelijke schattingen gemaakt op basis van de beschikbare informatie, onder andere met betrekking tot bovenstaande aspecten van de omzetverantwoording. De Raad van Bestuur is van mening dat, met voornoemde toelichting, de jaarrekening het vereiste inzicht geeft in het resultaat en de financiële positie van het UMCG op basis van de ons nu bekende feiten en omstandigheden.

Huur en leasing
Het UMCG heeft financiële en operationele leasecontracten afgesloten. Een leaseovereenkomst waarbij de voor- en nadelen verbonden aan het eigendom van het leaseobject geheel of nagenoeg geheel door de lessee worden gedragen, wordt aangemerkt als een financiële lease. Alle andere leaseovereenkomsten classificeren als operationele leases. Bij de leaseclassificatie is de economische realiteit van de transactie bepalend, en niet zozeer de juridische vorm.

Financial lease
Als UMCG optreedt als lessee in een financiële lease, wordt het leaseobject (en de daarmee samenhangende verplichting) bij de aanvang van de leaseperiode in de balans verwerkt tegen de reële waarde van het leaseobject; of, als deze lager is, tegen de contante waarde van de minimale leasebetalingen. Beide waardes worden bepaald op het tijdstip van het aangaan van de leaseovereenkomst. De toegepaste rentevoet bij de berekening van de contante waarde is de impliciete rentevoet. Als deze rentevoet praktisch niet te bepalen is, wordt de marginale rentevoet gehanteerd. De initiële directe kosten worden opgenomen in de eerste waardering van het leaseobject. De grondslagen voor de vervolgwaardering van het leaseobject zijn beschreven onder de Materiële vaste activa. Als er geen redelijke zekerheid bestaat dat UMCG eigenaar van een leaseobject zal worden aan het einde van de leaseperiode, wordt het object afgeschreven over de kortste termijn van de leaseperiode of de gebruiksduur van het object. De minimale leasebetalingen worden gesplitst in rentelasten en aflossing van de uitstaande leaseverplichting. De rentelasten worden gedurende de leaseperiode zodanig toegerekend aan elke periode dat dit resulteert in een constante periodieke rentevoet over de resterende nettoverplichting met betrekking tot de financiële lease. Voorwaardelijke leasebetalingen worden als last verwerkt in de periode dat aan de voorwaarden tot betaling wordt voldaan. 

Operational lease
Als UMCG optreedt als lessee in een operationele lease, wordt het leaseobject niet geactiveerd. Leasebetalingen inzake de operationele lease worden lineair over de leaseperiode ten laste van de resultatenrekening gebracht.

Huurcontracten
De rechten en verplichtingen uit hoofde van meerjarige financiële contracten, zoals huurcontracten, zijn niet in de balans geactiveerd en gepassiveerd. De hieruit voortvloeiende lasten zijn onder de bedrijfslasten verantwoord.

Exploitatiesubsidie
Exploitatiesubsidies worden ten gunste van de resultatenrekening van het jaar gebracht ten laste waarvan de gesubsidieerde bestedingen komen of waarin de opbrengsten zijn gederfd of het exploitatietekort zich heeft voorgedaan. De vooruitontvangen bedragen (zowel kort- als langlopend) worden onder de overlopende passiva opgenomen.

Personele kosten
Lonen, salarissen en sociale lasten worden op grond van de arbeidsvoorwaarden verwerkt in de resultatenrekening voor zover zij verschuldigd zijn aan werknemers dan wel de fiscus. De beloningen van het personeel worden als last in de resultatenrekening verantwoord in de periode waarin de arbeidsprestatie wordt verricht en, voor zover nog niet uitbetaald, als verplichting op de balans opgenomen. Indien de reeds betaalde bedragen de verschuldigde beloningen overtreffen, wordt het meerdere opgenomen als een overlopend actief voor zover er sprake zal zijn van terugbetaling door het personeel of van verrekening met toekomstige betalingen door het UMCG.

Voor de beloningen met opbouw van rechten (sabbatical leave, gratificaties e.d.) worden de verwachte lasten gedurende het dienstverband in aanmerking genomen. Een verwachte vergoeding ten gevolge van gratificaties worden verantwoord indien de verplichting tot betaling van die vergoeding is ontstaan op of vóór balansdatum en een betrouwbare schatting van de verplichtingen kan worden gemaakt. Ontvangen bijdragen voortvloeiend uit levensloopregelingen worden in aanmerking genomen in de periode waarover deze bijdragen zijn verschuldigd. Toevoegingen aan en vrijval van verplichtingen worden ten laste respectievelijk ten gunste van de winst- en verliesrekening gebracht.

Indien een beloning wordt betaald, waarbij geen rechten worden opgebouwd (bijvoorbeeld doorbetaling in geval van ziekte of arbeidsongeschiktheid) worden de verwachte lasten verantwoord in de periode waarover deze beloning is verschuldigd. Voor op balansdatum bestaande verplichtingen tot het in de toekomst doorbetalen van beloningen (inclusief ontslagvergoedingen) aan personeelsleden die op balansdatum naar verwachting blijvend geheel of gedeeltelijk niet in staat zijn om werkzaamheden te verrichten door ziekte of arbeidsongeschiktheid wordt een voorziening opgenomen. De verantwoorde verplichting betreft de beste schatting  van de bedragen die noodzakelijk zijn om de desbetreffende verplichting op balansdatum af te wikkelen. De beste schatting is gebaseerd op contractuele afspraken met personeelsleden (CAO en individuele arbeidsovereenkomsten). Toevoegingen aan en vrijval van verplichtingen worden ten laste respectievelijk ten gunste van de winst- en verliesrekening gebracht.

Ontslagvergoedingen
Ontslagvergoedingen zijn vergoedingen die worden toegekend in ruil voor de beëindiging van het dienstverband. Een uitkering als gevolg van ontslag wordt als verplichting en als last verwerkt als de onderneming zich aantoonbaar onvoorwaardelijk heeft verbonden tot betaling van een ontslagvergoeding. Als het ontslag onderdeel is van een reorganisatie, worden de kosten van de ontslagvergoeding opgenomen in een reorganisatievergoeding. Zie hiervoor de grondslag onder het hoofd Voorzieningen. Ontslagvergoedingen worden gewaardeerd met inachtneming van de aard van de vergoeding. Als de ontslagvergoeding een verbetering is van de beloningen na afloop van het dienstverband, vindt waardering plaats volgens dezelfde grondslagen die worden toegepast voor pensioenregelingen. Andere ontslagvergoedingen worden gewaardeerd op basis van de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichting af te wikkelen.

Pensioenen
Het UMCG heeft voor haar werknemers een toegezegd pensioenregeling. Hiervoor in aanmerking komende medewerkers hebben op de pensioengerechtigde leeftijd recht op een pensioen dat is gebaseerd op het gemiddeld verdiende loon berekend over de jaren dat de werknemer pensioen heeft opgebouwd bij het UMCG. De verplichtingen, welke voortvloeien uit deze rechten van haar personeel, zijn ondergebracht bij bedrijfstakpensioenfonds ABP. Het UMCG betaalt hiervoor premies, waarvan 2/3 door de werkgever wordt betaald en 1/3 door de werknemer. De pensioenrechten worden jaarlijks geïndexeerd, indien en voor zover de dekkingsgraad van het pensioenfonds (het vermogen van het pensioenfonds gedeeld door haar financiële verplichtingen) dit toelaat.

Per 1 januari 2015 gelden nieuwe regels voor pensioenfondsen. Daarbij behoort ook een nieuwe berekening van de dekkingsgraad De 'nieuwe' dekkingsgraad is het gemiddelde van de laatste twaalf dekkingsgraden. Vanaf 2015 moeten pensioenfondsen bij beleidsbeslissingen gebruikmaken van deze zogenaamde beleidsdekkingsgraad. Door een gemiddelde te gebruiken, zal de dekkingsgraad nu minder sterk schommelen. Op 28 februari 2018 bedroeg de actuele dekkingsgraad 105,3%. De beleidsdekkingsgraad per 31 december 2017 bedraagt 102,7%. De verwachting van het herstelplan is dat binnen 10 jaar hieraan kan worden voldaan waardoor op dit moment geen noodzaak wordt voorzien voor de aangesloten instellingen om extra stortingen te verrichten of om bijzondere premieverhogingen door te voeren.

Het UMCG heeft geen verplichting tot het doen van aanvullende bijdragen ingeval van een tekort bij het ABP, anders dan het voldoen van toekomstig hogere premiebijdragen. Om deze reden worden de op een periode betrekking hebbende premiebijdragen in die periode ten laste van het resultaat gebracht.

De grootste groepsmaatschappij, OZG B.V., en RAV hebben de rechten van haar personeel ondergebracht bij het bedrijfstakpensioenfonds Zorg en Welzijn. Ommelander Ziekenhuis Groningen B.V. en RAV betalen hiervoor premies waarvan de helft door de werkgever wordt betaald en de helft door de werknemer. De pensioenrechten worden jaarlijks geïndexeerd, indien en voor zover de dekkingsgraad van het pensioenfonds (het vermogen van het pensioenfonds gedeeld door haar financiële verplichtingen) dit toelaat. Per 1 januari 2015 gelden nieuwe regels voor pensioenfondsen inzake de berekening van de dekkingsgraad. De "nieuwe" dekkingsgraad, de beleidsdekkingsgraad, is het gemiddelde van de laatste twaalf dekkingsgraden. Hierdoor zal de dekkingsgraad nu minder sterk schommelen. Op 28 februari 2018 bedroeg de actuele dekkingsgraad 101,6%. Het vereiste niveau van de dekkingsgraad is 128%. Het pensioenfonds verwacht volgens het herstelplan binnen tien jaar hieraan te kunnen voldoen en voorziet geen noodzaak voor de aangesloten instellingen om extra stortingen te verrichten of om bijzondere premieverhogingen door te voeren. Ommelander Ziekenhuis Groningen B.V. en RAV hebben geen verplichting tot het voldoen van aanvullende bijdragen in geval van een tekort bij het pensioenfonds, anders dan het effect van hogere toekomstige premies.

Voor de personeelsbeloningen en pensioenen is het uitgangspunt dat de in het boekjaar te verwerken pensioenlast gelijk is aan de over die periode aan het pensioenfonds verschuldigde pensioenpremies. Voor zover de verschuldigde premies op balansdatum nog niet zijn voldaan, wordt hiervoor een verplichting opgenomen. Als de op balansdatum reeds betaalde premies de verschuldigde premies overtreffen, wordt een overlopende actiefpost opgenomen voor zover sprake zal zijn van terugbetaling door het fonds of van verrekening met in de toekomst verschuldigde premies.

Financiële baten en lasten
De financiële baten en lasten betreffen van derden en groepsmaatschappijen ontvangen (te ontvangen) en aan derden en groepsmaatschappijen betaalde (te betalen) interest. Tevens is hieronder opgenomen het aandeel van het UMCG in het resultaat van de op nettovermogenswaarde gewaardeerde deelnemingen danwel ontvangen dividenden van deelnemingen waarin geen invloed van betekenis op het zakelijke en financiële beleid wordt uitgeoefend en waardeveranderingen van financiële vaste activa.

Rentebaten worden verantwoord in de periode waartoe zij behoren, rekening houdend met de effectieve rente voet van de desbetreffende actiefpost. Rentelasten en soortgelijke lasten worden verantwoord in de periode waartoe zij behoren.

 

Fiscale Eenheid
UMCG maakt deel uit van een fiscale eenheid omzetbelasting met eind 2017 de volgende instellingen: Regionale Ambulancevoorziening UMCC B.V., Stichting Duizendpoot, RAV AZG Medische Assistentie Internationaal B.V., Stichting Prenatale Screening Noord-Oost Nederland, Verloskundige Stadspraktijk B.V., UMCG Services B.V., Ambulancezorg Fryslan B.V., Universitair Centrum Esthetische Chirurgie B.V., UMCG Research B.V., B.V. Beatrixoord, G-Cure B.V., Sterinoord B.V., en Ommelander Ziekenhuis Groep B.V. en is uit dien hoofde hoofdelijk aansprakelijk voor de schulden van de fiscale eenheid. 

8.1.4.4. Kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht is opgesteld op basis van de indirecte methode. Betalingen welke voortvloeien uit langlopende leningen worden voor het gedeelte dat betrekking heeft op de rente opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten en voor het gedeelte dat betrekking heeft op de aflossing als kasstroom uit financieringsactiviteiten. In deze opstelling is de mutatie van de kortlopende schulden aan de kredietinstellingen niet begrepen in de mutatie van de liquide middelen. 

8.1.4.5. Gebeurtenissen na balansdatum

Gebeurtenissen die nadere informatie geven over de feitelijke situatie per balansdatum en die blijken tot aan de datum van het opmaken van de jaarrekening worden verwerkt in de jaarrekening.

Gebeurtenissen die geen nadere informatie geven over de feitelijke situatie per balansdatum worden niet in de jaarrekening verwerkt. Als dergelijke gebeurtenissen van belang zijn voor de oordeelsvorming van de gebruikers van de jaarrekening, worden de aard en de geschatte financiële gevolgen ervan toegelicht in de jaarrekening.

8.1.4.6 Waarderingsgrondslagen WNT

Voor de uitvoering van de Wet normering topinkomens (WNT) heeft de instelling zich gehouden aan de wet- en regelgeving inzake de WNT, waaronder de instellingsspecifieke (sectorale) regels.

8.1.5 Toelichting op de geconsolideerde balans per 31 december 2017

ACTIVA

1. Immateriële vaste activa

1. Immateriële vaste activa
De specificatie is als volgt: 31‑dec‑17   31‑dec‑16
  x € 1.000   x € 1.000
       
CO2 Emissierechten 282   368
ERP en EPD 32.800   7.435
Goodwill 441   -
       
Totaal immateriële vaste activa 33.523   7.803

Het verloop van de immateriële activa in het verslagjaar is als volgt weer te geven: 2017   2016
  x € 1.000   x € 1.000
       
Boekwaarde per 1 januari 7.803   7.803
Bij: investeringen 25.947   -
Bij: betaalde goodwill 662   -
Bij: herwaarderingen -   -
Af: afschrijvingen 802   -
Af: bijzondere waardeverminderingen -   -
Af: terugname geheel afgeschreven activa -   -
Af: desinvesteringen 87   -
       
Boekwaarde per 31 december 33.523   7.803

Toelichting:
De CO2 emissierechten betreffen de in 2012 geactiveerde CO2 emmissierechten voor de periode 2013-2020 in verband met de stroomopwekking van de eigen energiecentrale. Afschrijving vindt plaats vanaf het moment dat gebruik wordt gemaakt van de aangekochte emissierechten.
De daling wordt veroorzaakt doordat minder CO2 emissierechten gekocht en ontvangen zijn dan verbruikt in 2017.

Het ERP (Enterprise Resource Planning) en EPD (Elektronisch Patiënten Dossier) betreffen de uitgaven in 2016 en 2017 aan de aanschaf en ontwikkeling van nieuwe ICT-systemen.
Beide systemen zijn in 2017 in gebruik genomen en worden in tien jaar afgeschreven.
De investering in het ERP bedraagt € 5,2 miljoen en in het EPD € 28,2 miljoen.

De RAV heeft goodwill betaald voor de overname van aandelen van het Antonius Ziekenhuis. Dit is voor de deelneming die het Antonius Ziekenhuis had in Ambulancezorg Fryslân BV. De betaalde goodwill ad € 0,6 miljoen wordt in 3 jaar tijd afgeschreven.


2. Materiële vaste activa

2. Materiële vaste activa
De specificatie is als volgt: 31‑dec‑17   31‑dec‑16
  x € 1.000   x € 1.000
       
Bedrijfsgebouwen en terreinen 282.252   290.768
Machines en installaties 50.774   46.457
Andere vaste bedrijfsmiddelen, technische en administratieve uitrusting 105.464   102.285
Materiële vaste bedrijfsactiva in uitvoering en vooruitbetalingen op materiële vaste activa 148.798   91.771
       
Totaal materiële vaste activa 587.288   531.281

Het verloop van de materiële activa in het verslagjaar is als volgt weer te geven: 2017   2016
  x € 1.000   x € 1.000
       
Boekwaarde per 1 januari 531.281   470.290
Bij: investeringen 119.088   115.603
Bij: herwaarderingen -   -
Af: afschrijvingen 62.877   52.879
Af: bijzondere waardeverminderingen -   -
Af: terugname geheel afgeschreven activa -   -
Af: desinvesteringen 204   1.733
       
Boekwaarde per 31 december 587.288   531.281

Toelichting:
In het totaal van de investeringen in 2017 is begrepen de aanschaf van apparatuur en inventaris (€ 34,5 miljoen). Daarnaast is onder andere geïnvesteerd in de (ver)bouw van de polikliniek Vorm en Bewegen (€ 3 miljoen), de renovatie van het endoscopie- centrum (€ 1,4 miljoen), een klimaatinstallatie t.b.v. poliklinieken (€ 1 miljoen), de verbouwing van polikliniek Oncologie (€ 0,8 miljoen) en polikliniek Hart- en Vaatziekten (€ 0,5 miljoen), plaatsing van een linac (€ 0,5 miljoen) en de renovatie van verpleegafdelingen (€ 0,7 miljoen). De centrale hal van het CvR is verbouwd voor € 3,1 miljoen en het voorterrein van CvR is heringericht voor € 0,5 miljoen.
Naast de investeringen gedaan door het UMCG zijn er met name door Stichting Triade investeringen gedaan in gebouwen (€ 6,7 miljoen) en installaties (€ 2,1 miljoen), door Stichting RAV UMCG in ambulances e.d. (€ 2,9 miljoen) en in gebouwen (€ 0,5 miljoen) en heeft OZG B.V. investeringen gedaan in inventarissen (€ 4,5 miljoen).

In het onderhanden werk heeft er in 2017 een totale investering plaatsgevonden van ca. € 57 miljoen. Deze post bestaat uit investeringen inzake bouwprojecten van het UMCG ad € 11,3 miljoen. Daarnaast is er in 2017 ruim € 12 miljoen geïnvesteerd in het protonencentrum.
Verder heeft het OZG ruim € 43,1 miljoen geïnvesteerd, voornamelijk met betrekking tot de nieuwbouw van het ziekenhuis in Scheemda.

In de post andere vaste bedrijfsactiva is een bedrag van € 18,6 miljoen begrepen voor medische apparatuur waar onder andere een managed equipment services (MES) vallen (financial lease). Dit betreft een contract voor beeldvormende apparatuur waarbij door UMCG en OZG B.V. kan worden beschikt over de laatste stand van de techniek. 

Investering in Protonentherapie
Op 2 december 2013 ontving het UMCG van het ministerie van VWS de WBMV vergunning voor protonentherapie. Op 22 januari 2018 is de eerste patiënt in het UMCG behandeld met protonentherapie. Het UMCG is daarmee het eerste ziekenhuis in Nederland waar deze therapie beschikbaar is. Het UMCG heeft een overeenkomst met PTCG afgesloten en is enig gebruiker van de faciliteit.

Vanwege de gemaakte afspraken is sprake van financial lease, waardoor de activa van PTCG wordt opgenomen in de jaarrekening van het UMCG.


3. Financiële vaste activa

3. Financiële vaste activa
De specificatie is als volgt: 31‑dec‑17   31‑dec‑16
  x € 1.000   x € 1.000
       
Deelnemingen 9.260   8.855
Overige vorderingen 12.754   12.457
       
Totaal financiële vaste activa 22.014   21.312

Het verloop van de financiële vaste activa is als volgt: 2017   2016
  x € 1.000   x € 1.000
       
Boekwaarde per 1 januari 21.312   17.611
Bij: kapitaalstortingen (inclusief agio) 149   679
Bij: resultaat deelnemingen 136   ‑165
Bij: nagekomen resultaat 2016 291   76
Bij: verkoop deelneming -   -
Bij: ontvangen dividend -   -
Bij: verstrekte leningen 4.123   4.367
Af: reclassificatie naar kortlopende vorderingen 1.802   -
Af: waardeverminderingen 423   -
Af: aflossing leningen 1.872   1.256
Bij: voorziening 100   -
       
Boekwaarde per 31 december 22.014   21.312

Toelichting:

Onder de overige vorderingen zijn verstrekte leningen verantwoord. De verstrekte leningen bestaan o.a. uit door Hanzepoort B.V. verstrekte leningen aan derden ad € 3 mln. Daarnaast heeft het UMCG de lening ad € 9 miljoen aan Apotheek A15 holding B.V. (verbonden partij) verstrekt met een reële waarde van € 7,0 miljoen in verband met niet marktconforme leningsvoorwaarden. De lening is afgesloten in 2015 met een looptijd van 30 jaar en een interestpercentage van 3,5% per jaar.

Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar de bijlage Financiële vaste activa en de enkelvoudige jaarrekening.


4. Voorraden

4. Voorraden
De specificatie is als volgt: 31‑dec‑17   31‑dec‑16
  x € 1.000   x € 1.000
       
Medische middelen 13.069   13.254
Voedingsmiddelen 84   87
Overige voorraden 1.897   2.491
       
Totaal voorraden 15.050   15.832

Toelichting:
Op de voorraden is geen voorziening voor incourantheid in aftrek gebracht.

5. Onderhanden werk uit hoofde van DBC's / DBC-zorgproducten

5. Onderhanden werk uit hoofde van DBC's / DBC-zorgproducten
De specificatie is als volgt: 31‑dec‑17   31‑dec‑16
  x € 1.000   x € 1.000
       
Onderhanden werk DBC's / DBC-zorgproducten gereguleerd segment 24.810   24.683
Onderhanden werk DBC's / DBC-zorgproducten vrij segment 57.892   57.593
Af: ontvangen voorschotten 33.715   29.184
       
Totaal onderhanden werk 48.987   53.092

Toelichting:
Ten aanzien van de producten opgenomen in het onderhanden werk, waarvan de uiteindelijke zorgproducten ultimo 2017 nog niet zeker zijn, heeft het management een inschatting gemaakt op basis van een fractietabel. Het onderhanden werk betreft de waarde van de openstaande dbc zorgproducten voor het gereguleerd en vrij segment. Dit betreft een waarde van € 82,7 miljoen. Voor zowel de berekening van het gereguleerde als het vrije segment is een gemiddelde verkoopprijs per zorgverzekeraar gehanteerd.
Voor beide segmenten is rekening gehouden met een  gereedheidpercentage van 60 (2016: 77).


6. Vorderingen uit hoofde van financieringstekort en schulden uit hoofde van financieringsoverschot

6. Vorderingen uit hoofde van financieringstekort en schulden uit hoofde van financieringsoverschot
    t/m 2014   2015   2016   2017   totaal
    x € 1.000   x € 1.000   x € 1.000   x € 1.000   x € 1.000
                     
Saldo per 1 januari   ‑330   17   ‑1.332       ‑1.645
                     
Financieringsverschil boekjaar               373   373
Correcties voorgaande jaren                   -
Betalingen/ontvangsten   322   ‑17           305
Subtotaal mutatie boekjaar   322   ‑17   -   373   678
                     
Saldo per 31 december   ‑8   -   ‑1.332   373   ‑967

Stadium van vaststelling (per erkenning):                    
Academisch Ziekenhuis   c   n.v.t.   n.v.t.   n.v.t.    
Centrum voor Revalidatie   c   n.v.t.   n.v.t.   n.v.t.    
                     
RAV/AZG   c   c   b   a    

a= interne berekening
b= overeenstemming met zorgverzekeraars
c= definitieve vaststelling NZa

In aanvulling op hetgeen staat vermeld in de enkelvoudige jaarrekening geldt dat de nacalculatie voor RAV/AZG inzake 2017 is opgesteld en tot en met 2016 bij de NZa zijn ingediend en verwerkt.                                        
Alleen de stichting RAV/UMCG kent nog een wettelijk budget. De overige groepsmaatschappijen worden op een andere wijze gefinancierd.             

Waarvan gepresenteerd als: 31‑dec‑17   31‑dec‑16
  x € 1.000   x € 1.000
       
- vorderingen uit hoofde van financieringstekort 381   25
- schulden uit hoofde van financieringsoverschot 1.348   1.669
  ‑967   ‑1.644

Specificatie financieringsverschil in het boekjaar 2017   2016
  x € 1.000   x € 1.000
       
Wettelijk budget aanvaardbare kosten 21.224   19.902
Vergoedingen ter dekking van het wettelijk budget 20.851   21.234
       
Totaal financieringsverschil 373   ‑1.332

7. Debiteuren en overige vorderingen

7. Debiteuren en overige vorderingen
De specificatie is als volgt: 31‑dec‑17   31‑dec‑16
  x € 1.000   x € 1.000
       
Vorderingen op debiteuren 35.917   119.257
Nog te factureren zorgproducten 169.747   67.530
Vorderingen op zorgverzekeraars 52.031   37.173
Vooruitbetaalde bedragen 9.210   4.081
Nog te ontvangen bedragen 32.601   27.820
Overige vorderingen en overlopende activa 7.145   504
       
Totaal debiteuren en overige vorderingen 306.651   256.365

Toelichting:
Op de post debiteuren is ultimo 2017 een voorziening voor oninbaarheid van € 4,0 miljoen (2016: € 3,2 miljoen) in mindering gebracht. Deze voorziening is gebaseerd op een ouderdomsanalyse van de uitstaande vorderingen. De debiteuren OZG B.V. zijn in totaal € 4,1 miljoen. Op de post Nog te factureren zijn ontvangen voorschotten voor gereed product van zorgverzekeraars voor een totaalbedrag van € 144 miljoen in mindering gebracht (2016: € 61 miljoen). De post is ultimo 2017 gestegen vanwege implementatie van het EPD en daarmee een facturatiestop. De post vooruitbetaalde bedragen is gestegen als gevolg van een daling van de leaseverplichtingen tot en met 2017 voor het afgesloten MES contract inzake vervanging en onderhoud van medische apparatuur (zie ook de post materiële vaste activa) welke in mindering zijn gebracht op de vooruitbetaalde termijnen tot en met 2017. Ook is er sprake van vooruitbetalingen op software-contracten tot en met 2021 ter grootte van ca. € 3,4 miljoen. In de overige vorderingen zijn geen vorderingen opgenomen langer dan één jaar.


8. Liquide middelen

8. Liquide middelen
De specificatie is als volgt: 31‑dec‑17   31‑dec‑16
  x € 1.000   x € 1.000
       
Bankrekeningen 143.671   213.438
Depositorekeningen 85.327   84.087
Kassen en kruisposten 107   86
       
Totaal liquide middelen 229.105   297.611

Toelichting:
In de liquide middelen zijn deposito's voor een bedrag van € 85 miljoen begrepen waarvan het aandeel UMCG € 75 miljoen is en stichting Triade € 10,2 miljoen. Dit zijn feitelijk zakelijke spaarrekeningen waarbij geen afspraken zijn gemaakt over de looptijd. 
Bij de huisbankiers van het UMCG, ING en BNG, zijn kredieten in rekening-courant beschikbaar van tezamen € 200 miljoen (ieder € 100 miljoen).  OZG B.V. kent een rekening-courant faciliteit van € 5 miljoen bij haar huisbankier ABN AMRO ten behoeve van de normale bedrijfsvoering. Deze mag niet worden gebruikt voor de financiering van de nieuwbouw. De faciliteiten staan ter beschikking tot wederopzegging. RAV B.V. kent een rekening-courant faciliteit van € 3,6 miljoen bij de BNG waarvoor het UMCG garant staat

PASSIVA


9. Groepsvermogen

9. Groepsvermogen
Het groepsvermogen bestaat uit de volgende componenten:               31‑dec‑17   31‑dec‑16
                x € 1.000   x € 1.000
                     
Kapitaal               3.475   3.475
Bestemmingsreserves               146.098   147.009
Bestemmingsfondsen               1.411   1.411
Algemene en overige reserves               169.391   140.618
Aandeel derden               1.162   1.316
Totaal groepsvermogen               321.537   293.829

Kapitaal

Kapitaal
Het verloop is als volgt weer te geven: Saldo per
1-jan-2017
  Resultaatbestemming   Overige mutaties   Saldo per
31-dec-2017
  x € 1.000   x € 1.000   x € 1.000   x € 1.000
               
Kapitaal 3.475   -   -   3.475
               
Totaal kapitaal 3.475   -   -   3.475

Toelichting:
In 1980 is de Stichting Beatrixoord ontstaan door de afsplitsing van de Vereniging Beatrixoord. Middels vermogensoverdracht bij deze afsplitsing en enkele schenkingen is het stichtingskapitaal gevormd. In 1990 heeft een vermogensoverdracht aan de Stichting BEA plaatsgevonden. Sindsdien is het stichtingskapitaal ongewijzigd. In 2001 is de Stichting Beatrixoord geïntegreerd in het AZG.


Bestemmingsreserves

Bestemmingsreserves
Het verloop is als volgt weer te geven: Saldo per
1-jan-2017
  Resultaat- bestemming   Overige mutaties   Saldo per
31-dec-2017
  x € 1.000   x € 1.000   x € 1.000   x € 1.000
Bestemmingsreserves:              
Afschrijvingen materiële vaste activa 24.736   ‑1.253   -   23.483
Doelmatigheidsonderzoek 2.124   ‑716   -   1.408
Budgetreserve afdelingen/sectoren 1.344   ‑1.344   -   -
Richtlijn afschrijving inventaris 20.754   ‑245   -   20.509
Specifieke onderzoeksprojecten 2.682   ‑1.389   -   1.293
Vooruitontvangen kapitaalslasten 47.078   8.651   -   55.729
Parkeergarages 16.466   1.487   -   17.953
ICT projecten 8.800   ‑8.800   -   -
Verpleging -   2.000   -   2.000
Groepsmaatschappijen 23.025   699   -   23.724
               
Totaal bestemmingsreserves 147.009   ‑911   -   146.098

Toelichting:
De reserve Groepsmaatschappijen betreft met name Stichting Triade, Research BV en OZG BV.

Afschrijvingen materiële vaste activa
In deze reserve is opgenomen de boekwaarde van het met eigen middelen gefinancierde deel van de nieuwbouw Voorzieningengebouw en Parkeergarage Noord. Daarnaast is de reserve bestemd voor de egalisatie van de afschrijving van de kleine werken inzake meldingsinvesteringen.

Doelmatigheidsonderzoek
Deze reserve komt voort uit de aanzet tot het stimuleren van (interne) doelmatigheidsprojecten. Het onderwerp van deze projecten kan op meerdere terreinen liggen zoals patiëntgebonden onderzoek, bedrijfseconomisch en organisatorisch onderzoek patiëntenzorg. 

Budgetreserve afdelingen/sectoren
In het kader van de decentralisatie zijn afspraken gemaakt met de afdelingen en sectoren over activiteiten- en kostenbudgetten. Deze afdelingen kunnen een budgetreserve creëren. Om de bestedingen ten laste van deze reserves mogelijk te maken heeft het ziekenhuis middelen op de balans opgenomen. 

Richtlijn afschrijving inventarissen
Hieronder wordt het verschil tussen de beschikbare budgettaire middelen en de werkelijke lasten opgenomen.

Specifieke onderzoeksprojecten
Dit betreft de reserve in het kader van nieuwe onderzoekslijnen.

Vooruitontvangen kapitaalslasten 
Dit betreft een egalisatiereserve waarbij ten behoeve van investeringen kapitaalslasten worden ontvangen in een ander tempo en ritme dan het betreffende afschrijvingsregime. Ook komt het voor dat bedragen ten behoeve van het betreffende investeringskader op grond van planning vooruit worden ontvangen in relatie tot het moment van daadwerkelijk investeren en activeren (bijvoorbeeld bouwmiddelen).

Bestemmingsreserve parkeergarages
De jaarlijkse mutatie betreft het saldo van de baten (parkeeropbrengsten) en lasten (beheerskosten) van de parkeergarages Noord en Zuid.

Bestemmingsreserve ICT projecten
Dit betreft een bestemmingsreserve voor de implementatie van grote ICT projecten nieuw EPD en ERP.

Bestemmingsreserve Verpleging
Dit betreft een bestemmingsreserve voor kosten die zullen worden gemaakt om opleiding, werving en behoud voor bepaalde verpleegkundige beroepsgroepen te waarborgen.

 

Bestemmingsfondsen

Bestemmingsfondsen
Het verloop is als volgt weer te geven: Saldo per
1-jan-2017
  Resultaat- bestemming   Overige mutaties   Saldo per
31-dec-2017
  x € 1.000   x € 1.000   x € 1.000   x € 1.000
               
Apparatuurfonds O&O 1.411   -   -   1.411
               
Totaal bestemmingsfondsen 1.411   -   -   1.411

Toelichting:

Dit bestemmingsfonds heeft betrekking op een reservering voor nog te investeren inventaris O&O. In het kader van de financiële regeling die ten grondslag ligt aan de financiële integratie van de Faculteit der Medische Wetenschappen per 1 januari 2007 zijn in 2008 gelden voor het apparatuurfonds ad € 1,4 miljoen ontvangen. Deze gelden zijn verantwoord als bestemmingsfonds Apparatuurfonds O&O.

Algemene en overige reserves

Algemene en overige reserves
Het verloop is als volgt weer te geven: Saldo per
1-jan-2017
  Resultaatbestemming   Overige mutaties   Saldo per
31-dec-2017
  x € 1.000   x € 1.000   x € 1.000   x € 1.000
Algemene reserves:              
Algemene reserves UMCG 117.918   26.878   -   144.796
Algemene reserves Groepsmaatschappijen 22.699   1.895   -   24.594
               
Totaal algemene en overige reserves 140.618   28.773   -   169.391

Toelichting:
De algemene reserve van het UMCG betreft het niet bestemde deel van het vermogen. De groepsmaatschappijen betreffen met name Stichting Triade en Stichting RAV. Het aansprakelijk vermogen bestaat uit het groepsvermogen en de achterstelde lening(en) die onder de langlopende schulden zijn verwerkt. Het aansprakelijk vermogen per 31 december 2017 bedraagt € 331,7 miljoen (2016: € 304,0 miljoen)

Aandeel derden

Aandeel derden
Het verloop is als volgt weer te geven: Saldo per
1-jan-2017
  Resultaatbestemming   Overige mutaties   Saldo per
31-dec-2017
  x € 1.000   x € 1.000   x € 1.000   x € 1.000
               
Aandeel derden 1.316   ‑154   -   1.162
               
Totaal aandeel derden 1.316   ‑154   -   1.162

Specificatie aansluiting geconsolideerd - enkelvoudig vermogen per 31 december 2017 en het resultaat over 2017 Eigen vermogen 2017   Eigen vermogen 2016
  x € 1.000   x € 1.000
       
UMCG - geconsolideerd eigen vermogen en resultaat 321.537   293.829
UMCG - enkelvoudig eigen vermogen en resultaat 272.056   246.787
Verschil 49.481   47.042

Het verschil tussen het eigen vermogen en resultaat volgens de enkelvoudige jaarrekening en het groepsvermogen en resultaat volgens de geconsolideerde jaarrekening wordt verklaard door de stichtingen die in de geconsolideerde jaarrekening zijn opgenomen.


    Eigen vermogen 2017   Resultaat 2017
    x € 1.000   x € 1.000
         
UMCG - enkelvoudig eigen vermogen en resultaat   272.056   25.269
         
  Kernactiviteit      
Stichting Bewegen en Ademhalen Exploitatie sportfaciliteiten 2.124   39
Stichting Duizendpoot Uitlenen personeel 769   49
Stichting Prenatale Screening Noord-Oost Nederland Kwaliteitsbewaking o.g.v. 206   44
  prenatale screening      
Stichting RAV/AZG Ambulancediensten 8.290   1.030
Stichting Triade Service organisatie 36.930   1.431
         
subtotaal UMCG en stichtingen   320.375   27.862
         
In consolidatie, aandeel derden PTCG B.V.   1.350   -
In consolidatie, aandeel derden UMCG Services BV   72   ‑2
In consolidatie, aandeel derden Sterinoord B.V.   ‑260   ‑152
         
subtotaal aandeel derden   1.162   ‑154
         
UMCG - geconsolideerd eigen vermogen en resultaat   321.537   27.708

10. Voorzieningen

10. Voorzieningen
Het verloop is als volgt weer te geven: Saldo per
1-jan-2017
  Dotatie   Onttrekking   Vrijval   Saldo per
31-dec-2017
  x € 1.000   x € 1.000   x € 1.000   x € 1.000   x € 1.000
                   
Claims, geschillen en rechtsgedingen 42.282   2.068   1.935   11.785   30.630
Sociaal beleid 36.167   12.709   11.108   648   37.120
Groot onderhoud 148.289   14.176   8.685   563   153.217
Overige voorzieningen 23.738   433   4.000   219   19.952
                   
Totaal voorzieningen 250.476   29.386   25.728   13.215   240.919
                   

De voorzieningen ultimo 2017 UMCG enkelvoudig zijn € 227,3 miljoen. Het restant van de voorzieningen ultimo 2017 betreft OZG B.V. ad € 11,1 miljoen, Stichting Triade ad € 1,6 miljoen, Stichting RAV ad € 0,7 miljoen en Stichting BEA ad € 0,2 miljoen.

Toelichting per categorie voorziening:

Voorziening uit hoofde van claims, geschillen en rechtsgedingen
In deze voorziening is een post van € 24,8 miljoen opgenomen inzake een verschil van inzicht met de NZa in de berekeningssystematiek met betrekking tot de opbrengst orgaantransplantaties over de jaren 2011 en 2012. In dit verslagjaar is op basis van de NZa en juridische analyse van de verplichting de schuld betreffende 2010 ad € 11,8 miljoen vrijgevallen.
Daarnaast bestaat deze post voor € 5,8 miljoen uit de voorziening uit hoofde van de medische aansprakelijkheidsverzekering. Deze voorziening heeft betrekking op verplichtingen inzake nog niet afgewikkelde schadezaken voorzover het UMCG (€ 5,1 miljoen) en OZG B.V. (€ 0,7 miljoen) een financieel risico lopen.

Voorziening sociaal beleid
In de voorziening sociaal beleid zijn verplichtingen opgenomen in het kader van verplichtingen aan het personeel. Hieronder vallen de toekomstige jubileaverplichtingen, de WIA en wachtgeld. Evenzo valt de voorziening mobiliteit in het kader van personele gevolgen van bezuinigingen hieronder.

UMCG kent een toegezegde pensioenregeling, die wordt uitgevoerd conform de pensioenregeling ABP. Het UMCG heeft geen verplichting tot het voldoen van aanvullende bijdragen in het geval van een tekort bij het bedrijfstakpensioenfonds van het ABP, anders dan het voldoen van toekomstige hogere premies. De toegezegde pensioenregeling is daarom in de jaarrekening (net als in voorgaande jaren) verwerkt als een toegezegde bijdrageregeling.

Voorziening groot onderhoud
De voorziening groot onderhoud wordt gevormd voor verwachte kosten inzake periodiek groot onderhoud aan panden, installaties e.d., gebaseerd op het meerjarenonderhoudsplan. Bij de bepaling van de voorziening is het groot onderhoud bepaald per cyclus van vervanging. De gehanteerde cycli liggen tussen de vijf en vijftig jaar. De vervangingskosten na beëindiging van een cyclus zijn niet opgenomen in de voorziening.
Bij het bepalen van de contante waarde van de voorziening is een disconteringsvoet voor ondernemingsobligaties benaderd, gebaseerd op de risicovrije rentetermijnstructuur van EIOPA voor Nederland, vermeerderd met een opslag van 1% als weerslag van het risicoprofiel van grote ondernemingen. De mutatie van deze voorziening wordt veroorzaakt door de hernieuwde inschatting van het te plegen onderhoud voor de cyclus tussen de vijf en vijftig jaar. De rentemutatie is verantwoord als dotatie aan de voorziening.

Overige voorzieningen
Het UMCG heeft een voorziening getroffen voor het project Lifelines voor de jaren 2018 tot en met 2023 ad € 18,0 miljoen, waarvoor naar verwachting de toegekende subsidies niet geheel toereikend zullen zijn voor de dekking van de totaal begrote kosten. UMCG ondersteunt Lifelines middels een bijdrage voor deze jaren voor de verwachte tekorten. De onttrekking zal plaats gaan vinden in de jaren 2018-2023.

Het overige deel betreft een voorziening op lopende projecten O&O.


11. Langlopende schulden

11. Langlopende schulden
De specificatie is als volgt: 31‑dec‑17   31‑dec‑16
  x € 1.000   x € 1.000
       
Schulden aan banken 256.700   213.656
Overige langlopende schulden 41.533   39.013
       
Totaal langlopende schulden 298.233   252.669

Het verloop is als volgt weer te geven: 2017   2016
  x € 1.000   x € 1.000
       
Stand per 1 januari 231.247   219.376
Bij: nieuwe lening PTCG B.V. 11.595   20.281
Bij: nieuwe leningen, OZG 53.563   20.000
Af: aflossingen 17.872   28.410
       
Stand per 31 december 278.533   231.247
       
Af: aflossingsverplichting komend boekjaar 21.834   17.591
       
Stand langlopende schulden per 31 december 256.699   213.656

Toelichting in welke mate (het totaal van) de langlopende schulden als langlopend moeten worden beschouwd:      
       
Kortlopend deel van de langlopende schulden (< 1 jr.), aflossingsverplichtingen 21.834   17.591
Langlopend deel van de langlopende schulden (> 1 jr.) (balanspost) 256.699   213.656
Hiervan langlopend (> 5 jaar) 157.101   126.149

Toelichting:
De langlopende leningen ultimo 2017 UMCG zijn € 154 miljoen. Het restant van de langlopende leningen ultimo 2017 betreft voornamelijk  OZG B.V. ad € 93,3 miljoen en Stichting RAV ad € 3,9 miljoen. Daarnaast heeft PTCG B.V. een nieuwe lening afgesloten van ruim € 11 miljoen.

De overige langlopende schulden bestaan o.a. uit een lening verstrekt aan PTCG € 8,5 miljoen (achtergesteld) met een looptijd tot medio 2030 en een rentepercentage van 6% en 7%, een achtergestelde lening ad € 10 miljoen van de provincie Groningen aan OZG B.V., waarvan € 6,2 miljoen geborgd door UMCG met een rentepercentage van 2,6% en een bedrag van € 3,8 miljoen tegen een rentepercentage van 7% en een looptijd van 10 jaar, een lening ad € 0,8 miljoen verstrekt aan Stichting Triade met een looptijd tot mei 2038 en een rentepercentage van 2,3%.

Het overige deel betreft o.a. € 19,9 miljoen kapitaallasten OCW en academische component. De laatste post betreft de egalisatierekeningen à fonds perdu financiering en kapitaallasten in verband met rentenormering OCW die in 2008 op grond van RJ 655 als stelselwijziging zijn overgebracht naar de post overige langlopende schulden.

Voor een nadere toelichting op de langlopende schulden wordt verwezen naar de bijlage overzicht langlopende schulden. De aflossingsverplichtingen 2018 zijn verantwoord onder de kortlopende schulden.

De reële waarde van de langlopende leningen benadert de geamortiseerde kostprijs van de langlopende leningen. 

12. Overige kortlopende schulden

12. Overige kortlopende schulden
De specificatie is als volgt: 31‑dec‑17   31‑dec‑16
  x € 1.000   x € 1.000
       
Te betalen rente 1.524   1.577
Crediteuren 69.737   43.817
Aflossingsverplichtingen langlopende leningen 21.834   17.591
Reservering (extra) persoonlijk budget 11.194   10.908
Belastingen en sociale premies 6.279   22.912
Schulden terzake pensioenen 663   8.217
Nog te betalen salarissen 6.518   6.603
Vakantiegeld en -dagen 57.139   49.120
Schulden aan zorgverzekeraars 51.562   97.403
Vooruitontvangen subsidies 3e geldstroom 50.248   66.079
Badwill overname OZG B.V. 5.774   7698
Overige schulden en overlopende passiva 98.490   52.753
       
Totaal overige kortlopende schulden 380.962   384.678

Toelichting:
De overige kortlopende schulden ultimo 2017 UMCG enkelvoudig zijn circa € 342,7 miljoen. Het restant van de overige kortlopende schulden ultimo 2017 betreft voornamelijk OZG B.V. ad € 26,6 miljoen, Stichting Triade ad € 4,3 miljoen en Stichting RAV ad € 6,6 miljoen. 

De post schulden aan zorgverzekeraars betreft de terug te betalen gelden op basis van de contractafspraken 2013 tot en met 2017. De vooruitontvangen subsidies 3e geldstroom betreft nog te besteden projectgelden O&O.

Onder de overige schulden en overlopende passiva zijn schulden opgenomen welke een looptijd hebben langer dan één jaar. Dit betreft onder andere de badwill overname OZG B.V. ad € 5,7 miljoen. Deze badwill is ontstaan uit de overname van OZG B.V.

In de overige schulden is opgenomen een onderhanden projecten stand voor O&O ad € 59,5 miljoen. De onderhanden projecten bestaan uit vooruitontvangen bedragen van subsidieverstrekkers, uitgaven gedaan in het kader van het projecten en vorderingen op subsidieverstrekkers e.d. Het UMCG heeft er conform de afgelopen jaren voor gekozen deze bedragen gesaldeerd op te nemen in de jaarrekening. De omvang van de vorderingen in deze onderhanden projecten bedraagt € 51,9 miljoen, waarmee de schuldpositie maximaal € 111,4 miljoen bedraagt.

Aan nog te betalen licenties EPD is een bedrag opgenomen onder de overige schulden van € 8,1 miljoen.

Daarnaast is een bedrag verantwoord in de overige schulden van € 29,1 miljoen aan de RUG (2016: € 10,2 miljoen) met betrekking tot het positieve saldo uit de exploitatie van UMCG O&O. Afgesproken is dat dit bedrag wordt verrekend met de bestemmingsreserve bij de RUG.

 

13. Financiële instrumenten

Algemeen    
Het UMCG heeft een treasurystatuut waarin de procedures en gedragslijnen zijn vastgesteld ten aanzien van het handelen in financiële instrumenten.    
Dit statuut heeft ten doel het kredietrisico, rente- en kasstroomrisico, liquiditeitsrisico en valutarisico te beperken.    
    
Kredietrisco    
Het UMCG heeft een treasurystatuut waarin de procedures en gedragslijnen zijn vastgelegd om de omvang van het kredietrisico te beperken. Het UMCG loopt kredietrisico over leningen en vorderingen opgenomen onder de financiële vaste activa, debiteuren en overige vorderingen. Het maximale kredietrisico bedraagt € 315 miljoen. Dit betreft hoofdzakelijk vorderingen op debiteuren en zorgverzekeraars ad € 258 miljoen. Deze vorderingen zijn verspreid over diverse zorgverzekeraars. Op basis van betalingsgedrag uit het verleden blijken hier geen grote risico's uit. Verder is er sprake van een bedrag van € 13 miljoen aan leningen en vorderingen op verbonden partijen (opgenomen onder de F.V.A.)
    
Renterisico en kasstroomrisico    
Het renterisico is beperkt tot eventuele veranderingen in de marktwaarde van opgenomen en uitgegeven leningen. Bij de meeste leningen is sprake van een vast rentepercentage gedurende minimaal tien jaar (met renteherziening). De leningen worden aangehouden tot het einde van de looptijd. Renterisico's worden beoordeeld in relatie tot de geldende spreidingsnormen, de actuele rentestructuur en de verwachte renteontwikkelingen. Op basis hiervan wordt besloten welke acties worden ondernomen om renterisico's in te dekken of het renteresultaat verder te optimaliseren.     
Voor het indekken van renterisico's gelden interne richtlijnen, waarbij meestal conventionele instrumenten worden ingezet, maar waarbij ook het indekken met behulp van derivaten tot de mogelijkheden behoort.    
    
Liquiditeitsrisico    
Het UMCG bewaakt de liquiditeitspositie door middel van liquiditeitsprognoses. Het management ziet erop toe dat voor de instelling steeds voldoende liquiditeiten beschikbaar zijn om aan de verplichtingen te kunnen voldoen en dat tevens voldoende financiële ruimte onder de beschikbare faciliteiten beschikbaar blijft om steeds binnen de gestelde leningconvenanten te blijven.     
    
Valutarisico    
Transacties in vreemde valuta worden meteen geboekt tegen de wisselkoers op datum van de transacties. Monetaire activa en passiva in vreemde valuta worden omgerekend tegen de koers per jaareinde. In het treasurystatuut is beleid afgesproken om het valutarisico af te dekken.    

Reële waarde
De reële waarde van de meeste in de balans verantwoorde financiële instrumenten, waaronder vorderingen, effecten, liquide middelen en kortlopende schulden, benadert de boekwaarde ervan.    


14. Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen

Verplichtingen uit hoofde van het macrobeheersinstrument                                        
Het macrobeheersinstrument kan door de minister van VWS ingezet worden om overschrijdingen van het macrokader zorg terug te vorderen bij instellingen voor medisch specialistische zorg en bij instellingen voor curatieve geestelijke gezondheidszorg. Het macrobeheersinstrument is uitgewerkt in de Aanwijzing macrobeheersmodel instellingen voor medisch specialistische zorg, respectievelijk Aanwijzing Macrobeheersinstrument curatieve geestelijke gezondheidszorg. Ook voor instellingen in andere sectoren kan een Aanwijzing Macrobeheersinstrument van toepassing zijn.

Jaarlijks wordt door de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) ambtshalve een mbi-omzetplafond vastgesteld. Tevens wordt door de NZa jaarlijkseen omzetplafond per instelling vastgesteld, welke afhankelijk is van de realisatie van het mbi-omzetplafond van alle instellingen gezamenlijk.

Deze vaststelling vindt plaats nadat door de Minister van VWS de overschrijding van het mbi-omzetplafond uiterlijk vóór 1 december van het opvolgend jaar is gecommuniceerd.

Voor 2017 is het mbi-omzetplafond door de NZa vastgesteld op € 21.649 miljoen (prijsniveau 2017).

Inmiddels heeft VWS de overschrijding in 2012 verwerkt als een korting van € 70 miljoen op het macrokader 2016.

In het macrokader 2017 is een overschrijding 2013 verwerkt van € 29 miljoen (in de afspraken 2016/2017 met de zorgverzekeraars zijn deze kortingen verdisconteerd). Uiteindelijk blijkt de overschrijding 2016 € 69 miljoen hoger te liggen, echter heeft de minister besloten om deze € 69 miljoen niet extra te korten op het kader 2017. In plaats van toepassing van het macrobeheersmodel is ervoor gekozen de kaderoverschrijdingen te verwerken als eenmalige korting in het toekomstige macrokader. 

Voor 2014 wordt het kader van € 18.588 miljoen onderschreden met € 163 miljoen. Gelet op deze onderschrijding ziet de Nza geen aanleiding voor toepassing van het macrobeheersinstrument. 

Bij het opstellen van de jaarrekening 2017 bestaat dus nog geen inzicht in realisatie van het mbi-omzetplafond over 2015, 2016 en 2017. Door het ontbreken van landelijke cijfers zorgomzet is het niet mogelijk een betrouwbare inschatting te maken van de uit het macrobeheersinstrument voortkomende verplichting en deze te kwantificeren. Ook is het hierbij de vraag of VWS aan Nza de opdracht geeft tot handhaven macrobeheersmodel, dan wel er zoals in het verleden gekozen wordt voor (eenmalig) korten toekomstig kader. Als gevolg daarvan is deze verplichting niet tot uitdrukking gebracht in de balans per 31 december 2017.                                        
                                        
Protonencentrum                                        
De ING heeft een lening verstrekt aan PTCG B.V. voor een bedrag van ten hoogste € 47 miljoen en een looptijd van 10 jaar vanaf 30 juli 2015. Het  UMCG heeft een garantstelling gegeven voor deze lening aan ING inhoudende dat UMCG voor 100% garant staat voor de uitstaande lening en gecumuleerde interest tijdens de bouwfase en 90% garant staat voor de uitstaande lening en gecumuleerde interest tijdens de exploitatiefase. Tevens staat het UMCG garant voor de resterende aflossingstermijn van € 14,3 miljoen op de einddatum van de lening in het geval PTCG B.V. niet in staat is om herfinanciering te realiseren.

PTCG B.V. is investeringsverplichtingen aangegaan voor o.a. de bouw van het protonencentrum en de levering van de apparatuur voor een totaal bedrag van circa € 17 miljoen tot en met medio 2018. In 2017 is er reeds voor ca. € 12 miljoen geïnvesteerd.                      

Overige                                        
Het resultaat van UMCG O&O wordt op basis van de zogenoemde Financiële Regeling met de RUG ieder jaar verrekend. Afgesproken is dat positieve en negatieve saldi uit de exploitatie van UMCG O&O worden verrekend met een bestemmingsreserve O&O bij de RUG. In 2017 is sprake van een verrekening van € 29,1 miljoen aan de RUG (2016: € 10,2 miljoen verrekening aan de RUG). Hierdoor komt de bestemmingsreserve O&O bij de RUG ultimo 2017 uit op € 78,2 miljoen (2016: € 49,0 miljoen).

Het UMCG heeft richting Centramed een garantstelling afgegeven van € 0,7 miljoen voor niet gestort ledenkapitaal voor de jaren 2002 en 2004 tot en met 2006. Het OZG heeft richting Centramed een garantstelling afgegeven van € 0,1 miljoen.

Het UMCG heeft zich als borg garant gesteld voor leningen die door RAV/UMCG (onderdeel van de UMCG groep) zijn aangegaan voor een totale restschuld van € 2,8 miljoen, inclusief de contractuele aflossingsverplichtingen voor 2018. Daarnaast staat het UMCG voor € 3,6 miljoen garant voor de rekening courant faciliteit van de RAV/UMCG.

In 2014 heeft het UMCG een managed equipment services (MES) contract afgesloten met een looptijd van 15 jaar. Het OZG heeft een contract afgesloten per 1 juli 2015 voor eveneens 15 jaar. Het betreffen contracten voor beeldvormende apparatuur waarbij door het UMCG en het OZG kan worden beschikt over de laatste stand van de techniek. De jaarlijkse verplichting bedraagt circa € 10 miljoen inclusief btw voor het UMCG en voor het OZG € 1,4 miljoen inclusief btw.

Voor de locatie UMCG Radiotherapie Emmen is in 2012 een langdurig huurcontract (40 jaar) afgesloten voor een totale waarde van € 18,2 miljoen (gebaseerd op huidige jaarhuurprijs van €0,5 miljoen, zonder indexatie). De resterende huurverplichting is € 15,9 miljoen.                                        
                                        
Financiering nieuwbouw ziekenhuis te Scheemda                                        
Op 18 december 2015 is tussen de Ommelander Ziekenhuis Groningen B.V. enerzijds en ABN-AMRObank N.V. en Siemens Bank GmbH anderzijds een facilities agreement afgesloten voor een bedrag van € 76 miljoen. Doel van de facilities agreement is de financiering van de nieuwbouw van het ziekenhuis te Scheemda. De facilities agreement is verdeeld in:                                        

  • faciliteit A, voor een bedrag van € 58 miljoen,                                        
  • faciliteit B, voor een bedrag van € 8 miljoen,                                        
  • een faciliteit voor het werkkapitaal van € 10 miljoen.                                        

Per 31 december 2017 is hiervan gebruik gemaakt voor € 44 miljoen.

Aan de bovengenoemde faciliteiten zijn de volgende convenanten verbonden:

  1. Solvabiliteitsratio
  2. Minimum EBITDA
  3. DSCR

Ultimo 2017 zijn middelen van bovengenoemde faciliteiten opgenomen. De overeengekomen convenanten na trekking van de faciliteit is in de toelichting opgenomen onder 14. financiële kengetallen.

Overige

De Provincie Groningen heeft een achtergestelde lening van € 10 miljoen verstrekt voor de nieuwbouw van het OZG. Het UMCG staat voor € 6,2 miljoen voor deze lening garant richting de provincie Groningen. De looptijd van de garantstelling is van 2015 tot en met 2025.

OZG B.V. heeft langlopende onderhoudscontracten afgesloten voor onderhoud van software, medische apparatuur en vervoermiddelen. De hiervoor te betalen jaarlijkse kosten van circa € 3 miljoen worden ten laste van de exploitatie over het boekjaar gebracht. De onderhoudscontracten zijn jaarlijks opzegbaar.

Er is sprake van een leaseverplichting in de groep (OZG B.V. en De Verloskundige Stadspraktijk B.V.) voor bedrijfsauto's voor personeelsleden ter hoogte van € 35.000 per jaar.

Stichting Triade (via Hanzepoort B.V.) is diverse (vervolg)investeringsverplichtingen aangegaan die gekoppeld zijn aan behaalde doelstellingen van de onderliggende vennootschappen. De bijbehorende totale verplichting na 2017 bedraagt ca. € 1,8 miljoen.

UMCG ligt in het aardbevingsgebied en komt onder de hernieuwde nieuwbouwregeling van de N.A.M. B.V. in aanmerking voor technische en financiële ondersteuning bij aardbevingsbestendig bouwen op basis van de Nederlandse Praktijk Richtlijn 9998 (NPR). De omvang van de financiële bijdrage is daarbij afhankelijk van de totale bouwkosten van het nieuwbouwproject. Daarnaast is door het UMCG in afstemming met de N.A.M. B.V. aan een onafhankelijk bureau de opdracht gegeven om onderzoek te doen naar de aardbevingsbestendigheid van onze gebouwen en kritische apparatuur. In 2017 is tevens intern een risicobeoordeling uitgevoerd naar de mogelijke impact van aardbevingen op de continuïteit van de diverse ziekenhuisprocessen. In overleg met de NCG zal worden bepaald welke vervolgstappen en eventueel te treffen maatregelen op basis van de risicobeoordeling noodzakelijk zijn. De extra kosten van eventuele maatregelen zal het UMCG alsdan verhalen op N.A.M. B.V.

Er is door de EU een liftenkartel vastgesteld. Het UMCG heeft liften afgenomen bij één van de beboete karteldeelnemers en heeft op basis hiervan een schadeclaim ingediend. UMCG heeft er samen met andere UMC’s voor gekozen om niet zelf deze claim in te dienen, maar om dit te laten doen door een gespecialiseerd bedrijf, EastWestDebt. Aangezien de omvang en definitieve hoogte van de te ontvangen claim niet betrouwbaar kan worden geschat, is deze mogelijke vordering niet in de balans tot uitdrukking gebracht.

Het UMCG heeft een voorziening getroffen voor het project Lifelines voor de jaren 2018 tot en met 2023. Ook daarna zal mogelijk een beroep worden gedaan op bijdragen van het UMCG. In 2017 is nog niet te kwantificeren wat de omvang van deze bijdrage zal zijn. Om die reden is geen voorziening getroffen voor de jaren 2024 en verder. 

Gebeurtenissen na balansdatum                                        
In 2018 wordt 50% van de aandelen van Lifelines Databeheer B.V. overgedragen aan een andere instelling, waarmee vanaf dat moment het UMCG 50% van de aandelen bezit.          


15. Financiële kengetallen

15. Financiële kengetallen
  2017   2016
       
Solvabiliteitsratio 1 = gecorrigeerd eigen vermogen / gecorrigeerd totaal vermogen 22,4%   22,6%
(vermogen wordt gecorrigeerd voor immateriële vaste activa, deelnemingen en      
vorderingen op groepsmaatschappijen)      
       
Solvabiliteitsratio 2 = eigen vermogen / totaal vermogen 25,9%   24,8%
       
Debt Service Coverage Ratio = 3,3   2,0
EBITDA van het afgesloten boekjaar / jaarlijks bruto rentelasten      
plus aflossingen in het afgesloten boekjaar      
       
Loan To Value = 84%   69%
totaal langlopende, rentedragende schulden als percentage van de waarde van      
alle onroerende zaken (gebouwen en installaties)      

Geconsolideerd zijn geen normen met banken afgesproken, zie de toelichting op de enkelvoudige jaarrekening voor de normen enkelvoudig.

8.1.6 Mutatieoverzicht vaste activa

8.1.6.1 Mutatieoverzicht immateriële vaste activa

8.1.6.1 Mutatieoverzicht immateriële vaste activa
  Kosten op-richting en uitgifte van aandelen Kosten van ont-wikkeling Kosten van concessies, ver-gunningen en rechten
van intellectuele eigendom
Kosten van goodwill
die van derden is verkregen
Vooruit-betalingen op
immateriële activa
Totaal
 
Stand per 1 januari 2017            
- aanschafwaarde - - 7.803 - - 7.803
- cumulatieve afschrijvingen - - - - - -
Boekwaarde per 1 januari 2017 - - 7.803 - - 7.803
             
Mutaties in het boekjaar            
- investeringen - - 25.947 662 - 26.609
- afschrijvingen - - 581 221 - 802
- bijzondere waardeverminderingen - - - - - -
- terugname geheel afgeschreven activa            
.aanschafwaarde - - - - - -
.cumulatieve afschrijvingen - - - - - -
- desinvesteringen            
aanschafwaarde - - 87 - - 87
cumulatieve afschrijvingen - - - - - -
per saldo - - 87 - - 87
             
Mutaties in boekwaarde (per saldo) - - 25.279 441 - 25.720
             
Stand per 31 december 2017            
- aanschafwaarde - - 33.663 662 - 34.325
- cumulatieve afschrijvingen - - 581 221 - 802
Boekwaarde per 31 december 2017 - - 33.082 441 - 33.523
Afschrijvingspercentage nvt nvt 10% - 33% 33% nvt  


8.1.6.2 Mutatieoverzicht materiële vaste activa

8.1.6.2 Mutatieoverzicht materiële vaste activa
  Bedrijfs-gebouwen en terreinen Machines en installaties Andere vaste bedrijfs-middelen, technische en administratieve uitrusting Materiële vaste bedrijfs-activa in uitvoering en vooruit-betalingen op materiële vaste activa Niet aan het bedrijfs-proces dienstbare materiële vaste activa Totaal
 
Stand per 1 januari 2017            
- aanschafwaarde 640.721 166.595 363.328 91.775 - 1.262.419
- cumulatieve herwaarderingen - - - - - -
- cumulatieve afschrijvingen 350.514 119.578 261.043 1 - 731.136
             
Boekwaarde per 1 januari 2017 290.207 47.017 102.285 91.774 - 531.283
             
Mutaties in het boekjaar            
- investeringen 17.106 8.806 36.149 57.025 - 119.086
- gereedgekomen werk - - - - - -
- herwaarderingen - - - - - -
- afschrijvingen 25.060 5.030 32.787 - - 62.877
- bijzondere waardeverminderingen - - - - - -
             
- terugname geheel afgeschreven activa            
.aanschafwaarde 1.735 - 2.702 - - 4.437
.cumulatieve herwaarderingen - - - - - -
.cumulatieve afschrijvingen 1.735 - 2.702 - - 4.437
             
- desinvesteringen            
aanschafwaarde - 19 21.295 - - 21.314
cumulatieve herwaarderingen - - - - - -
cumulatieve afschrijvingen - - 21.110 - - 21.110
per saldo - 19 185 - - 204
             
Mutaties in boekwaarde (per saldo) ‑7.954 3.757 3.177 57.025 - 56.005
             
Stand per 31 december 2017            
- aanschafwaarde 656.092 175.382 375.480 148.800 - 1.355.754
- cumulatieve herwaarderingen - - - - - -
- cumulatieve afschrijvingen 373.839 124.608 270.018 1 - 768.466
             
Boekwaarde per 31 december 2017 282.253 50.774 105.462 148.799 - 587.288
             
Afschrijvingspercentage 0% - 10% 5,0% 10% - 33% 0,0% nvt  
             

Op de beginbalans is een correctie uitgevoerd. Door voortschrijdend inzicht hebben er verschuivingen plaatsgevonden tussen "bedrijfsgebouwen en terreinen", "machines en installaties" en "andere vaste bedrijfsmiddelen, technische en administratieve uitrusting".



8.1.6.3 Mutatieoverzicht financiële vaste activa

8.1.6.3 Mutatieoverzicht financiële vaste activa
  Deel-nemingen in groeps-maatschappijen Deel-nemingen in overige verbonden maat-schappijen Vorderingen op groeps-maatschappijen Vorderingen op overige verbonden maat-schappijen Andere deel-nemingen Vor- deringen op parti-cipanten en op maat-schappijen waarin wordt deel- genomen Overige effecten Vordering op grond van compensatie-regeling Overige vor- deringen Totaal
 
                     
Boekwaarde per 1 januari 2017 4.354 - - 11.245 5.712 - - - - 21.311
Bij: kapitaalstortingen (inclusief agio)         149         149
Bij: resultaat deelnemingen 115       22         136
Bij: nagekomen resultaat 2016 291                 291
Bij: verkoop deelneming                   -
Bij: ontvangen dividend                   -
Bij: verstrekte leningen       4.123           4.123
Af: reclassificatie naar kortlopende vorderingen       1.802           1.802
Af: waardeverminderingen       423           423
Af: aflossing leningen       1.872           1.872
Bij: voorziening       100           100
                     
Boekwaarde per 31 december 2017 4.759 - - 11.371 5.883 - - - - 22.014

8.1.6.3 Mutatieoverzicht financiële vaste activa

8.1.7 Overzicht langlopende schulden ultimo 2017

Leninggever Datum Hoofdsom Totale loop-tijd Soort lening Werke-lijke-rente Restschuld 31 december 2016 Nieuwe leningen in 2017 Aflossing in 2017 Restschuld 31 december 2017 Restschuld over 5 jaar Resterende looptijd in jaren eind 2017 Aflossings-wijze Aflossing 2018 Gestelde zekerheden
    x € 1.000     % x € 1.000 x € 1.000 x € 1.000 x € 1.000 x € 1.000     x € 1.000  
                             
ASN Bank 11/03/1994 45.378 40 Hypothecair 5,831 16.378   1.012 15.366 10.306 15 Lineair 1.012 Hypotheek
NWB Bank 01/10/2001 20.420 30 Onderhands 3,215 10.210   681 9.529 6.124 14 Lineair 681 Rijk
ASN Bank 30/11/2001 20.420 30 Onderhands 3,560 10.210   681 9.529 6.124 14 Lineair 681 Rijk
BNG Bank 29/11/2001 25.000 30 Onderhands 3,390 12.500   833 11.667 7.502 14 Lineair 833 Geen
BNG Bank 02/12/2002 1.375 40 Hypothecair 4,850 895   35 860 687 25 Lineair 34 Borg AZG
BNG Bank 02/12/2002 650 40 Hypothecair 4,850 422   17 405 325 25 Lineair 16 Borg AZG
BNG Bank 15/04/2004 600 40 Hypothecair 4,200 412   15 397 323 27 Lineair 15 Borg AZG
BNG Bank 28/06/2004 10.000 30 Onderhands 3,050 6.000   333 5.667 4.001 17 Lineair 333 Geen
BNG Bank 18/07/2005 700 40 Hypothecair 3,400 507   17 490 402 28 Lineair 18 Borg AZG
BNG Bank 01/11/2005 800 40 Hypothecair 3,520 580   20 560 460 28 Lineair 20 Borg AZG
Nat. Rest. Fonds 01/05/2007 162 30 Hypothecair 1,000 115   5 110 85 20 Lineair 5 Hypotheek
ABN AMRO 01/07/2007 10.100 15 Hypothecair 4,520 3.872   673 3.199 505 5 Lineair 673 Hypotheek
BNG Bank 01/10/2009 10.000 10 Onderhands 4,430 3.000   1.000 2.000 - 2 Lineair 1.000 +/- Hyp.claus.
BNG Bank 01/12/2009 25.000 20 Onderhands 5,000 16.250   1.250 15.000 8.750 12 Lineair 1.250 +/- Hyp.claus.
BNG Bank 01/12/2009 25.000 30 Onderhands 5,470 19.167   833 18.334 14.167 22 Lineair 833 +/- Hyp.claus.
BNG Bank 01/10/2009 40.000 30 Onderhands 5,420 30.667   1.334 29.333 22.667 22 Lineair 1.334 +/- Hyp.claus.
Rabobank 14/04/2010 1.000 25 Hypothecair 3,200 633   35 598 422 18 Lineair 35 Hypotheek
Rabobank 14/04/2010 1.000 25 Hypothecair 4,150 633   35 598 422 18 Lineair 35 Hypotheek
BNG Bank 01/12/2011 10.000 7 Onderhands 2,680 2.857   1.429 1.428 - 1 Lineair 1.429 +/- Hyp.claus.
BNG Bank 01/12/2011 15.000 20 Onderhands 0,980 11.250   750 10.500 6.750 14 Lineair 750 +/- Hyp.claus.
ABN AMRO 05/11/2012 8.000 5 Hypothecair 4,650 4.800   800 4.000 - - Lineair 4.000 Hypotheek
BNG Bank 07/08/2013 8.600 10 Hypothecair 0,880 5.805   860 4.945 1.505 6 Lineair 860 Hypotheek
BNG Bank 01/11/2013 10.000 20 Onderhands 2,860 8.500   500 8.000 5.500 16 Lineair 500 +/- Hyp.claus.
BNG Bank 01/11/2013 15.000 7 Onderhands 1,920 8.571   2.143 6.428 - 3 Lineair 2.143 +/- Hyp.claus.
ABN AMRO 08/01/2014 446 12 Lease 4,510 296   37 259 94 9 Lineair 38 Geen
ING Bank 30/10/2014 13.300 10 Onderhands 2,070 11.970   665 11.305 7.980 7 Lineair 665 Geen
ING Bank 30/07/2015 36.342 10 Hypotheek 3 mnd euribor 24.747 11.595 - 36.342 - 9 Variabel - Hypotheek en garantie UMCG
ABN AMRO 30/12/2016 16.000 10 Hypothecair 3,250 8.000   400 7.600 6.000 9 Lineair 400 Hypotheek
ABN AMRO 30/12/2016 24.000 10 Hypothecair 2,900 12.000   1.200 10.800 6.000 9 Lineair 1.200 Hypotheek
ABN AMRO, finance fee geen ‑380 20 Onderhands   - ‑380 ‑12 ‑368 208 20 Lineair ‑32 Geen
BNG,disagio geen ‑557 20 Onderhands   - ‑557 ‑10 ‑547 ‑408 20 Lineair ‑28 Geen
BNG 17/02/2017 8.000 20 Hypothecair   - 8.000 300 7.700 5.700 19 Lineair 400 Hypotheek
BNG 30/11/2017 14.000 20 Hypothecair   - 14.000 - 14.000 10.500 20 Lineair 700 Hypotheek
ABN AMRO 29/09/2017 14.000 10 Hypothecair   - 14.000 - 14.000 14.000 10 Variabel - Hypotheek
ABN AMRO 29/09/2017 4.000 10 Hypothecair   - 4.000 - 4.000 4.000 10 Variabel - Hypotheek
ABN AMRO 29/09/2017 6.000 10 Hypothecair   - 6.000 - 6.000 6.000 10 Variabel - Hypotheek
Cooperatieve Rabobank 27/06/2017 8.500 10 Hypothecair   - 8.500 - 8.500 - 10 Variabel - Hypotheek
Totaal           231.247 65.158 17.872 278.533 157.101     21.834  

8.1.8 Toelichting op de geconsolideerde resultatenrekening

8.1.8.1 GESEGMENTEERDE RESULTATENREKENING OVER 2017

8.1.8.1 GESEGMENTEERDE RESULTATENREKENING OVER 2017
UMCG Zorg 2017   2016
  x € 1.000   x € 1.000
BEDRIJFSOPBRENGSTEN      
Opbrengsten zorgprestaties 874.922   823.593
Subsidies 257.250   256.995
Overige bedrijfsopbrengsten 11.957   18.716
Som der bedrijfsopbrengsten 1.144.129   1.099.304
       
BEDRIJFSLASTEN      
Personeelskosten 735.245   692.919
Afschrijvingen op immateriële en materiële vaste activa 58.081   51.863
Bijzondere waardeverminderingen van vaste activa -   -
Overige bedrijfskosten 312.127   328.743
Som der bedrijfslasten 1.105.452   1.073.525
       
BEDRIJFSRESULTAAT 38.677   25.779
Financiële baten en lasten ‑10.326   ‑10.183
Resultaat deelnemingen 114   ‑165
RESULTAAT UIT GEWONE BEDRIJFSUITOEFENING 28.464   15.431
       
Vennootschapsbelasting (VPB) ‑757   -
       
RESULTAAT NA VPB 27.707   15.431
       
Aandeel derden 154   -
       
RESULTAAT BOEKJAAR 27.862   15.431

UMCG O&O 2017   2016
  x € 1.000   x € 1.000
BEDRIJFSOPBRENGSTEN      
Opbrengsten zorgprestaties -   -
Subsidies 88.177   90.020
Overige bedrijfsopbrengsten 122.664   119.084
Som der bedrijfsopbrengsten 210.841   209.104
       
BEDRIJFSLASTEN      
Personeelskosten 122.488   122.594
Afschrijvingen op immateriële en materiële vaste activa 2.478   2.371
Bijzondere waardeverminderingen van vaste activa -   -
Overige bedrijfskosten 85.875   84.139
Som der bedrijfslasten 210.841   209.104
       
BEDRIJFSRESULTAAT -   -
Financiële baten en lasten -   -
Resultaat deelnemingen -   -
       
RESULTAAT UIT GEWONE BEDRIJFSUITOEFENING -   -
       
Resultaat derden -   -
       
RESULTAAT BOEKJAAR -   -
       

RESULTAATBESTEMMING 2017   2016
  x € 1.000   x € 1.000
Het resultaat is als volgt bestemd:      
       
Bestemmingsreserves ‑911   ‑13.223
Bestemmingsfondsen -   -
Algemene en overige reserves 28.773   28.654
  27.862   15.431
       

8.1.8.2 AANSLUITING TOTAAL RESULTAAT MET RESULTAAT SEGMENTEN

8.1.8.2 AANSLUITING TOTAAL RESULTAAT MET RESULTAAT SEGMENTEN
  2017   2016
  x € 1.000   x € 1.000
Resultaat volgens gesegmenteerde resultatenrekeningen      
       
Segment 1 UMCG Zorg 27.862   15.431
Segment 2 O&O -   -
Resultaat volgens geconsolideerde resultatenrekening 27.862   15.431

BATEN

16. Opbrengsten zorgprestaties

16. Opbrengsten zorgprestaties
De specificatie is als volgt: 2017   2016
  x € 1.000   x € 1.000
       
Opbrengsten zorgverzekeringswet (exclusief subsidies) 822.652   771.274
Beschikbaarheidsbijdragen Zorg (exclusief Opleidingen) 10.419   8.959
Overige zorgprestaties 41.851   43.360
       
Totaal 874.922   823.593

Toelichting:
De opbrengsten zorgverzekeringswet kunnen als volgt worden gespecificeerd: UMCG enkelvoudig € 684,5 miljoen, Stichting RAV € 21,2 miljoen, OZG B.V. € 116,4 miljoen en Stichting Triade € 0,4 miljoen. De beschikbaarheidsbijdragen Zorg betreffen met name Mobiel Medisch Team (MMT) helicopter en voertuigen € 8,4 miljoen, Oefenen Trainen en Opleiden (OTO) € 0,8 miljoen, Traumazorg functie € 0,8 miljoen en Post Mortem Orgaanuitname (PMO) € 0,4 miljoen. De overige zorgprestaties betreft voornamelijk € 27,5 miljoen UMCG, € 12,6 miljoen stichting RAV, € 1,0 miljoen VSP B.V. en € 0,4 miljoen OZG B.V.

Omzet DBC's/DBC Zorgproducten gereguleerd en vrij segment:
Op basis van de afgesproken aanneemsommen is een inschatting gemaakt van de prijzen en volumes van DBC zorgproducten. Voor het gereguleerd segment zijn de maximum NZa tarieven gehanteerd. Voor het vrije segment zijn de tarieven per DBC zorgproduct per zorgverzekeraar vastgesteld  (vrij onderhandelbaar). Het totaal van aantal maal prijs sluit aan bij de overeengekomen aanneemsommen per zorgverzekeraar.

17. Subsidies

17. Subsidies
De specificatie is als volgt: 2017   2016
  x € 1.000   x € 1.000
       
Academische component 92.115   87.758
Rijksbijdrage werkplaatsfunctie 91.235   91.624
Medische faculteit van UMC's 92.264   90.020
Rijkssubsidies vanwege het Ministerie van Veiligheid en Justitie 900   891
Overige Rijkssubsidies 7.851   16.475
Beschikbaarheidsbijdragen Opleidingen 61.062   60.247
       
Totaal 345.427   347.015

Toelichting:
In de post Overige Rijkssubsidies is de verrekening met de RUG in het kader van de zogenoemde Financiële Regeling verantwoord. Afgesproken is dat positieve en negatieve saldi uit de exploitatie van UMCG O&O worden verrekend met een bestemmingsreserve bij de RUG. In 2017 is sprake van een verrekening van € 29,1 miljoen aan de RUG (2016: € 10,2 miljoen verrekening aan de RUG). Hierdoor komt de bestemmingsreserve O&O bij de RUG ultimo 2017 uit op €78,2 miljoen (2016: € 49,0 miljoen). Verder bestaat de post Overige Rijkssubsidies met name uit Kwaliteitsimpuls Personeel Ziekenhuiszorg (KPZ) ad € 7,7 miljoen.

18. Overige bedrijfsopbrengsten

18. Overige bedrijfsopbrengsten
De specificatie is als volgt: 2017   2016
  x € 1.000   x € 1.000
       
Overige dienstverlening (waaronder 2e-4e geldstroom UMC's voor onderzoek): 100.137   93.607
Overige opbrengsten 34.484   44.193
       
Totaal 134.621   137.800

Toelichting:
De overige opbrengsten fluctueren jaarlijks. De daling van € 7,5 miljoen wordt veroorzaakt door lagere opbrengsten geldstroomprojecten O&O.  

LASTEN

19. Personeelskosten

19. Personeelskosten
De specificatie is als volgt: 2017   2016
  x € 1.000   x € 1.000
       
Lonen en salarissen 626.593   609.966
Sociale lasten 70.471   69.668
Pensioenpremies 76.568   65.861
Overige personeelskosten 38.734   27.194
Subtotaal 812.366   772.689
Personeel niet in loondienst 45.367   42.824
       
Totaal personeelskosten 857.733   815.513

Toelichting:
De totale personeelskosten kunnen op hoofdlijnen als volgt worden gespecificeerd: UMCG enkelvoudig € 749 miljoen, OZG B.V. € 71,3 miljoen, Stichting RAV € 25,0 miljoen, Stichting Triade € 3,0 miljoen, VSP B.V. € 1,1 miljoen, Stichting Duizendpoot € 1,1 miljoen en UMCG Services € 4,7 miljoen.

  2017   2016
Gedurende het boekjaar bedroeg het gemiddeld aantal werknemers bij de groep uitgedrukt in FTE: 11.015   10.792
Hiervan waren zowel in 2017 als 2016 geen personen werkzaam buiten Nederland.      
       
Deze personeelsomvang (gemiddeld aantal FTE's) is als volgt te verdelen naar de verschillende personeelscategorieën:      
Personeel algemene en administratieve functies 2.745   2.678
Personeel hotelfuncties 1.005   1.031
Personeel patiëntgebonden functies      
- Management en staf 64   39
- Electronica en revalidatietechniek 54   53
- Onderzoeksfuncties 1.491   1.465
- Behandel- en behandelingsondersteunende functies 810   687
- Psychosociale behandel- en begeleidingsfuncties 103   97
- Verpleegkundig, opvoedkundig en verzorgend personeel 3.038   3.003
- Medische en sociaal-wetenschappelijke functies 1.527   1.571
Personeel terrein- en gebouwgebonden functies 178   168
       
Gemiddeld aantal personeelsleden op basis van full-time eenheden 11.015   10.792

Toelichting:
Op totaalniveau is er sprake van een stijging van 223 fte.


20. Afschrijvingen op immateriële en materiële vaste activa

20. Afschrijvingen op immateriële en materiële vaste activa
De specificatie is als volgt: 2017   2016
  x € 1.000   x € 1.000
Afschrijvingen:      
- immateriële vaste activa 802   -
- materiële vaste activa 59.756   54.234
       
Totaal afschrijvingen 60.558   54.234

De totale afschrijvingskosten kunnen op hoofdlijnen als volgt worden gespecificeerd: UMCG enkelvoudig € 51,4 miljoen, OZG B.V. € 3,9 miljoen, Stichting RAV € 2,9 miljoen en stichting Triade € 1,3 miljoen.

21. Bijzondere waardeverminderingen van vaste activa

21. Bijzondere waardeverminderingen van vaste activa
De specificatie is als volgt: 2017   2016
  x € 1.000   x € 1.000
       
Bijzondere waardeverminderingen van:      
- immateriële vaste activa -   -
- materiële vaste activa -   -
       
Totaal -   -

22. Overige bedrijfskosten

22. Overige bedrijfskosten
De specificatie is als volgt: 2017   2016
  x € 1.000   x € 1.000
       
Voedingsmiddelen en hotelmatige kosten 22.697   28.643
Algemene kosten 94.077   91.964
Patiënt- en bewonersgebonden kosten 238.807   232.899
Onderhoud- en energiekosten 32.927   44.762
Huur en leasing 5.114   5.846
Dotaties en vrijval voorzieningen 4.380   8.768
       
Totaal overige bedrijfskosten 398.002   412.882

De overige bedrijfskosten kunnen op hoofdlijnen als volgt worden gespecificeerd: UMCG enkelvoudig € 352 miljoen (na eliminaties), OZG B.V. € 41 miljoen en Stichting RAV € 5 miljoen.

23. Financiële baten en lasten

23. Financiële baten en lasten
De specificatie is als volgt: 2017   2016
  x € 1.000   x € 1.000
       
Rentebaten 1.516   1.175
Rentelasten ‑11.842   ‑11.396
Waardeveranderingen financiële vaste activa -   38
       
Totaal financiële baten en lasten ‑10.326   ‑10.183

De financiële baten en lasten kunnen op hoofdlijnen als volgt worden gespecificeerd: UMCG enkelvoudig € 8,3 miljoen, OZG B.V. € 2,6 miljoen, Stichting RAV € 0,2 miljoen en Stichting Triade -/- € 0,8 miljoen.


24. Resultaat deelnemingen

24. Resultaat deelnemingen
De specificatie is als volgt: 2017   2016
  x € 1.000   x € 1.000
       
Resultaat deelnemingen 114   ‑165
       
Totaal resultaat deelnemingen 114   ‑165

Het resultaat uit deelnnemingen kan op hoofdlijnen als volgt worden gespecificeerd: Stichting Triade € 156k en Zorg BV -/- € 270k.

25. Vennootschapsbelasting

25. Vennootschapsbelasting
De specificatie is als volgt: 2017   2016
  x € 1.000   x € 1.000
       
Vennootschapsbelasting ‑757   -
       
Totaal vennootschapsbelasting ‑757   -

De vennootschapsbelasting kan op hoofdlijnen als volgt worden gespecificeerd: Stichting RAV -/- € 0,9 miljoen en Sterinoord BV € 0,1 miljoen.

De vennootschapsbelasting van de Stichting RAV betreft de jaren 2014 tot en met 2016.

26. Honoraria accountant

26. Honoraria accountant
De honoraria van de accountant zijn als volgt: 2017   2016
  x € 1.000   x € 1.000
       
1. Controle van de jaarrekening 482   388
2. Overige controlewerkzaamheden (w.o. Regeling AO/IC en Nacalculatie) 126   151
3. Fiscale advisering 67   38
4. Niet-controlediensten 34   680
       
Totaal honoraria groepsaccountant 709   1.257

27. Transacties met verbonden partijen

Van transacties met verbonden partijen is sprake wanneer een relatie bestaat tussen de instelling, haar deelnemingen en hun bestuurders en leidinggevende functionarissen. Aangezien door de onderneming invloed op het zakelijke en financiële beleid wordt uitgeoefend, worden alle vennootschappen behorend tot de groep als verbonden partijen aangemerkt. Er hebben zich geen transacties met verbonden partijen voorgedaan op niet-zakelijke grondslag. 

De bezoldiging van de bestuurders en toezichthouders is opgenomen in het overzicht WNT.

28. Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT)

Op het UMCG is de bezoldigingsklasse V voor de zorg van toepassing met een maximum van € 181.000. Het UMCG heeft zich geconformeerd aan de WNT, rekening houdend met de overgangsregeling. De bezoldiging van de functionarissen die over 2017 in het kader van de WNT verantwoord worden, is als volgt:

Functionaris Aanvang en einde functie-vervulling in 2017 Deeltijd-factor in fte 2017 Beloning plus belastbare onkosten-vergoedingen Beloningen betaalbaar op termijn -/- onver-schuldigd betaald bedrag Totaal bezoldiging WNT 2017 Individueel toepasselijke bezoldigings-maximum 2017 Motivatie overschrijding   Aanvang en einde functievervulling in 2016 Deeltijd-factor in fte 2016 Beloning plus belastbare onkosten-vergoedingen Beloningen betaalbaar op termijn Totaal bezoldiging WNT 2016
             
RvB; Aartsen 01/01 - 31/12  1,00  261.861 20.721 - 282.582 181.000 1   01/01 - 31/12  1,00  292.104 18.601 310.706
RvB; van der Zee 01/01 - 31/12  1,00  235.110 19.950 - 255.060 181.000 1   01/01 - 31/12  1,00  245.953 17.780 263.733
RvB; Snapper 01/01 - 31/12  1,00  205.326 19.330 - 224.656 181.000 1   01/01 - 31/12  1,00  208.537 16.771 225.308
RvB; Joëls 01/01 - 31/12  1,00  163.155 17.845 - 181.000 181.000 n.v.t.   01/09 - 31/12  0,33  54.450 5.217 59.667
                             
Hoogleraar 01/01 - 31/12  1,00  222.206 19.530 - 241.736 181.000 2   01/01 - 31/12  1,00  215.429 16.947 232.376
Hoogleraar 01/01 - 31/12  1,00  204.415 19.083 - 223.498 181.000 2   01/01 - 31/12  1,00  214.341 16.555 230.897
Manager 01/01 - 31/12  1,00  188.693 18.779 - 207.472 181.000 2   01/01 - 31/12  1,00  187.196 16.283 203.478
Hoogleraar 01/01 - 31/12  1,00  167.748 18.538 - 186.286 181.000 2   01/01 - 31/12  1,00  182.655 16.626 199.280
Hoogleraar 01/01 - 31/12  0,90  167.693 16.857 - 184.550 162.900 2   01/01 - 31/12  0,90  169.721 14.623 184.344
Hoogleraar 01/01 - 31/12  1,00  164.885 18.154 - 183.039 181.000 2   01/01 - 31/12  1,00  160.518 15.582 176.099
Hoogleraar 01/01 - 31/12  1,00  164.587 17.788 - 182.375 181.000 2   01/01 - 31/12  1,00  165.288 15.406 180.694
Manager 01/01 - 31/12  0,90  150.466 16.272 - 166.738 162.900 2   01/01 - 31/12  0,90  146.112 14.098 160.210
Manager 01/01 - 31/12  0,50  100.830 9.606 - 110.436 90.500 2   01/01 - 31/12  0,50  103.550 5.274 108.824
Hoogleraar 01/01 - 31/12  0,20  35.900 3.644 - 39.544 36.200 2   01/01 - 31/12  0,70  93.528 10.626 104.154
                             
RvT; van Es 01/01 - 31/12  1,00  17.178 - - 17.178 27.150 n.v.t.   01/01 - 31/12  1,00  17.178 - 17.178
RvT; Lindner 01/01 - 31/12  1,00  11.452 - - 11.452 18.100 n.v.t.   01/01 - 31/12  1,00  11.452 - 11.452
RvT; Voet 01/01 - 31/12  1,00  11.452 - - 11.452 18.100 n.v.t.   01/01 - 31/12  1,00  11.452 - 11.452
RvT; Bos 01/01 - 31/12  1,00  11.452 - - 11.452 18.100 n.v.t.   01/01 - 31/12  1,00  11.452 - 11.452
RvT; Löwenberg 01/01 - 31/12  1,00  11.452 - - 11.452 18.100 n.v.t.   01/01 - 31/12  1,00  11.452 - 11.452

Toelichting motivatie overschrijding:

1) Valt onder overgangsrecht

2) Toegestane bezoldiging conform CAO

 

Alle functionarissen van de RvB en RvT zoals hierboven opgenomen, worden aangemerkt als topfunctionaris.
Voor alle leden van de Raad van Bestuur en alle leden van de Raad van Toezicht geldt dat zij een (fictief) dienstverband hebben en geen gewezen topfunctionaris zijn. 

8.1.9 Enkelvoudige balans per 31 december 2017 (na resultaatbestemming)

ACTIVA Ref. 31‑dec‑17   31‑dec‑16
    x € 1.000   x € 1.000
         
Vaste activa        
Immateriële vaste activa 1 33.082   7.803
Materiële vaste activa 2 438.566   437.804
Financiële vaste activa 3 64.129   55.716
Totaal vaste activa   535.777   501.323
         
Vlottende activa        
Voorraden 4 14.191   15.051
Onderhanden werk uit hoofde van DBC's / 5 46.109   50.393
DBC-zorgproducten        
Vorderingen uit hoofde van financieringstekort 6 -   -
Debiteuren en overige vorderingen 7 277.132   229.470
Liquide middelen 8 181.640   251.759
Totaal vlottende activa   519.072   546.673
         
         
Totaal activa   1.054.849   1.047.996

PASSIVA Ref. 31‑dec‑17   31‑dec‑16
    x € 1.000   x € 1.000
         
Eigen vermogen 9      
Kapitaal   3.475   3.475
Bestemmingsreserves   122.375   123.984
Bestemmingsfondsen   1.411   1.411
Algemene en overige reserves   144.795   117.917
Totaal eigen vermogen   272.056   246.787
         
Voorzieningen 10 227.280   235.755
         
Langlopende schulden 11 212.811   214.718
         
Kortlopende schulden        
Schulden uit hoofde van financieringsoverschot 6 17   339
Overige kortlopende schulden 12 342.686   350.397
         
         
Totaal passiva   1.054.849   1.047.996

8.1.10 Enkelvoudige resultatenrekening over 2017

  Ref. 2017   2016
    x € 1.000   x € 1.000
BEDRIJFSOPBRENGSTEN        
Opbrengsten zorgprestaties 16 722.455   676.072
Subsidies 17 352.850   344.490
Overige bedrijfsopbrengsten 18 124.108   131.081
Som der bedrijfsopbrengsten   1.199.413   1.151.643
         
BEDRIJFSLASTEN        
Personeelskosten 19 749.383   707.990
Afschrijvingen op immateriële en materiële vaste activa 20 51.405   45.621
Bijzondere waardeverminderingen van vaste activa 21 -   -
Overige bedrijfskosten 22 370.954   385.397
Som der bedrijfslasten   1.171.742   1.139.008
         
BEDRIJFSRESULTAAT   27.671   12.635
Financiële baten en lasten 23 ‑8.286   ‑9.104
Resultaat deelnemingen 24 5.884   10.318
         
RESULTAAT BOEKJAAR   25.269   13.849

RESULTAATBESTEMMING   2017   2016
Het resultaat is als volgt bestemd:   x € 1.000   x € 1.000
         
Bestemmingsreserves   ‑1.609   ‑16.712
Bestemmingsfondsen   -   -
Algemene en overige reserves   26.878   30.561
    25.269   13.849

8.1.11 Grondslagen van waardering en resultaatbepaling enkelvoudige jaarrekening

Voor een toelichting op de grondslagen van waardering en resultaatbepaling wordt verwezen naar de geconsolideerde jaarrekening. Er zijn geen afwijkingen tussen de geconsolideerde en enkelvoudige jaarrekening.
Evenzo zijn de belangrijkste mutaties en toelichtingen (2017 vs. 2016) bij de verschillende posten van de jaarrekening opgenomen bij de geconsolideerde jaarrekening.

8.1.12 Toelichting op de enkelvoudige balans per 31 december 2017

ACTIVA

1. Immateriële vaste activa

1. Immateriële vaste activa
De specificatie is als volgt: 31‑dec‑17   31‑dec‑16
  x € 1.000   x € 1.000
       
CO2 Emissierechten 282   368
ERP en EPD 32.800   7.435
       
Totaal immateriële vaste activa 33.082   7.803

Het verloop van de immateriële vaste activa in het verslagjaar is als volgt weer te geven: 2017   2016
  x € 1.000   x € 1.000
       
Boekwaarde per 1 januari 7.803   208
Bij: investeringen 25.947   7.595
Bij: herwaarderingen -   -
Af: afschrijvingen 581   -
Af: bijzondere waardeverminderingen -   -
Af: terugname geheel afgeschreven activa -   -
Af: desinvesteringen 87   -
       
Boekwaarde per 31 december 33.082   7.803

2. Materiële vaste activa

2. Materiële vaste activa
De specificatie is als volgt: 31‑dec‑17   31‑dec‑16
  x € 1.000   x € 1.000
       
Bedrijfsgebouwen en terreinen 249.690   264.497
Machines en installaties 43.266   40.789
Andere vaste bedrijfsmiddelen, technische en administratieve uitrusting 85.108   83.334
Materiële vaste bedrijfsactiva in uitvoering en vooruitbetalingen op materiële vaste activa 60.502   49.184
       
Totaal materiële vaste activa 438.566   437.804

Het verloop van de materiële vaste activa in het verslagjaar is als volgt weer te geven: 2017   2016
  x € 1.000   x € 1.000
       
Boekwaarde per 1 januari 437.804   416.632
Bij: investeringen 55.209   65.439
Bij: herwaarderingen -   -
Af: afschrijvingen 54.283   44.267
Af: bijzondere waardeverminderingen -   -
Af: terugname geheel afgeschreven activa -   -
Af: desinvesteringen 164   -
       
Boekwaarde per 31 december 438.566   437.804

3. Financiële vaste activa

3. Financiële vaste activa
De specificatie is als volgt: 31‑dec‑17   31‑dec‑16
  x € 1.000   x € 1.000
       
Deelnemingen 39.370   33.516
Overige vorderingen 24.759   22.200
       
Totaal financiële vaste activa 64.129   55.716

Het verloop van de financiële vaste activa is als volgt: 2017   2016
  x € 1.000   x € 1.000
       
Boekwaarde per 1 januari 55.716   42.169
       
Bij: kapitaalstortingen 149   -
Bij: resultaat deelnemingen 5.906   10.318
Bij: verstrekte leningen 3.577   2.917
Af: ontvangen dividend -   -
Af: waardeverminderingen -   76
Af: aflossing leningen 702   597
Af: kortlopend deel 460   -
Af: overige, waaronder een rechtstreekse vermogensmutatie 31   815
Mutatie voorziening 25   ‑1.800
       
Boekwaarde per 31 december 64.129   55.716

Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar de bijlage Financiële vaste activa.            


Toelichting op belangen in andere rechtspersonen of vennootschappen:

Toelichting op belangen in andere rechtspersonen of vennootschappen:
Naam en rechtsvorm en woonplaats rechtspersoon Kernactiviteit Verschaft kapitaal   Kapitaalbe-
lang (in %)
  Eigen vermogen   Resultaat
            x € 1.000   x € 1.000
                 
OZG B.V. Perifeer ziekenhuis 7.000   100%   24.327   3.397
RAV UMCG B.V. Ambulancediensten 18   100%   2.705   111
UMCG Zorg B.V. Holding zorgentiteiten 18   100%   ‑270   ‑4
UMCG Research B.V. Fondsbeheer 18   100%   11.303   2.382
UMCG Services B.V. Schoonmaakdiensten 9   51%   75   ‑2
Lifelines Databeheer B.V. Projecten 18   100%   18   -
Administratiekantoor CNNN Aandelenbeheer 20   1%   20   -
Centramed - ledenkapitaal Verzekeraar 1.192   nvt   1.192   -
    8.293       39.370   5.884

UMCG Research B.V. heeft als kernactiviteit fondsenbeheer. Het vermogen van deze B.V. is bestemd voor o.a. onderzoeksdoeleinden en is niet vrij besteedbaar.

Toelichting:
De mutatie in de deelnemingen wordt met name veroorzaakt door het resultaat van deelnemingen, ruim € 5,8 miljoen.

De overige vorderingen bestaan uit leningen aan deelnemingen en stichtingen waarin het UMCG overwegende zeggenschap heeft en aan de joint venture Apotheek A15.

De post verstrekte leningen bestaat uit een lening aan Zorg B.V. met een faciliteit van € 5,0 miljoen. Deze lening heeft een looptijd van 10 jaar met een rente percentage van 1,9%.

Aan Hanzepoort B.V. is een lening verstrekt van € 5 miljoen inzake PTCG met een looptijd tot en met medio 2027. Het rente percentage bedraag 4% en de rente wordt jaarlijks bijgeschreven op de hoofdsom. Aflossing vindt ineens plaats aan het einde van de looptijd. De boekwaarde per 31-12-2017 bedraagt € 5,5 miljoen.

Op de in 2015 verstrekte lening met een hoofdsom van € 10 miljoen aan Apotheek A15 holding B.V., 50% deelneming van UMCG Zorg B.V., is een bedrag van € 2,0 miljoen in mindering gebracht om waardering in lijn te brengen met de marktwaarde van de lening. De boekwaarde per 31-12-2017 bedraagt € 7 miljoen.

Daarnaast is in 2015 een lening aan OZG verstrekt. Hoofdsom van de lening bedraagt € 7,0 miljoen. Deze lening heeft een onbepaalde looptijd met een rente percentage van 5%. 


4. Voorraden

4. Voorraden
De specificatie is als volgt: 31‑dec‑17   31‑dec‑16
  x € 1.000   x € 1.000
       
Medische middelen 13.069   13.254
Voedingsmiddelen 82   85
Overige voorraden 1.040   1.712
       
Totaal voorraden 14.191   15.051

5. Onderhanden werk uit hoofde van DBC's / DBC-zorgproducten

5. Onderhanden werk uit hoofde van DBC's / DBC-zorgproducten
De specificatie is als volgt: 31‑dec‑17   31‑dec‑16
  x € 1.000   x € 1.000
       
Onderhanden werk DBC's / DBC-zorgproducten gereguleerd segment 20.918   20.856
Onderhanden werk DBC's / DBC-zorgproducten vrij segment 48.808   48.663
Af: ontvangen voorschotten 23.617   19.126
       
Totaal onderhanden werk 46.109   50.393

6. Vorderingen uit hoofde van financieringstekort en schulden uit hoofde van financieringsoverschot

6. Vorderingen uit hoofde van financieringstekort en schulden uit hoofde van financieringsoverschot
    t/m 2014   2015   2016   2017   totaal
    x € 1.000   x € 1.000   x € 1.000   x € 1.000   x € 1.000
                     
Saldo per 1 januari   ‑339   -   -       ‑339
                     
Financieringsverschil boekjaar                   -
Correcties voorgaande jaren                 -
Betalingen/ontvangsten   322               322
Subtotaal mutatie boekjaar   322   -   -   -   322
                     
Saldo per 31 december   ‑17   -   -   -   ‑17

Stadium van vaststelling (per erkenning):                    
Academisch Ziekenhuis   c   n.v.t.   n.v.t.   n.v.t.    
Centrum voor Revalidatie   c   n.v.t.   n.v.t.   n.v.t.    

a= interne berekening
b= overeenstemming met zorgverzekeraars
c= definitieve vaststelling NZa

Waarvan gepresenteerd als: 31‑dec‑17   31‑dec‑16
  x € 1.000   x € 1.000
       
- vorderingen uit hoofde van financieringstekort -   -
- schulden uit hoofde van financieringsoverschot 17   339
  ‑17   ‑339

7. Debiteuren en overige vorderingen

7. Debiteuren en overige vorderingen
De specificatie is als volgt: 31‑dec‑17   31‑dec‑16
  x € 1.000   x € 1.000
       
Vorderingen op debiteuren 32.873   111.261
Vorderingen op groepsmaatschappijen 1.751   2.087
Nog te factureren zorgproducten 151.557   51.151
Vorderingen op zorgverzekeraars 52.031   37.173
Vorderingen uit hoofde van transitieregeling -   -
Vooruitbetaalde bedragen 7.423   2.784
Nog te ontvangen bedragen 26.455   24.657
Overige vorderingen en overlopende activa 5.042   357
       
Totaal debiteuren en overige vorderingen 277.132   229.470

8. Liquide middelen

8. Liquide middelen
De specificatie is als volgt: 31‑dec‑17   31‑dec‑16
  x € 1.000   x € 1.000
       
Bankrekeningen 106.513   176.649
Depositorekeningen 75.058   75.055
Kassen en kruisposten 69   55
       
Totaal liquide middelen 181.640   251.759

PASSIVA


9. Eigen vermogen

9. Eigen vermogen
Het eigen vermogen bestaat uit de volgende componenten: 31‑dec‑17   31‑dec‑16
  x € 1.000   x € 1.000
       
Kapitaal 3.475   3.475
Bestemmingsreserves 122.375   123.984
Bestemmingsfondsen 1.411   1.411
Algemene en overige reserves 144.795   117.917
Totaal eigen vermogen 272.056   246.787

Kapitaal

Kapitaal
Het verloop is als volgt weer te geven: Saldo per 1-jan-2017   Resultaat-bestemming   Overige mutaties   Saldo per 31-dec-2017
  x € 1.000   x € 1.000   x € 1.000   x € 1.000
               
Kapitaal 3.475   -   -   3.475
               
Totaal kapitaal 3.475   -   -   3.475

Bestemmingsreserves

Bestemmingsreserves
Het verloop is als volgt weer te geven: Saldo per 1-jan-2017   Resultaat-bestemming   Overige mutaties   Saldo per 31-dec-2017
  x € 1.000   x € 1.000   x € 1.000   x € 1.000
Bestemmingsreserves:              
Afschrijvingen materiële vaste activa 24.736   ‑1.253   -   23.483
Doelmatigheidsonderzoek 2.124   ‑716   -   1.408
Budgetreserve afdelingen/sectoren 1.344   ‑1.344   -   -
Richtlijn afschrijving inventaris 20.754   ‑245   -   20.509
Specifieke onderzoeksprojecten 2.682   ‑1.389   -   1.293
Vooruitontvangen kapitaalslasten 47.078   8.651   -   55.729
ICT projecten 8.800   ‑8.800   -   -
Parkeergarages 16.466   1.487   -   17.953
Verpleging -   2.000   -   2.000
               
Totaal bestemmingsreserves 123.984   ‑1.609   -   122.375
               

Bestemmingsfondsen

Bestemmingsfondsen
Het verloop is als volgt weer te geven: Saldo per 1-jan-2017   Resultaat-bestemming   Overige mutaties   Saldo per 31-dec-2017
  x € 1.000   x € 1.000   x € 1.000   x € 1.000
               
Apparatuurfonds O&O 1.411   -   -   1.411
               
Totaal bestemmingsfondsen 1.411   -   -   1.411

Algemene en overige reserves

Algemene en overige reserves
Het verloop is als volgt weer te geven: Saldo per 1-jan-2017   Resultaat-bestemming   Overige mutaties   Saldo per 31-dec-2017
  x € 1.000   x € 1.000   x € 1.000   x € 1.000
               
Algemene reserves UMCG 117.917   26.878   -   144.795
               
Totaal algemene en overige reserves 117.917   26.878   -   144.795

10. Voorzieningen

10. Voorzieningen
Het verloop is als volgt weer te geven:   Saldo per 1-jan-2017   Dotatie   Onttrekking   Vrijval   Saldo per 31-dec-2017
    x € 1.000   x € 1.000   x € 1.000   x € 1.000   x € 1.000
                     
Claims, geschillen en rechtsgedingen   40.818   1.750   1.098   11.577   29.893
Sociaal beleid   25.228   7.899   6.571   182   26.374
Groot onderhoud   145.971   13.666   8.576   -   151.061
Overige voorzieningen   23.738   641   4.000   427   19.952
                     
Totaal voorzieningen   235.755   23.956   20.245   12.186   227.280

Toelichting in welke mate (het totaal van) de voorzieningen als langlopend moeten worden beschouwd: 31-dec-2017
   
Kortlopend deel van de voorzieningen (< 1 jr.) 22.728
Langlopend deel van de voorzieningen (> 1 jr.) 204.552
Hiervan langlopend (> 5 jaar) 61.366

11. Langlopende schulden

11. Langlopende schulden
De specificatie is als volgt: 31‑dec‑17   31‑dec‑16
  x € 1.000   x € 1.000
       
Schulden aan banken 140.642   154.085
Overige langlopende schulden 72.169   60.633
       
Totaal langlopende schulden 212.811   214.718

Het verloop is als volgt weer te geven: 2017   2016
  x € 1.000   x € 1.000
       
Stand per 1 januari 167.529   192.809
Bij: nieuwe leningen -   -
Af: aflossingen 13.443   25.280
       
Stand per 31 december 154.086   167.529
       
Af: aflossingsverplichting komend boekjaar 13.444   13.445
       
Stand langlopende schulden per 31 december 140.642   154.084

Toelichting in welke mate (het totaal van) de langlopende schulden als langlopend moeten worden beschouwd:      
       
Kortlopend deel van de langlopende schulden (< 1 jr.), aflossingsverplichtingen 13.444   13.445
Langlopend deel van de langlopende schulden (> 1 jr.) (balanspost) 140.642   154.084
Hiervan langlopend (> 5 jaar) 99.869   108.740

Voor een nadere toelichting op de langlopende schulden wordt verwezen naar de bijlage overzicht langlopende schulden.
De aflossingsverplichtingen zijn verantwoord onder de kortlopende schulden.

Toelichting:
De post overige langlopende schulden betreft hoofdzakelijk de lening à fonds perdu financiering. 
De reële waarde van de langlopende leningen benadert de geamortiseerde kostprijs van de langlopende leningen. 


12. Overige kortlopende schulden

12. Overige kortlopende schulden
De specificatie is als volgt: 31‑dec‑17   31‑dec‑16
  x € 1.000   x € 1.000
       
Te betalen rente 1.100   1.183
Crediteuren 60.453   37.107
Aflossingsverplichtingen langlopende leningen 13.444   13.445
Reservering (extra) persoonlijk budget 11.194   10.908
Belastingen en sociale premies 1.111   18.076
Schulden terzake pensioenen 8   6.720
Nog te betalen salarissen 5.771   5.874
Vakantiegeld en -dagen 50.572   43.089
Rekening courant groepsmaatschappijen 319   246
Schulden aan zorgverzekeraars 51.562   97.403
Vooruitontvangen subsidies 3e geldstroom 50.248   66.079
Badwill overname OZG B.V. 5.774   7.698
Overige schulden en overlopende passiva 91.130   42.569
       
Totaal overige kortlopende schulden 342.686   350.397

13. Financiële kengetallen

13. Financiële kengetallen
  Norm   2017   2016
           
Solvabiliteitsratio 1 = gecorrigeerd eigen vermogen / gecorrigeerd totaal vermogen > 8%   18,1%   18,4%
(vermogen wordt gecorrigeerd voor immateriële vaste activa, deelnemingen en vorderingen op groepsmaatschappijen) (m.i.v. 2018: 13%)        
           
Solvabiliteitsratio 2 = eigen vermogen / totaal vermogen >13%   25,8%   23,5%
           
Debt Service Coverage Ratio =          
EBITDA van het afgesloten boekjaar / jaarlijks bruto rentelasten plus aflossingen in het afgesloten boekjaar > 1,4   3,5   1,6
           
Loan To Value =          
totaal langlopende, rentedragende schulden als percentage van de waarde van alle onroerende zaken (gebouwen en installaties) < 80%   53%   55%

Ultimo 2017 wordt voldaan aan de convenanten van de huisbankiers BNG en ING met betrekking tot de financiële ratio's.

8.1.13 Enkelvoudig mutatieoverzicht vaste activa

8.1.13.1 Enkelvoudig mutatieoverzicht immateriële vaste activa

8.1.13.1 Enkelvoudig mutatieoverzicht immateriële vaste activa
  Kosten op-richting en uitgifte van aandelen Kosten van ont-wikkeling Kosten van concessies, ver-gunningen en rechten van intellec-tuele eigendom Kosten van goodwill die van derden is verkregen Vooruitbetalingen op immateriële activa Totaal
 
Stand per 1 januari 2017            
- aanschafwaarde  ‑   ‑  7.803  ‑   ‑  7.803
- cumulatieve herwaarderingen  ‑   ‑   ‑   ‑   ‑   ‑ 
- cumulatieve afschrijvingen  ‑   ‑   ‑   ‑   ‑   ‑ 
Boekwaarde per 1 januari 2017  ‑   ‑  7.803  ‑   ‑  7.803
             
Mutaties in het boekjaar            
- investeringen  ‑   ‑  25.947  ‑   ‑  25.947
- herwaarderingen  ‑   ‑   ‑   ‑   ‑   ‑ 
- afschrijvingen  ‑   ‑   581   ‑   ‑   581 
- bijzondere waardeverminderingen  ‑   ‑   ‑   ‑   ‑   ‑ 
- terugname geheel afgeschreven activa            
.aanschafwaarde  ‑   ‑   ‑   ‑   ‑   ‑ 
.cumulatieve herwaarderingen  ‑   ‑   ‑   ‑   ‑   ‑ 
.cumulatieve afschrijvingen  ‑   ‑   ‑   ‑   ‑   ‑ 
- desinvesteringen            
aanschafwaarde  ‑   ‑   87   ‑   ‑   87 
cumulatieve herwaarderingen  ‑   ‑   ‑   ‑   ‑   ‑ 
cumulatieve afschrijvingen  ‑   ‑   ‑   ‑   ‑   ‑ 
per saldo  ‑   ‑   87   ‑   ‑   87 
Mutaties in boekwaarde (per saldo)  ‑   ‑  25.279  ‑   ‑  25.279
             
Stand per 31 december 2017            
- aanschafwaarde  ‑   ‑  33.663  ‑   ‑  33.663
- cumulatieve herwaarderingen  ‑   ‑   ‑   ‑   ‑   ‑ 
- cumulatieve afschrijvingen  ‑   ‑   581   ‑   ‑   581 
Boekwaarde per 31 december 2017  ‑   ‑  33.082  ‑   ‑  33.082
             
Afschrijvingspercentage nvt nvt 10% - 33% nvt nvt  

8.1.13.1 Enkelvoudig mutatieoverzicht immateriële vaste activa

8.1.13.2 Enkelvoudig mutatieoverzicht materiële vaste activa

8.1.13.2 Enkelvoudig mutatieoverzicht materiële vaste activa
  Bedrijfs-gebouwen en terreinen Machines en installaties Andere vaste bedrijfs-middelen, technische en administratieve uitrusting Materiële vaste bedrijfs-activa in uitvoering en vooruit-betalingen op materiële vaste activa Niet aan het bedrijfs-proces dienst-bare materiële activa Totaal
 
             
Stand per 1 januari 2017            
- aanschafwaarde 600.592 157.229 310.712 49.184  ‑  1.117.717
- cumulatieve herwaarderingen  ‑   ‑   ‑   ‑   ‑   ‑ 
- cumulatieve afschrijvingen 336.656 115.879 227.378  ‑   ‑  679.913
Boekwaarde per 1 januari 2017 263.936 41.350 83.334 49.184 - 437.804
             
Mutaties in het boekjaar            
- investeringen 9.149 6.174 28.569 11.317  ‑  55.209
- gereedgekomen werk  ‑   ‑   ‑   ‑   ‑   ‑ 
- herwaarderingen  ‑   ‑   ‑   ‑   ‑   ‑ 
- afschrijvingen 23.394 4.257 26.632  ‑   ‑  54.283
- bijzondere waardeverminderingen  ‑   ‑   ‑   ‑   ‑   ‑ 
- terugname geheel afgeschreven activa            
.aanschafwaarde  ‑   ‑   ‑   ‑   ‑   ‑ 
.cumulatieve herwaarderingen  ‑   ‑   ‑   ‑   ‑   ‑ 
.cumulatieve afschrijvingen  ‑   ‑   ‑   ‑   ‑   ‑ 
- desinvesteringen            
aanschafwaarde  ‑   ‑  20.884  ‑   ‑  20.884
cumulatieve herwaarderingen  ‑   ‑   ‑   ‑   ‑   ‑ 
cumulatieve afschrijvingen  ‑   ‑  20.720  ‑   ‑  20.720
per saldo  ‑   ‑   164   ‑   ‑   164 
Mutaties in boekwaarde (per saldo) ‑14.245 1.917 1.773 11.317 - 760
             
Stand per 31 december 2017            
- aanschafwaarde 609.740 163.403 318.397 60.501  ‑  1.152.042
- cumulatieve herwaarderingen  ‑   ‑   ‑   ‑   ‑   ‑ 
- cumulatieve afschrijvingen 360.050 120.136 233.290  ‑   ‑  713.476
Boekwaarde per 31 december 2017 249.690 43.267 85.107 60.501 - 438.566
             
Afschrijvingspercentage 0% - 10% 5,0% 10% - 33% 0,0% nvt  

8.1.13.2 Enkelvoudig mutatieoverzicht materiële vaste activa

Op de beginbalans is een correctie uitgevoerd. Door voortschrijdend inzicht hebben er verschuivingen plaatsgevonden tussen "bedrijfsgebouwen en terreinen", "machines en installaties" en "andere vaste bedrijfsmiddelen, technische en administratieve uitrusting".

8.1.13.3 Enkelvoudig mutatieoverzicht financiële vaste activa

8.1.13.3 Enkelvoudig mutatieoverzicht financiële vaste activa
  Deel-nemingen in groeps-maatschappijen Deel-nemingen in overige verbonden maatschappijen Vorderingen op groeps-maatschappijen Vorderingen op overige verbonden maatschappijen Andere deelnemingen Vorderingen op partici-panten en op maatschappijen waarin wordt deelgenomen Overige effecten Vordering op grond van compensatie-regeling Overige vorderingen Totaal
 
                     
Boekwaarde per 1 januari 2017 32.304  ‑   ‑  22.200 1.212  ‑   ‑   ‑   ‑  55.716
Bij: kapitaalstortingen         149         149
Bij: resultaat deelnemingen 5.884       22         5.906
Bij: ontvangen dividend                    ‑ 
Bij: verstrekte leningen       3.577           3.577
Af: ontvangen dividend                    ‑ 
Af: waardeverminderingen                    ‑ 
Af: aflossing leningen       702           702
Af: kortlopend deel       460           460
Af: overige, waaronder nagekomen resultaat 31                 31
Af: voorziening       25           25
                     
Boekwaarde per 31 december 2017 38.157 - - 24.590 1.383 - - - - 64.129
                     
                     

8.1.13.3 Enkelvoudig mutatieoverzicht financiële vaste activa

8.1.14 Overzicht langlopende schulden ultimo 2017 (enkelvoudig)

Leninggever Datum Hoofdsom Totale loop-tijd Soort lening Werke-lijke-rente Restschuld 31 december 2016 Nieuwe leningen in 2017 Aflossing in 2017 Restschuld 31 december 2017 Restschuld over 5 jaar Resterende looptijd in jaren eind 2017 Aflossings-wijze Aflossing 2018 Gestelde zekerheden
    x € 1.000     % x € 1.000 x € 1.000 x € 1.000 x € 1.000 x € 1.000     x € 1.000  
                             
FGH Bank 11/03/1994 45.378 40 Hypothecair 5,848 10.564   675 9.889 6.514 17 Lineair 675 Hypotheek
FGH Bank 20/08/1996 22.689 40 Hypothecair 5,848 5.814   337 5.477 3.790 19 Lineair 337 Hypotheek
NWB Bank 01/10/2001 20.420 30 Onderhands 3,215 10.210   681 9.529 6.124 14 Lineair 681 Rijk
ASN Bank 30/11/2001 20.420 30 Onderhands 3,560 10.210   681 9.529 6.124 14 Lineair 681 Rijk
BNG Bank 29/11/2001 25.000 30 Onderhands 3,390 12.500   833 11.667 7.502 14 Lineair 833 Geen
BNG Bank 28/06/2004 10.000 30 Onderhands 3,050 6.000   333 5.667 4.001 17 Lineair 333 Geen
ING Bank 30/10/2014 13.300 10 Onderhands 2,070 11.970   665 11.305 7.980 7 Lineair 665 Geen
BNG Bank 01/10/2009 10.000 10 Onderhands 4,430 3.000   1.000 2.000 - 2 Lineair 1.000 +/- Hyp.claus.
BNG Bank 01/12/2009 25.000 20 Onderhands 5,000 16.250   1.250 15.000 8.750 12 Lineair 1.250 +/- Hyp.claus.
BNG Bank 01/12/2009 25.000 30 Onderhands 5,470 19.167   833 18.334 14.167 22 Lineair 833 +/- Hyp.claus.
BNG Bank 01/10/2009 40.000 30 Onderhands 5,420 30.667   1.333 29.334 22.667 22 Lineair 1.333 +/- Hyp.claus.
BNG Bank 01/12/2011 10.000 7 Onderhands 2,680 2.857   1.429 1.428 - 1 Lineair 1.429 +/- Hyp.claus.
BNG Bank 01/12/2011 15.000 20 Onderhands 0,980 11.250   750 10.500 6.750 14 Lineair 750 +/- Hyp.claus.
BNG Bank 01/11/2013 10.000 20 Onderhands 2,860 8.500   500 8.000 5.500 16 Lineair 500 +/- Hyp.claus.
BNG Bank 01/11/2013 15.000 7 Onderhands 1,920 8.571   2.143 6.428 - 3 Lineair 2.143 +/- Hyp.claus.
                             
Totaal           167.530   13.443 154.086 99.869     13.443  

8.1.15 Toelichting op de enkelvoudige resultatenrekening over 2017

BATEN

16. Opbrengsten zorgprestaties

16. Opbrengsten zorgprestaties
De specificatie is als volgt: 2017   2016
  x € 1.000   x € 1.000
       
Opbrengsten zorgverzekeringswet (exclusief subsidies) 684.516   637.744
Beschikbaarheidsbijdragen Zorg 10.419   8.959
Overige zorgprestaties 27.520   29.369
       
Totaal 722.455   676.072

17. Subsidies

17. Subsidies
De specificatie is als volgt: 2017   2016
  x € 1.000   x € 1.000
       
Academische component 92.115   87.758
Rijksbijdrage werkplaatsfunctie 91.235   91.624
Medische faculteit van UMC's 92.264   90.020
Rijkssubsidies vanwege het Ministerie van Veiligheid en Justitie 900   891
Overige Rijkssubsidies 15.274   13.950
Beschikbaarheidsbijdragen Opleidingen 61.062   60.247
       
Totaal 352.850   344.490

18. Overige bedrijfsopbrengsten

18. Overige bedrijfsopbrengsten
De specificatie is als volgt: 2017   2016
  x € 1.000   x € 1.000
       
Overige dienstverlening (2e-4e geldstroom UMC's voor onderzoek) 100.137   93.607
Overige opbrengsten 23.971   37.474
       
Totaal 124.108   131.081


LASTEN

19. Personeelskosten

19. Personeelskosten
De specificatie is als volgt: 2017   2016
  x € 1.000   x € 1.000
       
Lonen en salarissen 544.048   527.752
Sociale lasten 58.406   57.825
Pensioenpremies 69.502   58.909
Overige personeelskosten 34.057   23.367
Subtotaal 706.013   667.853
Personeel niet in loondienst 43.370   40.137
       
Totaal personeelskosten 749.383   707.990

  2017   2016
Gedurende het boekjaar bedroeg het gemiddeld aantal werknemers bij de groep uitgedrukt in FTE: 9.386   9.146
Hiervan waren zowel in 2017 als 2016 geen personen werkzaam buiten Nederland.      
       
Deze personeelsomvang (gemiddeld aantal FTE's) is als volgt te verdelen naar de verschillende personeelscategorieën:      
Personeel algemene en administratieve functies 2.546   2.434
Personeel hotelfuncties 528   538
Personeel patiëntgebonden functies      
- Management en staf 45   38
- Electronica en revalidatietechniek 54   53
- Onderzoeksfuncties 1.482   1.455
- Behandel- en behandelingsondersteunende functies 643   615
- Psychosociale behandel- en begeleidingsfuncties 103   97
- Verpleegkundig, opvoedkundig en verzorgend personeel 2.294   2.256
- Medische en sociaal-wetenschappelijke functies 1.526   1.495
Personeel terrein- en gebouwgebonden functies 165   165
       
Gemiddeld aantal personeelsleden op basis van full-time eenheden 9.386   9.146

20. Afschrijvingen op immateriële en materiële vaste activa

20. Afschrijvingen op immateriële en materiële vaste activa
De specificatie is als volgt: 2017   2016
  x € 1.000   x € 1.000
       
Afschrijvingen:      
- immateriële vaste activa 581   -
- materiële vaste activa 50.824   45.621
       
Totaal afschrijvingen 51.405   45.621

21. Bijzondere waardeverminderingen van vaste activa

21. Bijzondere waardeverminderingen van vaste activa
De specificatie is als volgt: 2017   2016
  x € 1.000   x € 1.000
       
Bijzondere waardeverminderingen van:      
- immateriële vaste activa -   -
- materiële vaste activa -   -
       
Totaal -   -

22. Overige bedrijfskosten

22. Overige bedrijfskosten
De specificatie is als volgt: 2017   2016
  x € 1.000   x € 1.000
       
Voedingsmiddelen en hotelmatige kosten 24.529   23.362
Algemene kosten 87.380   96.790
Patiënt- en bewonersgebonden kosten 221.449   210.697
Onderhoud- en energiekosten 29.620   42.054
Huur en leasing 5.104   4.956
Dotaties en vrijval voorzieningen 2.872   7.538
       
Totaal overige bedrijfskosten 370.954   385.397

23. Financiële baten en lasten

23. Financiële baten en lasten
De specificatie is als volgt: 2017   2016
  x € 1.000   x € 1.000
       
Rentebaten 902   1.117
Rentelasten ‑9.188   ‑10.274
Waardeveranderingen financiële vaste activa -   53
       
Totaal financiële baten en lasten ‑8.286   ‑9.104

24. Resultaat deelnemingen

24. Resultaat deelnemingen
De specificatie is als volgt: 2017   2016
  x € 1.000   x € 1.000
       
Resultaat deelnemingen 5.884   10.318
       
Totaal resultaat deelnemingen 5.884   10.318

8.1.16 Ondertekening door bestuurders en toezichthouders

Ondertekening door Raad van Bestuur en Raad van Toezicht

Ondertekening door bestuurders en toezichthouders


                 
                 
                 
                 
                 
                 
W.G.         W.G.      
J.F.M. Aartsen     31‑mei‑18   A. Ch. Van Es   31‑mei‑18  
                 
                 
                 
                 
                 
                 
W.G.         W.G.      
H.A. Snapper     31‑mei‑18   L. Lindner   31‑mei‑18  
                 
                 
                 
                 
                 
                 
W.G.         W.G.      
A.G.J. van der Zee     31‑mei‑18   J.P.P. Bos   31‑mei‑18  
                 
                 
                 
                 
                 
                 
W.G.         W.G.      
M. Joëls     31‑mei‑18   B. Löwenberg   31‑mei‑18  
                 
                 
                 
                 
                 
                 
          W.G.      
          B.P. Voet   31‑mei‑18  

8.2.1 Controleverklaring

Controleverklaring van de onafhankelijke accountant 
Aan: de Raad van Bestuur van Universitair Medisch Centrum Groningen

Verklaring over de in het jaardocument opgenomen jaarrekening 

Ons oordeel
Wij hebben de jaarrekening 2017 van Universitair Medisch Centrum Groningen (hierna ‘het UMCG’) te Groningen (hierna ‘de jaarrekening') gecontroleerd. Naar ons oordeel geeft de betreffende jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en samenstelling van het vermogen van Universitair Medisch Centrum Groningen per 31 december 2017 en van het resultaat over 2017 in overeenstemming met de Regeling verslaggeving WTZi (RvW).

De jaarrekening bestaat uit:
1    de geconsolideerde en enkelvoudige balans per 31 december 2017;
2    de geconsolideerde en enkelvoudige resultatenrekening over 2017; en
3    de toelichting met een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen.

De basis voor ons oordeel
Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens het Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden en het Controleprotocol WNT 2017 vallen. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie ‘Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening’. Wij zijn onafhankelijk van Universitair Medisch Centrum Groningen zoals vereist in , de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA). Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.

Verklaring over de in het jaardocument opgenomen andere informatie
Naast de jaarrekening en onze controleverklaring daarbij, omvat het jaardocument andere informatie, die bestaat uit:
—    het bestuursverslag;
—    de overige gegevens;
—    de bijlagen zoals opgenomen op pagina 190 tot en met 204 van het jaardocument.

Op grond van onderstaande werkzaamheden zijn wij van mening dat de andere informatie:
—    met de jaarrekening verenigbaar is en geen materiële afwijkingen bevat.
—    alle informatie bevat die op grond van de RvW is vereist.

Wij hebben de andere informatie gelezen en hebben op basis van onze kennis en ons begrip, verkregen vanuit de controle van de jaarrekening of anderszins, overwogen of de andere informatie materiële afwijkingen bevat.
Met onze werkzaamheden hebben wij voldaan aan de vereisten van de RvW en de Nederlandse Standaard 720. Deze werkzaamheden hebben niet dezelfde diepgang als onze controlewerkzaamheden bij de jaarrekening.
De Raad van Bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de andere informatie, waaronder de informatie die op grond van de RvW wordt vereist.

Beschrijving van verantwoordelijkheden met betrekking tot de jaarrekening 

Verantwoordelijkheden van de Raad van Bestuur en de Raad van Toezicht voor de jaarrekening
De Raad van Bestuur is verantwoordelijk voor het opmaken en het getrouw weergeven van de jaarrekening in overeenstemming met de Regeling verslaggeving WTZi. In dit kader is de Raad van Bestuur verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing als de Raad van Bestuur noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fouten of fraude. Bij het opmaken van de jaarrekening moet de Raad van Bestuur afwegen of het UMCG in staat is om haar werkzaamheden in continuïteit voort te zetten. Op grond van genoemd verslaggevingsstelsel moet de Raad van Bestuur de jaarrekening opmaken op basis van de continuïteitsveronderstelling, tenzij de Raad van Bestuur het voornemen heeft om het UMCG te liquideren of de bedrijfsactiviteiten te beëindigen of als beëindiging het enige realistische alternatief is. De Raad van Bestuur moet gebeurtenissen en omstandigheden waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of het UMCG haar bedrijfsactiviteiten in continuïteit kan voortzetten, toelichten in de jaarrekening.
De Raad van Toezicht is verantwoordelijk voor het uitoefenen van toezicht op het proces van financiële verslaggeving van het UMCG.

Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening
Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van een controleopdracht dat wij daarmee voldoende en geschikte controle-informatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel. Onze controle is uitgevoerd met een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid, waardoor het mogelijk is dat wij tijdens onze controle niet alle materiële fouten en fraude ontdekken.

Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fraude of fouten en zijn materieel indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed kunnen zijn op de economische beslissingen die gebruikers op basis van de jaarrekening nemen. De materialiteit beïnvloedt de aard, timing en omvang van onze controlewerkzaamheden en de evaluatie van het effect van onderkende afwijkingen op ons oordeel.
Wij hebben deze accountantscontrole professioneel-kritisch uitgevoerd en hebben waar relevant professionele oordeelsvorming toegepast in overeenstemming met de Nederlandse controlestandaarden, het Controleprotocol WNT 2017, ethische voorschriften en de onafhankelijkheidseisen. Onze controle bestond onder andere uit:
—    het identificeren en inschatten van de risico’s dat de jaarrekening afwijkingen van materieel belang bevat als gevolg van fouten of fraude, het in reactie op deze risico’s bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Bij fraude is het risico dat een afwijking van materieel belang niet ontdekt wordt groter dan bij fouten. Bij fraude kan sprake zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing;
—    het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle met als doel controlewerkzaamheden te selecteren die passend zijn in de omstandigheden. Deze werkzaamheden hebben niet als doel om een oordeel uit te spreken over de effectiviteit van de interne beheersing van het UMCG;
—    het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving, en het evalueren van de redelijkheid van schattingen door de Raad van Bestuur en de toelichtingen die daarover in de jaarrekening staan;
—    het vaststellen dat de door de Raad van Bestuur gehanteerde continuïteitsveronderstelling aanvaardbaar is. Tevens het op basis van de verkregen controle-informatie vaststellen of er gebeurtenissen en omstandigheden zijn waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of het UMCG haar bedrijfsactiviteiten in continuïteit kan voortzetten. Als wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij verplicht om in onze controleverklaring de aandacht te vestigen op de relevante gerelateerde toelichtingen in de jaarrekening. Als de toelichtingen inadequaat zijn, moeten wij onze verklaring aanpassen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van onze controleverklaring. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat een organisatie haar continuïteit niet langer kan handhaven;
—    het evalueren van de presentatie, structuur en inhoud van de jaarrekening en de daarin opgenomen toelichtingen; en
—    het evalueren of de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de onderliggende transacties en gebeurtenissen.

Gegeven onze eindverantwoordelijkheid voor het oordeel zijn wij verantwoordelijk voor de aansturing van, het toezicht op en de uitvoering van de groepscontrole. In dit kader hebben wij de aard en omvang bepaald van de uit te voeren werkzaamheden voor de groepsonderdelen. Bepalend hierbij zijn de omvang en/of het risicoprofiel van de groepsonderdelen of de activiteiten. Op grond hiervan hebben wij de groepsonderdelen geselecteerd waarbij een controle of beoordeling van de volledige financiële informatie of specifieke posten noodzakelijk was.

Wij communiceren met de met governance belaste personen onder andere over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante bevindingen die uit onze controle naar voren zijn gekomen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing. 

Zwolle, 4 juni 2018
KPMG Accountants N.V.
J. Dijkstra RA
 

8.3.1 Verantwoording van de bijdrage werkplaatsfunctie 2017

1. Algemeen

De Rijksbijdrage die jaarlijks door het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) van het Ministerie van OCW via de Rijksuniversiteit Groningen wordt ontvangen, is bedoeld ter financiering van de kosten van de werkplaatsfunctie. De werkplaatsfunctie is de ondersteunende inspanning van het UMCG voor onderwijs en onderzoek. Met de vorming van het UMCG zijn ook de bestuurlijke voorwaarden vastgelegd om te komen tot een geïntegreerd beleid op het gebied van onderwijs, onderzoek, patiëntenzorg en de opleiding tot medisch specialist.

Overeenkomstig de "Intentionele afspraken met betrekking tot het Plandocument", zoals vastgesteld op 7 november 1991 in een bestuurlijk overleg tussen het College van Bestuur van de Rijksuniversiteit Groningen en de Raad van Bestuur van het Academisch Ziekenhuis Groningen, heeft het Gemeenschappelijk Beleids Orgaan in december 2015 het Plandocument 2016 vastgesteld. In het Plandocument 2016 zijn afspraken vastgelegd over de samenwerking en afstemming op de in de vorige alinea genoemde gebieden.

De verantwoording besteding Rijksbijdrage Werkplaatsfunctie 2017 is opgesteld aan de hand van het "CapGemini model" waarover met het ministerie van OCW is afgesproken dat het voor de verantwoording gebruikt kan worden. Het model is eind 2017 geëvalueerd. Er hebben naar aanleiding hiervan marginale aanpassingen plaats gevonden, welke zijn afgestemd binnen de NFU en de VSNU. Het ministerie van OCW is hierover geïnformeerd. Het UMCG heeft het afgesproken model conform toegepast.

De aanpassingen verklaren dan ook het verschil tussen het plandocument 2017 en de uitkomst toerekening op basis van het aangepaste verantwoordingsmodel.

2. Kostentoerekening werkplaatsfunctie 2017

2. Kostentoerekening werkplaatsfunctie 2017
  Plandocument 2017 Uitkomst toerekening 2017
  x € 1.000 x € 1.000
     
Kosten gebouwen en terreinen 23.077 25.002
Kosten medische en overige inventaris 13.185 12.750
Kosten personeel 40.064 30.303
Vertragingskosten 33.047 28.407
Overige kosten 4.598 4.889
     
Totalen 113.971 101.351

De kosten worden in het Capgemini-model toegerekend op basis van vastgestelde normpercentages.

  Grondslag % WPF WPF Aandeel in Rijksbijdrage 2017
         
Kosten gebouwen en terreinen        
Genormeerde rente en afschrijvingen 53.849 25% 13.462 14,8%
         
Overige gebouwgebonden kosten 25.472 25% 6.368 7,0%
Dotatie voorziening voor groot onderhoud 12.994 25% 3.249 3,6%
Indirecte kosten 20% 7.693 25% 1.923 2,1%
         
  100.009   25.002 27,4%
         

  Grondslag % WPF WPF Aandeel in Rijksbijdrage 2017
         
Kosten medische en overige inventaris        
Afschrijvingen 22.135 25% 5.534 6,1%
Kosten van kapitaal 1.107 25% 277 0,3%
Huur, lease 1.125 25% 281 0,3%
Verbruik, onderhoud en reparatie 22.006 25% 5.501 6,0%
Indirecte kosten 20% 4.626 25% 1.157 1,3%
         
  50.999   12.750 14,0%
Kosten personeel        
Medisch specialisten & ondersteuning        
Salaris medisch specialisten 48.022 37% 17.618 19,3%
Functiegebonden kosten med. specialisten 1.166 37% 428 0,5%
Salaris niet-wetenschappelijk personeel 9.838 20% 1.968 2,2%
Indirecte kosten 20% 11.805 20% 2.361 2,6%
         
Overige wetenschappelijke staf & ondersteuning        
Salaris wetenschappelijke staf 23.598 20% 4.720 5,2%
Salaris niet-wetenschappelijk personeel 9.439 20% 1.888 2,1%
Indirecte kosten 20% 6.607 20% 1.321 1,4%
         
  110.474   30.303 33,2%
         
Totale vertragingskosten 284.067 10% 28.407 31,1%
waarvan intern 279.311 8% 23.650 25,9%
waarvan extern (affiliatie) 4.756 100% 4.756 5,2%
         
Overige kosten        
         
Affiliatievergoedingen 4.324 100% 4.324 4,7%
Indirecte kosten 10% 432 100% 432 0,5%
         
Wachtgelden 4.889 100% 4.889 5,4%
         
  4.889   4.889 5,4%
         
Totaal berekend     101.351 111,1%
Rijksbijdrage werkplaatsfunctie 2017 (bron: OCW)     91.235 100,0%
Verschil     10.116 11,1%